HOM - Heemkundige bijdragen


Het oorlogsdagboek 1914-1918 van Louis Lindemans

De op deze site weergegeven delen van het oorlogsdagboek zijn slechts een eerdere willekeurige selectie van het geheel.

De integrale inhoud van het dagboek is, samen met ruime achtergrondinformatie, opgenomen in de publicatie
 '
Getuigenissen van «de andere oorlog». Opwijk-Mazenzele (en omstreken) 1914-1818' (2004).

1918

Vrijdag 4 Januari 1918.

Vrouw Herrebout (Breestraat) aan de grens door de Duitschers geschoten (sterft enige dagen later). In Vlaanderen moeten de honden een stok dragen, aan de hals vastgebonden.

Vrijdag 11 Januari.

Jan Marivoet, op weg naar Baerdeghem, door de D. in de arm geschoten (sterft enige dagen later).

Maandag 21 Januari.

Louis Van de Male, oud onderwijzer van Baardeghem, sterft schielijk (misschien van schrik) aan de grens Baardeghem-Opwijck, in een herberg waar hij gevlucht was.

Zondag 27 Januari.

Meeting van activisten in de Statiestraat (weinig bijval).

Dynsdag 29 Januari. Tot hiertoe heb ik weinig aangestipt over de werkzaamheden van het Komiteit voor Voeding en Steun, waarvan ik, sedert het begin van de oorlog, voorzitter ben. De Brusselsche controleur Durand, hier heden aangeland, schijnt met 'politieke' doeleinden bezield. Klachten moeten ingezonden geweest zijn door zekere opwijcksche dwarsdrijvers, genoeg gekend.

Maandag 11 Februari.

Plechtige protestacties tegen den zoogezegden 'Raad van Vlaanderen', enz. Ik vertegenwoordig met Mr. De Winde en De Bontridder de Kath. Associatie, en id. met Mr. De Winde en Jos. Verbruggen het Davidsfonds in de delegaties die protesten neerleggen in den schoot van den Gemeenteraad van Brussel - Relletjes op de Grote Markt.

Zaterdag 16 Februari.

De D. zijn voornemens de klokken en de orgelpijpen onzer kerken op te eischen. Z.E. de Kardinaal beveelt in alle kerken bijzondere gebeden 'contra persecutores et male agentes'. 'Hostiam nostrorum quaremus, Domine, elide superbiam: et eorum contumaciam tua virtute, prosterne.'

Zondag 24 Februari.

Wemmel, Hamme en Releghem gestraft. Burgemeester Van Doorslaer van Releghem aangehouden. (Moord van eene D. door wemmelsche smokkelaars, welke later aangehouden en voor den kop geschoten werden.)

Dynsdag 26 Februari.

Begrafenis te Assche van staatsminister Th. De Lantsheere. Ik houd het baarkleed in name van de Kath. Assoc. van Assche. (Photo bij E. Claes).

Zaterdag 2 Meert.

Gemeenteraad. Kiezing van eenen hulponderwijzer. Twee raadsleden bedreigen de Gem. Raad, zoo de kandidaat De Bruyn (uit Vlaanderen) benoemd wordt, met boeten opgelegd door de D. overheid. (En hoe zal de D. overheid dat weten tenzij door overdragers). De burgemeester, gezien de financiële toestand der gemeente, stelt voor een leening te doen. Drie leden (De Sm., Wijnants en Willems) stemmen tegen. (later vernomen). Rond deze tijd verlaat Leon de gevaarlijke sector van Merckem. Hij is gansch uitgeput. De goede zorgen van eene familie van Oost-Vleteren (of West-Vleteren) verhaasten zijne herstelling. Hij zal voortaan aan den begravingdienst achter het front gehecht zijn.

Witte Donderdag 28 Meert.

Krijgsgevangenen (tusschen dewelke een opwijckenaar) houden stil in de statie van Londerzeel.

Goede Vrijdag 29 Meert.

Deze nacht diefstal van 6 zakken koffie en chocolade (voor ongeveer 2000 fr.) in het lokaal van het Komiteit (waag).

Paschen 31 Meert.

Droeve Paschen! Slecht nieuws van het fransche front.

Zondag 2 April.

Een man doodgebliksemd op de Cleye.

Maandag 15 April.

E. Ceuppens, veteraan van het onderwijs, treedt op als plaatsvervanger van de jeugdige Emile Buggenhout die berecht is.

Woensdag 8 Mei.

Dezen avond rond 8 uur is hier een trein voorbijgereden met engelse en belgische soldaten, den 17 april krijgsgevangen gemaakt.

Dynsdag 4 Juni.

Dood van zogenaamde Manekijker, enige dagen tevoren door smokkelaars mishandeld.

Zondag 14 Juli.

Vertrek van Mr. Bovil en andere fr. vluchtelingen.

Zondag 1 September.

In de abdij van Grimbergen, gewestelijke hulde van W. Brabant aan het H. Hart van Jezus. In de afdeling voor jongelingen houdt Jan Lindemans eene treffende aanspraak over het behoud van de familiegeest (Deze gedrukt geweest en verspreid). Slot: 'Heersche Jezus' heilig Hart als koning over onze huisgezinnen, zetele Hij op de eereplaats aan onzen haard, schare Hij de harten rondom zich en binde Hij ze vast aaneen. Dat is het gebed dat wij heden, tot behoud van de christelijke familiegeest herhalen zullen, in de zoete zekerheid dat onze bede verhoord zal worden.' Vrijdag 9 augusti.

E.H. Walgrave tot 1000 m. boet verwezen (zaak Bamps).

