HOM - Heemkundige bijdragen
Verschenen in het HOM-tijdschrift 1996-2/3, pag. 9-14.
Uittreksel uit tentoonstellingsgids '1938-'46. Een beroerde tijd', 2-11 september 1994.


III. Aanloop tot de tweede wereldoorlog

Internationale ontspanning

Het einde van de jaren twintig vormde een hoogtepunt inzake internationale ontspanning. Zo had het Briand-Kelloopact van 1928 de oorlog buiten de wet gesteld. Reeds in 1925 was het internationaal klimaat gevoelig verbeterd door het sluiten van het Locarno-pact tussen Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en België; hierdoor werden o.m. de bestaande Frans-Duitse en Belgisch-Duitse grenzen door de staten erkend en gegarandeerd. Bovendien maakte de Volkenbond een begin met de voorbereiding van een Internationale Ontwapeningsconferentie.

Verstoorde vrede

In de loop van de jaren dertig werd de détente evenwel verstoord door de acties van een aantal staten die door de economische crisis bijzonder hard waren getroffen. Aldus zocht Japan vanaf 1931 expansie ten koste van China. De Volkenbond veroordeelde de actie, maar daar bleef het bij; het collectieve veiligheidssysteem trad niet in werking. Wanneer het fascistisch Italië in 1935 Ethiopië binnenviel, legde de Volkenbond slechts economische sancties op. Ze hinderden de Italiaanse verovering nauwelijks.
Ondertussen was in Duitsland met Hitler een nationaal-socialistisch regime tot stand gekomen dat ernaar streefde van de verliezer van de Eerste Wereldoorlog opnieuw een grootmacht te maken. Duitsland trok zich terug uit de Ontwapeningsconferentie en de Volkenbond; tegen het Verdrag van Versailles in, begon Hitler heimelijk te herbewapenen. De aanhechting van het Saargebied begin 1935 was nog het gevolg van een in Versailles overeengekomen plebisciet, doch zowel de openlijke verklaring tot herbewapening in maart 1935 als de bezetting van het gedemilitariseerde Rijnland op 7 maart 1936 betekenden een schending van de naoorlogse vredesverdragen. Groot-Brittannië en Frankrijk deinsden evenwel terug voor een mogelijk conflict zodat er noch in het kader van Locarno, noch in Volkenbondsverband militair tegen Duitsland werd opgetreden. Met het oog op de inperking van de naoorlogse Franse dominantie in Europa was Groot-Brittannië een zekere Duitse heropstanding aanvankelijk trouwens niet ongenegen. Hoewel Frankrijk ernstiger bedreigd door het Duitse optreden voelde het zich niet bij machte om te reageren zonder Britse steun, zelfs al had het in mei 1935 een bijstandsverdrag met de Sovjet-Unie gesloten.

Burgeroorlog in Spanje

Het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog in juli 1936, waarbij de Nationalistische troepen van generaal Franco tegenover deze van de wettige Volksfrontregering kwamen te staan, zorgde voor nieuwe internationale spanningen. Franco kon immers rekenen op grootscheepse militaire steun van Duitsland en Italië. Maar zelfs de Franse Volksfrontregering -aan de macht sinds juni 1936- ondervond te veel tegenwerking om Madrid doeltreffend te kunnen helpen. In tegenstelling met de ondersteuning vanwege de Sovjetunie ten voordele van de Republikeinen legde Frankrijk zich neer bij het door de Britten voorgestane beleid van non-interventie.

'Anschluss' van Oostenrijk, de Sudetenkwestie en het verdrag van München

Op 13 maart 1938 kon Hitler ongestraft Oostenrijk bij Duitsland aanhechten onder de naam Ostmark- een actie die een nieuwe schending van het Verdrag van Versailles inhield. Tegen die tijd was de Volkenbond op sterven na dood; voor de uitholling van het collectieve veiligheidsbeginsel droegen Britten en Fransen de hoofdverantwoordelijkheid. Vooraanstaande conservatieve Britse kringen -waartoe premier Neville Chamberlain behoorde- waren er trouwens van overtuigd dat bepaalde grieven van Hitler tegen Versailles gerechtvaardigd waren. Ook Franse behoudsgezinde elementen toonden zich bereid om in zekere mate aan Duitsland tegemoet te komen. Zo kon Hitler het argument van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren uitspelen met het oog op de ontmanteling van Tsjechoslowakije.
Gedurende de lente en zomer van 1938 liet hij de autonomistische eisen van de Sudetenduitsers ten aanzien van de Tsjechoslowaakse regering stelselmatig opdrijven, tot en met de aansluiting van het Sudetenland bij Duitsland zelf. Gezien de Tsjechoslowaakse grenzen gewaarborgd werden door Frankrijk leek een Europese oorlog midden 1938 onafwendbaar. De afloop van de crisis vormde het hoogtepunt van het Westerse Appeasementsbeleid: onder druk van Groot-Brittannië en Frankrijk -de eigen bondgenoten!- werd Tsjecho-Slowakije gedwongen de Sude-tenduitse gebieden af te staan aan het Derde Rijk. De overeenkomst ontstond in de nacht van 29 op 30 september te München tussen Hitler, Mussolini, Chamberlain en Daladier. Tsjecho-Slowakije en de Sovjet-Unie, die gebonden was militaire assistentie aan Praag te verlenen indien Frankrijk daartoe het voorbeeld gaf, waren niet uitgenodigd. Maar hoewel Groot-Brittanië en Frankrijk in het najaar van 1938 niet-aanvalsverdragen met Duitsland sloten begonnen de Westerse democratieën toch ook te herbewapenen.