Maandag 9 September.

Feestvergadering in de Vrouwengilde. Nieuwe opeisching van matrassen door de D. Afsterven van onzen vriend Jan Buggenhout, brancardier in Frankrijk.

Vrijdag 13 September.

Grote vergadering te Assche van de afgevaardigden voor de plaatselijke komiteiten en liefdewerken, voorgezeten dor J. de Merode. Men beweert dat wij in het etappengebied zullen komen.

Zaterdag 14 September.

Gemeenteraad. Ecce iterum Crispinus! Nu beweert hij dat de gronden, gedurende den oorlog, tusschen alleman zouden moeten verdeeld worden, om patatten te planten...

Maandag 16 September.

Op eenen dag al onze patatten uitgedaan. Goede opbrengst.

Dynsdag 17 September.

Constant vertrekt naar Mechelen. Seminarie van Mechelen door de Duitschers gesloten. De seminaristen worden dadelijk teruggestuurd.

Donderdag 26 September.

Begin van het Belgisch offensief in Vlaanderen. Wij zijn voorgoed in het etappengebied.

Zondag 29 September (St. Michiel).

Grof geschut in het W. gisteren en vandaag. Goed nieuws uit Bulgarije en Palestina, en 's avonds uit Roeselare.

Vrijdag 4 Oktober.

Altijd goed nieuws. Assche vol achteruittrekkende troepen. Vliegers.

Zaterdag 5 Oktober.

De Burgemeesters, secretarissen en voorzitters van Komiteiten naar Assche geroepen. Hier pronkt de duitsche burgemeester van Merchtem, Herr von Roy: hij voert het woord in het duitsch. Naaste week, meldt de D. overheid, mogen wij duizenden vluchtelingen verwachten die zullen moeten geherbergd worden. Donderdag 20.000. Vrijdag. Excusez de peu! ...

Zondag 6 Oktober.

Naar Brussel. Aankomst van E.P. Block voor de retraite van de leerlingen. 's Middags aankomst van D. troepen met wagens. Overnachten hier.

Maandag 7 Oktober.

Vertrek van de D. troepen. De scholen gesloten. Aankomst van fr. vluchtelingen uit de omstreken van Halluin. 's Avonds, vergadering van de Gemeenteraad en Komiteit. J. Wijnants afwezig. Goed werk verricht.

Dynsdag 8 Oktober.

Aankomst van nieuwe vluchtelingen. Deze logeren in de scholen welke ontruimd werden.

Woensdag 9 Okt. (S. Denis).

Montjoie S. Denis! Doorbraak aan het fransche front. Doortocht van vluchtelingen uit Tourcoing, Menen, enz. Opwijck moet verscheidene honderden palen leveren voor het afmaken van een vliegplein op 't Nat, zegt men. Alleman oververmoeid. Droevig voor uitzicht... 5000 man te logeren en te spijzen.

Donderdag 10 Oktober.

Sluiting van de retraite. Nieuwe introniseurs van H. Hert door E.P. De Block. Na de ceremonie op weg naar de grens, waar zich reeds Joseph, Jan en anderen bevinden. Honderden rijtuigen uit Londerzeel, Malderen, Steenhuffel, enz. in een rij van aan den Plaisanten Hof (Nijverseel tot aan de molen van de Nieuwstraat) wachten naar de vluchtelingen. In plaats van 20.000 komen er nauwelijks 1.900, welke deels naar de naburige dorpen gezonden worden. Enkele Duitsche soldaten vergezellen die ongelukkigen, die op hunne karren en wagens, al wat zij hebben kunnen redden van eetwaren en kledingstukken mee voeren. Vliegers in den namiddag. Rond 4 uren, brengt, per automobiel, baron Steenhove de onverwachte tijding dat de vrede in aantocht is... . Brouwer J. De Smedt, die van Brussel komt, bevestigt dit nieuws. De kinderen doorlopen het dorp al zingende. Men zegt dat deze nacht het D. Bestuur Brussel verlaat. Als 't maar waar is ?

Vrijdag 11 Oktober.

Men vertelt dat Brussel en Laken bevlagd zijn, er dat gisteren gemanifesteerd werd in de Nieuwstraat! Eenige huizen (dat van de Brouwer het eerst) bevlagd in het Dorp. De D., na per telefoon naar hooger hand gevraagd te hebben, doen de vlaggen intrekken. Nog 230 vluchtelingen komen aan. Grof geschut in de verte.

Zaterdag 12 Oktober.

Kalme dag. De gemoederen wat gekoeld. Er zijn op 't ogenblik rond 800 vluchtelingen in Opwijck.

Zondag 13 Oktober.

Droef nieuws. Jan Buggenhout den 11 September bezweken aan eene besmettelijke koorts in Frankrijk, toen hij het huwelijk ging bijwonen van zijnen vriend Eug. Van den Broeck (Mer s. Loire).

Zondag 17 Oktober.

De ganse kouter tusschen d'Hulst en de Hollestraat moet platgemaakt worden voor een vliegplein. D. met opgeëischte Opwijckenaars aan 't werk. Te Assche worden rond 200 mannen opgeëischt voor dwangarbeid. Eene boet van 20.000 m. aan Assche opgelegd.

Vrijdag 18 Oktober.

Nieuwe vluchtelingen aangekondigd. We vernemen 's avonds dat Brugge, Oostende, Rijsel, etc. in onze handen zijn. Laus Deo!

Zaterdag 19 Oktober.

Altijd goed nieuws. Gansch W. Vlaanderen, Roubaix, Tourcoing geruimd.

Zondag 20 Oktober.

Doortocht van Duitsche wagens, automobiles komende van Waasmunster. Ze trekken, zeggen ze, naar het kamp van Erps-Kwerps.

Maandag 21 Oktober.

Twee D. officieren bezichtigen het Gesticht. Voor welk doel?

Dynsdag 22 Oktober.

De D. officiers komen 's morgens terug. Ze willen hier hun drukkerij (service cartographique) vestigen met 160 soldaten. De Duitschers bedreigen de bevolking, zeggende dat allen naar Holland zullen verplaatst worden.

Woensdag 23 Oktober.

Deze avond komen hier aan vier zware wagens met allerlei materialen en ongeveer 15 soldaten aan. Ze komen van Sotteghem, waar ze maar 5 dagen verbleven. Ze trekken achteruit!

Donderdag 24 Oktober.

De klassen en de woning moeten ontruimd worden en de leerlingen weggezonden op staande voet. Groote herrewar en verhuizing de ganse dag. De familie Vereertbrugghen-De Coster met hun dienstboden helpen ons zeer bereidwillig. In de avond aankomst van nog 3 wagens, etc.

Vrijdag 25 Oktober.

De D. vertellen dat de Bondgenoten teruggeslagen werden op Kortrijk. Zij gaan met al hun materiaal terug naar Sotteghem, zeggen zij... Maar 's avonds komt er ander nieuws...

Zaterdag 26 Oktober.

Alleman tusschen 15 en 50 jaren moet nogmaals, op 't Gemeentehuis, bewijs geven van zijn bezigheden. Niemand neemt nog acht op D. bevelen. Deze D., die gansch het huis, op twee a drie plaatsen na bezetten, steken hun vuur aan in de keuken met Etat-Major-kaarten... ze hebben ze niet meer nodig!

Zondag 27 Oktober.

Het getal nieuwe vluchtelingen deze laatste dagen hier geherbergd bedraagt heden 550. Doch dagelijks, trekken nieuwe zwervers hier voorbij, meestal jongelingen van 15 a 20 jaren oud. In de namiddag, aankomst van D. soldaten. Altijd maar achteruit...

Maandag 28 Oktober.

'Het Vaderland', hollandsche gazet, drukt 'en manchette': 'De zware lijdensweg van den D. Keizer'. In den Reichsdag wordt van 's keizers ontslag gewaagd. Ludendorf ook zou zijn ontslag gegeven hebben... . Jan en Joseph, en anderen gaan naar het D. vliegplein van Bollebeek zien. Rond 3 uren aankomst van talrijke D. automobiles en soldaten. Daar het pensionaat reeds volzet is, kampen zij op de koer voor de gemeenteschool, waarvan de afsluitingsmuur afgeslagen wordt. Al de huizen van de gebuurte vol D. De soldatenkeuken bij J. Wijnants 'qui n'est pas content ah non ca! podoren!. Overal, in de naburige dorpen, onverpoosde doortocht van D. troepen en krijgsmateriaal. Ook de Duitsche Burgemeester van Merchtem, Jean De Roy, en anderen nog, filent... Bon voyage.

Dynsdag 29 Oktober.

Wandeling, met Joseph, naar 't vliegplein van Bollebeek. Verblijven nu in Opwijck a) de cartographische dienst (pensionaat) b) de afdeling van het reeds aangelegd vliegplein c) de bakkerij (Meisjesschool en de naburige weide) d) de krachtwagen afdeling automobiles (Jongensschool). Eene artillerie afdeling aangekomen. Een observatiepost op de kerk van Peiseghem...

WOENSDAG 30 Oktober.

Bommen op de statie van Denderleeuw. Een zestigtal aftrekkende wagens door het Dorp. De D. vertellen dat de cartografische dienst naar Vilvoorde wordt overgebracht en dat artilleristen hun plaats zullen nemen. Sotteghem, Opwijck, Vilvoorde... Ze gaan snel achteruit...

Donderdag 31 October.

Aankomst van 160 vluchtelingen uit Moen (W. Vl.) Rampzalig volk, vele kinderen en zieke jonge vrouwen. 's Avonds, bij Lissens, zingen D. lummels luidkeels de Marseillaise...

Vrijdag 1 November (Allerheiligen).

Volk 'ex omnibus gentibus' dwaalt droevig door de straten van het dorp. Verbod de klokken te luiden. De Duitsche officieren van den cartografische dienst komen hier eindelijk aan, doch zullen maar 2 dagen blijven, zeggen ze. Feitelijk heeft die dienst hier niets verricht. In de namiddag rijden hier een twintigtal jonge D. voorbij, scharrelings gezeten op een groot kanon. Hoe plezierig! Het getal vluchtelingen, in Opwijck geherbergd, beloopt heden op 855.

Zaterdag 2 November (Allerzielen).

De D. bakkerij, met veldkeuken, vestigen zich in 't pensionaat, zonder iemand te kennen. Slecht volk! Een deel der cartographisten is reeds gisteren vertrokken, de anderen (namelijk Max, die ons duitsche Etat-maj. kaarten bezorgde) vertrekken maandag. 't Waren in 't algemeen fatsoenlijke jongens, die hier geen schade verwekten. 's Avonds aankomst van 150 vluchtelingen uit Roubaix, Roncq, etc. (lastige gasten, meestal socialisten).

Zondag, 3 November.

Wereldnieuws op arendsvleugelen: Revolutie in Oostenrijk-Hongarije - Finis Austria! Overgaaf der Turken - Koning Ferdinand van Bulgarië op vlucht. Droeve doortocht van vluchtelingen, aangebracht door boeren van Mazel en van Asse. De Duitschers kondigen nog de aankomst aan van 1.800 vluchtelingen.