33.

Het Nieuws van den Dag van zaterdag 1 oktober 1938 bloklettert: 'Te München werd de vrede gehandhaafd'. (Reproductie)

Tijdens de Sudetencrisis in de nazomer van 1938 gemobiliseerde ook België . Op 27 september om 14u00 was de Pied de Paix Renforcé afgekondigd. Door de 'goede' afloop van de conferentie van München in de nacht van 28 op 29 sept., besloot de regering op 2 oktober alle wederopgeroepenen terug naar huis te sturen. De daaruitvloeiende verliezen waren wellicht goedkoper dan één dag langer onder de wapens. De mobilisatieprocedure had vele zwakke punten vertoond. Er bleek o.a. een schrijnend gebrek aan onderofficieren, wat de tucht niet ten goede kwam.

34.

 

Bij de uitvoering van de mobilisatie waren ook de gemeenten uitvoerig betrokken. Wij zien hier een aantal onderrichtingen, reglementeringen,... i.v.m. de mobilisatie, uitgegeven door de centrale Overheid (ministerie Landsverdediging, Binnenlandse zaken, Volksgezondheid) ten behoeve o.a. van de gemeentebesturen.

35.

 

Geopende bladzijden van het gemeentelijk boek Opwijk 'Militievergoeding. Weder­oproeping onder de wapens September-October 1938. Ontvangsten en Uitgavenboek'.
Het gaat hier dus om de (korte) mobilisatie van sept.-okt. '38, n.a.v. de Sudetencrisis (Tsjecho-Slowakije).

36.

 

Aanvraag van Maurice Lanckmans aan het gemeentebestuur, dd. 11 okt. 1938, voor het bekomen van een mobilisatievergoe­ ding die toekomt aan zijn vrouw en zijn kind. Hij was gemobiliseerd van 27 sept.
tot 1 okt. '38.
Maurice Lanckmans overleed door een bomontploffing op 19 mei 1940 te Burst.

Praag, Dantzig en de Duitse aanval op Polen
Toen Duitse troepen in maart 1939 Praag bezetten lieten Frankrijk en Engeland het opnieuw na om in te grijpen, ook al hadden ze na München beloofd de nieuwe Tsjechoslowaakse grenzen te waarborgen. Zonder bloedvergieten hechtte Hitler Bohemen en Moravië als protectoraat bij het Reich terwijl Slowakije in een Duitse vazalstaat werd omgetoverd. Nog in dezelfde maand bezette Duitsland het Memelgebied ten koste van Litouwen.
Aangezien Hitler met de coup van Praag ook niet-Duitse volkeren had ingelijfd, werd duidelijk dat de Führer ronduit machtspolitieke doeleinden nastreefde. De Duitse eisen tot aanhechting van de Vrijstad Dantzig en instelling van extra-territoriale verbindigen door de Poolse Corridor leidden op 31 maart 1939 tot de Franse-Britse garantieverklaringen aan Polen. Zowel de Westerse mogendheden als Duitsland trachtten nu de Sovjetunie tot bondgenoot te maken. Uiteindelijk gaf Stalin de voorkeur aan een niet-aan-valsverdrag met het Derde Rijk. Het lot van Polen leek bezegeld: tegelijk werd immers in een geheim protocol de verdeling van Polen afgesproken. Op 1 september 1939 vielen Duitse troepen Polen binnen. Twee dagen later verklaarden Frankrijk en Groot-Brittannië de oorlog aan Duitsland. De Tweede Wereldoorlog was begonnen.

37.