Maandag 4 November.

Het regent vluchtelingen. Asse, Ternath, etc. zenden ons al dat volk dat ze niet meer kunnen herbergen, meestal mannen van Roubaix en Tourcoing. De Sint Pauluszaal waar al dat volk nestelt wordt geplunderd. De costumes van den tooneelkring namelijk werden meegenomen, schermen en decors aan stukken gescheurd. Weinig interessante kerels die wij nu moeten herbergen, niet veel beter dan de Duitschers...

Dynsdag 5 November.

Droevige dag. Onophoudende regen. Het dorp vol vreemdelingen. De Duitschers bezetten al de scholen en publieke gebouwen. 's Avonds geen licht.

Woensdag 6 November.

Altijd regen, de gansche dag. Groote duitsche vrachtautomobiles op de koer van de Gemeenteschool. De muur van de speelplaats verder omvergeworpen... Rond de 200 geroofde melkkoeien trekken voorbij Droeshout. Rooftocht bij hunnen inval in België, rooftocht bij het achteruittrekken!... 's Avonds geen licht. ''t licht kapot, Duitsch-land kapot', roept een Duitscher. Later in den nacht, toch licht.

Donderdag 7 November.

De leden van S. Vinc. doen hunnen jaarlijkse rondgang, ondanks regen en allerlei hindernissen. 's Morgens doortocht (naar Brussel) van een dertigtal D. wagens, van het bataillon van de 'schurfte' peerden. De laatste bewakers van de cartografische dienst (Maksken en Langoor) verlaten het gesticht. Verder, de gansche dag doortocht (richting Merchtem) van D. vrachtwagens, gecamoufleerde kanons, caissons, ontredderde troepen, enz. Zowel in het Dorp als op de kasseide van Droeshout. Men zegt dat na 7 uur niemand op straat mag komen, daar gansche divisies op aftocht zijn. Décidément, c'est la délandade. Het getal vluchtelingen beloopt heden op 1677.

Vrijdag 8 November.

't Regent. Treurig, met valsche, venijnige blikken, trekken de Duitschers voorbij, met nen vuilen staart tusschen hun ruige pooten. Rond de middag vallen een honderdtal D., echte beren, in het Pensionaat. De bakkers wezen hun den weg. Drij snotneuzen van officiers vragen dreigend naar al de sleutels. Ik keer hen den rug. Ze caseeren zich eindelijk in de veranda. Acht mannen, gevaarlijke kerels, de slechtste die we ooit zagen, maken zich meester, bij ons te huis, van twee slaapkamers en den zolder. Wij beleven een angstvolle nacht. Wat zal het morgen zijn?

Zaterdag 9 November.

's Middags, aankomst van pioniers, met tros. Onze refter en klassen worden bezet. Massa wagens op aftocht, en ten laatste eene voiture, vol vluchtende officiers, met eenen ezel bespannen. Meer dan 200 melkkoeien, in Lede en omstreken geroofd, worden door de D. op de weide van Staas ('t Rot) geplaatst. Smokkelaars en helaas! ook boeren komen 's avonds in onderhandeling met de D. om de geroofde dieren aan een spotprijs te koopen. Wel is het peil van eerlijkheid, van oude deftigheid laag gezonken. Juist lijk in het begin van den oorlog, plunderen ontaarde belgen (die morgen het groot woord zullen voeren!) mee met de vijand. 't Is ontzaggelijk wat men deze laatste dagen hout gestolen heeft. In het pensionaat dreigt een D. met een bijl, de deur van de kapel open te kappen. Doch waagt het niet verder. Rond 3 uren: het schijnt dat gansch Duitschland in revolutie is, en de keizer op vlucht. Maandag aanstaande moet Duitschland, dat de wapenstilstand vraagt, uitspraak doen over de voorwaarden door de Bondgenoten gesteld. Akelige avond. Losbandige D. brullen de Marseillaise op de straten. Het gezag van de officiers miskend. In al de huizen van het dorp nestelen Duitschers, van de slechtste soort. De pioniers bij ons ingedrongen, behooren tot de saksische divisie die in 1914 Dinant vernielden, volgens hun eigen bekentenis. Ah! Waren onze zegepralende belgische jongens hier!!

Zondag 10 November.

Onze pioniers vertrekken voor 2 dagen, zeggen ze, naar Wieze, maar moeten hunne kamers behouden. Het nieuws van gisteren bevestigd. Socialistische gistingen tusschen de soldaten. Er broeit iets. Gansch den dag, ellendige doortocht van wagens, afgebeulde peerden, ontredderde troepen, koeien aan wagens gebonden, karrekens met geroofde meubelen. Sedert den vroege morgen, geweldige ontploffingen (veroorzaakt door opgeblazen munitiedepôts). 's Avonds gedurig gebel van jonge dutsen van officiers die 'smekend' naar een klein plaatsje vragen om veilig te kunnen slapen. 't Schijnt dat de D. soldaten in Brussel in volle revolutie zijn, hunne geweren breken, hun officiers tergend aanvallen en achter roode vlaggen de Marseillaise en de Internationale huilen. Onze beren zijn naar Wieze, wij zullen dezen nacht gerust mogen slapen. Morgen moeten de D. den nek buigen en de eischen van den Wapenstilstand tekenen. Na lang lijden, komt verblijden en wij zingen vol hoop: Dan zal de beiaard spelen! ...

Maandag 11 November (St. Maarten, patroon van Frankrijk).

Ja! dan zal de beiaard spelen: de voorwaarden van de wapenstilstand, de 'waffenstilstandsbedingungen' worden door het hoveerdige Duitschland getekend. Terwijl nog steeds verslagen troepen achteruitwijken, ga ik langs Wemmel naar Brussel. Ik stap af, in de avond, Sainteletteplaats. De tram rijdt niet verder. Brussel is overgeleverd aan de roode soldaten. In de verte, over de stad, gedurig geknetter van geweren en mitrailleuren. Langs de eenzame, verlaten straten, geraak ik gelukkiglijk in veiligheid bij Van Bever (Vl. Steenweg). Te Opwijck ook woelige avond. Gezang en getier van dronken soldaten. De saksische beren, houden kot bij Piots, en slagen alles aan stuk. Daarna trekken zij naar de villa Wijnants, niettegenstaande de aanwezigheid van hoogen officiers. Een gevecht breekt los, een D. gewond, sterft eenige uren daarna tengevolge van de wonde. Hij wordt 's anderendaags met twee anderen, gestorven ik weet niet hoe, op het ongewijd deel van het kerkhof begraven.

Dynsdag 12 November.

In Brussel is nu weer alles stil. E finita la comedia. De D. beginnen de hoofdstad te ruimen. 't Zou er stinken, moesten nu de Belgen komen. Op de kassei Wemmel, Merchtem, Opwijck, ontmoet ik aanhoudend achteruittrekkende troepen. 't Wordt waarlijk grappig. De weiden rond Merchtem staan vol kanons en munitiewagens. Hier en daar kudden gestolen vee: ze moeten immers 'essen'. Te Opwijck zijn onze beren, bij mij in 't pensionaat vertrokken. Kamers en zalen in eenen onbeschrijfelijke staat van vuilnis en verwoesting. Zij laten veel buit achter, voituren, materiaal, helmen, boeken, wat weet ik al. Doch zij worden nog dezelfden avond vervangen door grenadiers in het pensionaat, en door schutzers (?) in het Dorp. Wij logeeren 2 officiers, tusschen dewelke een zieke. Een bejaarde officier, vergezeld van zijn drie zonen, smeekt ook om een plaatsje. Ontploffingen in de richting Assche.

Woensdag 13 November.

De D. hebben gisteren avond, moedwillig, een munitietrein doen springen in de statie van Asse. Gansch de statiestraat verwoest. Hetzelfde lot bedreigt Opwijck. In de statie staan 30 wagons met allerlei munitie. Op de koer van 't pensionaat staan ook munitiefourgons, waarvan de wielen onbruikbaar gemaakt werden. De D. bakkers, die nog altijd in 't pensionaat logeren, zoeken moeilijkheden. Bijeenscholingen van roode menners (mariniers) die de soldaten zoeken op te hitsen. In den avond verkopen zij aan de poort van 't pensionaat schoenen, sargiën, kachels, planken, allerlei geroofd goed... Kruiwagens van 't pensionaat verdwijnen, waarschijnlijk opgeëist door Opwijcksche roovers, om den buit weg te voeren. In den namiddag verneem ik gevalliglijk bij Vermeir, Nijverseel, dat de belgische driekleur te Grembergen wappert, en dat morgen de laatste Duitschers Dendermonde verlaten. Te Molhem deed een Duitscher gisteren een bom ontploffen, enige kinderen werden gedood.

Donderdag 14 November.

Quelle l'horrible cauchemar! Gisteren avond ging de zon onder in eenen gloed van vuur en bloed. Zal de zon van heden onze bevrijding, onze verlossing beschijnen? Ellendige D. troepen (infanterie en gecamoufleerde artillerie) trekken door het Dorp van 10 tot 12 uren. Men zou zeggen een vluchtende roversbende. De laatste D. die in het gesticht verbleven willen een gestolen wagen uit de Vlaanderen en de estrade van de klas wegvoeren om die aan een of anderen Opwijckschen dief te verkoopen. Wij verzetten er ons stellig tegen en zij durven niet verder vooruitgaan... Rond middag verlaten de laatsten, met venijnige blikken, het Gesticht. De groote poort wordt onmiddellijk op slot gedaan. Rond 10½ terugkomst van Jeanne en Gabrielle. Zij verhalen geestdriftig de aankomst te Grembergen gisteren van een automobile met franse officiers en een andere met Duitsche officiers die, nu de wapenstilstand geteekend is, zekere zaken moeten afstaan. Onbeschrijfelijk gejuich en gewoel van het Grembergsche volk. Fransche en Duitsche officiers worden door tante Gabrielle in het huis van den burgemeester gebracht, waar de overgaaf moet plaats nemen in de salon. Vertrek van de D. onder het gehuil van het volk. De franse officiers, na het middagmaal gebruikt te hebben, vertrekken op hunne beurt, hartelijk toegejuicht door de bevolking. De laatste D. soldaten verlaten Opwijck rond vier uren. Zij dragen de minachting, den haat, den vloek mede van degenen die zij, vier jaar lang, verdrukt en getergd hebben. Ze zijn weg, en zie, daar is de eerste Opwijcksche soldaat in zijn geboortedorp terug: zekere De Coster uit de Broekstraat. De brave jongen brengt zijn eerste bezoek aan het graf zijner moeder, onder den oorlog gestorven. Ze zijn weg, doch er hangt nog iets dreigend over Opwijck. De D. laten in de statie, benevens voorraad van allen aard, 30 wagons met oorlogsmunitie. Men vreest voor plunderingen en voor ontploffingen... Geen licht meer! In de valavond komen hier zes italiaansche soldaten aan: met pak en zak. Zij waren in Vilvoorden geïnterneerd en werden door de D. losgelaten. Zij logeren bij de voornaamste inwoners (bij ons: Nicola Genitori van Brindisi).

Vrijdag 15 November. (S. Leopold).

Zij zijn weg! Overal wappert de nationale vlag. 't Is prinskensdag. 't Is victorie in gansch Vlaanderland. Ik vergezel 's morgens de zes italianen naar het Eeksken: ik ben weer in mijn italiaans element, en spreek tamelijk vlot met die brave jongens. Algemene opkuisch in het pensionaat. Hoe walgelijk vuil! Wat beestig volk heeft hier genesteld. Wij bestatigen de stelselmatige vernietiging van schoolmateriaal en beddegerief. In de hoeve zijn twee kruiwagens verdwenen. Nu, tot daar, ze zijn weg en weg voor altijd, dat is de groote zaak. Aankomst van Louis Geeurickx, Aloïs De Smedt en andere Opwijcksche soldaten. De harmonie vergadert de eerste maal na 4½ jaren. Serenades worden gebracht aan onze terugkeerende soldaten. Helaas! Menige traan wordt in stilte gestort. Een dertigtal onzer jongens zullen niet meer terugkeren. De collectie 'De Stem uit Opwijck', soldatenblad wordt mij eerst ter hand gesteld. In den namiddag trekken Jeanne en Gabrielle met Julienne terug naar Grembergen.

Zaterdag 16 November.

Eerste Belgische patrouilles in Opwijck. Nog geene bestendige troepen in Dendermonde, slechts gendarmen. Verschrikkelijke ontploffingen gisteren of eergisteren in Capellen op den Bosch: 21 dooden. Hetzelfde gevaar bedreigt Opwijck. Terugkeer van Jeanne en Gabrielle uit Grembergen. Charles R. is in Smetlede aangekomen, hij brengt nieuws van Léon met portretten. Terugkeer van Constant L. uit Mechelen. Bezoek van de Lintelo's: verdere ontploffingen doen de ruiten van de veranda rammelen.

Zondag 17 November.

Plechtige Hoogmis en Te Deum. Stoet rond het Dorp. De clergé, de gemeenteraad (uitgen. Jos. Wijnants) en veel volk nemen deel aan die plechtigheden. Een soldaat uit de Breestraat (Marivoet) brengt nieuws van Léon, die hij dezen morgen te Drongen (bij Gent) gezien heeft. Ontploffingen in Brussel statie, Haeren, enz. Joseph, Constant en Marie naar Grembergen. Oh! Het blijde wederzien...

Maandag 18 November.

Men gaat voort met den opkuisch van het pensionaat. 't Zal lang duren. De eerste Belg. gendarmes in Opwijck. 't Is nodig. In de statie wordt methodisch geplunderd. In Grembergen aankomst van generaal Bourain met staf. Aankomst ook te Grembergen per automobil van generaal Michel, opzettelijk om een bezoek te brengen aan de familie de Waepenaert. Hij vraagt nieuws over de oude familieportretten, over de eiken kast en... over onze kleine Gabrielle!...

Dynsdag 19 November.

Begrafenis te Merchtem van onze goede nicht De Donder. Ontmoeten onverwachts, als wij met het lijk op de Wolvertemsche kassei aankomen, eene voorwacht Belgische chasseurs te peerd, - de eerste die wij zagen. Later, te 11 u., juist als de lijkstoet uit de kerk stapt, prachtige défilé van chasseurs en lanciers, die allen het lijk groeten. Ik breng een bezoek van deelneming aan de familie Knaeps en De Winde. Ontmoeten nog Italianen, liberati ma non excapati uit Vilvoorde, verder een fransch soldaat. Constant en Jeanne komen terug, Léon is in Meerendre (4e leger, gen. Michel).

Woensdag 20 November.

Jan en Constance naar Grembergen. Rond 11 uren, aankomst in Opwijck Dorp, onder algemeen gejuich en het luiden van de grote bromklok van het 11e linie (Colonel Verreycken) en een groep artillerie. Te 3 uren, plechtige ontvangst van de officieren, met vaandel, in het Gemeentehuis. In plaats van de heer Burgemeester (afwezig, op reis naar Antwerpen), op verzoek van de twee schepenen, doe ik de aanspraak. Groote volksbetoging voor het Gemeentehuis, en rond het Dorp, met de harmonie vooraan. Ik breng met den kolonel en enige officieren een bezoek aan het graf van De Keersmaeker, en van de, te Opwijck, gesneuvelde soldaten.

Donderdag 21 November.

Onze neef Charles Rubbens, die met zijn compagnie in Mazel legert, brengt ons een bezoek. Rond 10 uur, terugkeer van onze Léon met Jan en Constance. 't Is volle vreugde in huis. 11 uren. Aankomst van 14e en 19e Linie en artillerie, die hier twee dagen moeten verblijven. - Bezoek van Eug. Van den Broeck en van onzen oud-leerling, luitenant Robeyns in het pensionaat. Het muziek van het 14e luiksche bezet het Gesticht. De kolonel t'Serstevens (die te Grembergen verbleef begin oct. 1914) bij ons ingekwartierd. Die man voelt zich seffens thuis. 14 uur, even als gisteren, plechtige ontvangst van de staf en officieren op het Gemeentehuis - Mijnheer de Burgemeester doet de aanspraak in het Vlaamsch (vertaling van de aanspraak die ik daags te voren in het fransch deed, daar de heer kolonel geen vlaamsch verstond). De kolonel antwoordt, met donderende stem in zuiver vlaamsch (aanspraak door onzen Jozeph opgesteld). Nogmaals geestdriftige volksbetooging. De harmonie aan 't hoofd, rond het Dorp. Peer De Block weent van aandoening. Vrolijke zangavond bij ons, met kolonel t'Serstevens, eenige officieren en onze teruggekeerde Leon, Charles en Scheutisten.

Vrijdag 22 November (St. Cecilia).

Blijde intrede van koning Albert in Brussel. Van 's morgens vroeg zijn reeds kolonel t'Serstevens en de meeste officiers naar de hoofdstad vertrokken. Vele Opwijckenaars, onder andere P. De Block, pogen te voet Brussel te bereiken; maar reeds te Berchem is er geen middel meer verder te gaan, zoo druk is de menigte. Wij bestatigen intusschen dat de luiksche muzikanten terwijl wij afwezig waren, in het pensionaat, als ware bandieten handelen. Die 'embusqués', die nooit de vijand zagen, doch die hier eenige geestelijken (E.H. Abbé, Constant, enz.) zagen en meenden in een geestelijk college te zijn, vonden het nodig aan hunne antiklerikale gevoelens lucht te geven. Koffers van leerlingen werden opengebroken en menig voorwerp geroofd - de gedenkenissen van den gesneuvelde Dhaese, die na de oorlog aan de ouders moesten teruggeschonken worden, werden geplunderd, al de herinneringen aan de oorlog (duitsche helmen, enz.) die ik verzameld had, moedwillig vernietigd, enz. Heldendaden aan waalse embusqués, die venijnig naar onze vlaamse soldaten opkijken en morgen als de grote overwinnaars in Luik zullen binnentreden... Dezen nacht poogden zij de wijnkelder te plunderen. Doch M. Abbé en tante Pauline waakten. Zij werden betrapt en moesten, beschaamd tot over de oren, achteruit... Te 3 uur, vertrek van Léon met Jan en Constant (en Black) naar Lippelo, waar hij zijn regiment moet vervoegen. Doch het regiment is nog achter, en zij gaan met drij (en Black) naar Grembergen vernachten. Kolonel tSersteven en Lt. Massart, van Brussel teruggekeerd, deelen ons 's avonds hun indrukken over 's konings zegenpralende intrede mede. Groote historische triomfdag, ja, - nochtans, vergezeld van eerste droevige verrassing, die waarschijnlijk in de toekomst noodlottige gevolgen zal hebben. Koning Albert, in zijne troonrede, hem opgedrongen door de 'mannen van Lophem', kondigt het zuiver algemeen stemrecht op 21 jarige ouderdom af. En de Grondwet? Bij die onverwachte verklaring voelden vele senateurs en volksvertegenwoordigers zich het hart toegestampt. Socialisten en liberalen juichten toe, natuurlijk... Het wijs bestuur, dat sedert 1884 de voorspoed van ons vaderland verzekerde en het beschutte tegen de aanvallen van het socialisme, treedt definitief af. Een bestuur, tripartite, dat de gewichtige ministeries van Openbare Werken, van Bevoorrading, enz. aan socialisten toevertrouwt, wordt aangesteld, onder voorzitterschap van zekeren Lacroix.

Zaterdag 23 November.

Te Deum in Sint Goedelekerk te Brussel. Te 9 uur, vertrek van 14e Linie, enz. Terugkeer van Jan en Constant uit Grembergen. Léon vertrekt uit Grembergen naar Willebroek, en zal in 't voorbijgaan bij E.H. Anthonis, Blaesvelt, iets nemen.

Zondag 24 November.

Artillerie in Opwijck. Majoor Thomas en lt. Ubach logeren bij ons. Westvlaamse vluchtelingen, uit Noordelijk Br. terugkeerende, moeten te Opwijck blijven, daar Aalst niemand meer doorlaat.

Maandag 25 November.

De artillerie (Thomas) vertrekt naar Grimbergen - andere batteries trekken door Opwijck. Bezoek an een oudleerling, Hendrickx, artilleur. Einde van het verlof van Constant.

Vrijdag 29 November.

De post komt voor de eerste maal sedert de wapenstilstand: twee brieven van Paul van 8 en 14 November 1914 en een van Léon uit Aultre, en... een duitsch telegram uit Antwerpen. Dezen avond hebben wij weer licht (electr.). Rond 1.100 vluchtelingen zijn sedert twee weken vertrokken. Er blijven er nog 5 à 600.

Maandag 2 December.

Heropening van de klassen in het pensionaat. Gabr. volgt de leergangen. De ordonnance van Paul vertelt te Grembergen dat Paul zinnens was de 2 December te vertrekken.

Dynsdag 3 December.

Lijkdienst van Jozef Crispianus Abbeloos-Costers, op Allerzielen, te Oost-Winckele gesneuveld.

Donderdag 5 December.

Eerste geïnterneerden (hazen) uit Holland terug.

Vrijdag 6 December.

Laatste der 9 eerste vrijdagen, door de bisschoppen van België voorgeschreven. Het land is vrij! Ere aan het H. Hart en dankzegging. Vergadering van het Komiteit te Assche. Zitting, in mijne afwezigheid, van de gemeenteraad. Nogmaals, ellendig geraas van J. Wijnants: Niets verricht... 'Maintenant', schreef M. Boret, oud fr. minister, 'maintenant que la guerre est finie, que le danger est passé et les professeurs de vertus peuvent discuter les methodes... Dès qu'il s'agit d'affaires publiques, les donneurs de conseils sont nombreux et tous prétendent être écoutés. Ou, certains parlent pour avoir une excuse pour ne pas agir et pour empêcher tout action autour d'eux'. Daar hoeft niets bijgevoegd.

Maandag 9 December.

's Avonds uitvoering in den familiekring van 'Gloria flori' van Gust De Boeck... Ineens, ongemeen gehuil van Black in het achterhuis. Er wordt op het waterblad geklopt... Paul is daar! Ja, 't is hij, die met pak en zak te voet van Dendermonde komt... Welk oogenblik! Na tante Pauline, Mr. Abbé, geburen komen toegesneld. God zij dank! Niettegenstaande honderden gevaren, al onze kinderen en bloedverwanten komen ongedeerd terug! Daarna wordt de reiszak, de zware kostbare reiszak gemoedelijk uitgepakt. Herinneringen aan verleden smartvolle tijden: de brieven die Leo vanuit de loopgraven naar Paul zond, brieven van L. Geeurickx, van Jan Buggenhout, al onze brieven die, God weet langs waar, Paul kwamen vinden en opbeuren, de volledige verzameling van het soldatenblaadje 'De Stem uit Opwijck', photographies, schetsen, croquis door Paul genomen, enz... Tot laat in de avond, vieren wij vroolijk de blijde terugkeer. Spijtig dat ook Leo en Constant hier niet zijn.

Woensdag 11 December.

Wij vieren 's avonds St. Constant. Spijtig dat onze Constant de toelating niet kreeg zijn broeder die binnen weinige dagen terug naar Port Villez vertrekt, te komen omhelzen.

Donderdag 12 December.

Het regent. Paul en Jan naar Grembergen. Leon vertrekt heden (met Marie) naar Duitschland.

Zaterdag 14 December.

Paul en Jozef naar Mechelen met Constant. Er zijn nog steeds 360 vluchtelingen in Opwijck.

Dynsdag 17 December.

Eerste zitting, na den oorlog, van de provincieraad. De trein Brussel-Dendermonde rijdt voor de eerste maal.

Woensdag 25 December.

Groote, druk bijgewoonde, algemeene vergadering van het Genootschap van de H. V. à Paulo. Ik geef nogmaals verslag van hetgeen de werkende leden en het Steunkomiteit gesticht en verwezenlijkt hebben; van het goede ook dat onze werkende en eerleden (L. Geeurickx, Jan Buggenhout, Paul Lindemans, Eug. Van den Broeck, Al. De Smedt) aan het front met hun soldatenbladje 'De Stem uit Opwijck' hebben te weeg gebracht. Ten slotte doe ik onzen koning en zijn dapper, zegepralend leger geestdriftig toejuichen (zie breedvoerig verslag).

Maandag 30 December.

Vergadering te Assche, van het Bestuur van de Kath. Bond (weinig talrijk) en van het Davidsfonds (id.). Wij protesteren tegen woorden in het comité van Brussel (Patria) en die de zienswijze van Brusselse patriotards en hun fransquillons weergeven. 'En voilà qui n'auront plus grand chose à dire après la guerre: les flamands et les paysans'. 't Is zoo dat die heren hunne best, hunne getrouwste vrienden, over boord werpen. Dit protest, in het verslag van de zitting aangetekend, zal naar de Kath. Ass. gestuurd worden.

Dynsdag 31 December.

Laatste dag van het 'wonderjaar 1918'. Danken wij nogmaals God die onze familie zichtbaar beschermde gedurende dezen oorlog. De oorlogsjaren zijn voorbij. Doch dreigende wolken dagen op in de verte. Men wil vrede stichten. Doch men verwerpt in de hoge diplomatieke wereld het pauselijk gezag. De joodse financiers, de vrijmetselarij en het internationaal socialisme spelen nu den hoofdrol. Er zijn menschen die dat niet zien, of niet willen zien... Het Belgisch ministerie, onder geleide van Lacroix, laat zich foppen in de 'hooge prijzen' door de socialisten. De brusselsche 'patriotards', die gedurende den oorlog reeds de vlamingen verdacht maakten, hitsen het domme brusselse volk op tegen de 'flamboches', meenende deze maal voorgoed de vlaamsche zaak te verwurgen... Ze kunnen moeilijk verkroppen dat 80% onzer soldaten aan den Ijzer, vlamingen waren. Wat erger is, de katholieke geest gaat uit 't volk. Men wordt onverschillig. Men luistert niet meer naar de oude, bezadigde, voorzichtige onbaatzuchtige beheerders van voorheen. Nieuwe rijken, oorlogssmokkelaars, leveranciers van de Duitschers hebben nu het groot woord. Neen, de toekomst blijft onzeker. En wij zijn geneigd, bij het sluiten van dit oorlogsdagboek, de hulpe Gods nogmaals in te roepen: 'Mane nobiscum, Domine, quoniam ad vesperoscit'. 'Blijf bij ons, Heer, want het wordt avond!!'.


www.heemkringopwijk.be - Print:
© Heemkring Opwijk-Mazenzele (HOM) 1999-2010 

 

Door een bezoek aan de site van de adverteerder (klikken op deze banners) en eventueel met de adverteerder te handelen ontvangt de HOM een kleine vergoeding die gebruikt wordt voor de instandhouding (domeinnaam, hosting, ...) en de uitbreiding van deze website. Beste dank hiervoor.
De externe pagina opent zich in een nieuw venster. Om terug te keren naar de HOM-pagina: klik op de X van de browsertitelbalk (uiterst rechts boven).
De publiciteitsbanners en deze tekst worden niet afgedrukt.