 

In haar editie van 10 september 1939 meldt het katholiek weekblad De Vlaming de Duitse inval in Polen met de kop: 'Een nieuwe wereldramp na 25 jaar. De Duitsche overval in Polen - Engeland en Frankrijk in oorlog tegen het Reich'.
Binnenin staat ook de tekst met de 'radiorede van Z.M. koning Leopold', waarin de koning geen twijfel laat bestaan over de Belgische positie: 'Wij hebben onze onzijdigheid bevestigd, we moeten haar dan ook uitvoeren.' Het blad heeft het verder over de situatie op het westerfront, de getorpedeerde Engelse pakketboot 'Athenia', een reportage over onze soldaten aan de grens, de explotieramp op de brug van Val-Benoit (blikseminslag op de ondermijnde brug),... De publicatie oogt heel verzorgd en is rijkelijk geïllustreerd met foto's en kaarten. (Reproductie)

Anti-Duitse propaganda 1938-'40

38.

Brochure 'Hitler voet voor voet gevolgd. Een kalender van gewelddaden 1933-1939', uitgegeven door Miniform, Brussel.

39.

Brochure 'De godsdienstvervolgingen in Polen en in Duitschland. Hitler's meedogenloze oorlog tegen het Katholicisme. Het godsdienstig geloof wordt in de Kindsheid uitgeroeid', door Douglas Newton (Assistent-redacteur van 'The Universe'), 1940, uitgegeven door Miniform, Brussel.

De Belgische neutraliteitspolitiek

Locarno

Hoe reageerde België op de toenemende internationale spanning tijdens de jaren dertig? Met het aantreden van een nationaal-socialistische dictatuur in Duitsland nam het gevaar van een Duits-Frans conflict alvast toe. Het Locarnopact van 1925 verzekerde weliswaar de grenzen tussen België, Frankrijk en Duitsland, doch niet de grenzen van Duitsland met Frankrijks bondgenoten Polen en Tsjecho-Slowakije. Gezien Frankrijk het Frans-Belgisch militair akkoord van 1920 eveneens als een militair bondgenootschap beschouwde (en niet, zoals België, als een louter defensief verdrag dat bovendien door Locarno zou zijn opgeslorpt) was het gevaar niet denkbeeldig dat België zou meegesleurd worden in een Frans-Duits conflict. Op 6 maart 1936 werd het Frans-Belgisch militair akkoord opgeheven, op de regeling inzake stafbesprekingen na. Uitgerekend daags nadien schond Hitler het Locarnopact door de bezetting van het gedemilitariseerde Rijnland. In overleg met de Britten oordeelde premier Van Zeeland dat dit geen reden was voor een militair ingrijpen.

1936: een nieuwe koers in het buitenlands beleid

Door het optreden van Duitsland kwam het Belgische veiligheidsbeleid, waarvan Locarno jarenlang de hoeksteen was geweest, in het gedrang. Men koos daarop voor een politiek van ongebondenheid. Het alternatief, in de vorm van een nauwer aansluiten bij Engeland en Frankrijk, scheen om verschillende redenen minder aantrekkelijk. Een alliantie leek de kans te verhogen dat België opnieuw het slagveld van Europa zou worden. Groot-Brittannië bleek daarenboven niet eens geïnteresseerd in Belgisch-Britse stafbesprekingen, hoewel hiernaar vanuit Belgische zijde werd geïnformeerd. Buiten deze overwegingen van diplomatieke en strategische aard speelden wellicht ook ideologische motieven een rol. Behouds-gezinde kringen waren afkerig van al te nauwe banden met Frankrijk: niet alleen had het reeds in 1935 een bijstandsverdrag met de Sovjet-Unie gesloten, nu was er ook een Volksfrontregering aan de macht. Voortaan voerde België een buitenlands beleid dat enkel voor Belgische belangen oog zou hebben en geen onuitvoerbare verplichtingen zou behelzen: enkel de eigen grenzen zouden verdedigd worden, uit welke hoek de aanval ook mocht komen.

Onafhankelijkheid vóór alles

Op 20 juli 1936 verwoordde voor het eerst de minister van Buitenlandse Zaken Spaak de onafhankelijkheidspolitiek. Ze kreeg internationale weerklank met een rede van koning Leopold op 14 oktober 1936. De wijziging van het Belgisch buitenlandse beleid werd door de eenzijdige Frans-Britse garantieverklaring van 27 april 1937 aanvaard; ook Duitsland waarborgde op 13 oktober 1937 het Belgisch grondgebied, op voorwaarde dat België niet zou deelnemen aan eventuele Volkenbondsacties tegen Duitsland... Hoewel België de Volkenbond nooit zou verlaten, werkte het toch mee aan het proces om de Volkenbondsverplichtingen facultatief te laten maken.
Aan het principe van collectieve veiligheid zou inderdaad nog slechts lippendienst worden bewezen; het ging er vooral om België buiten ieder conflict te houden. De onafhankelijkheidspoiitiek genoot in ieder geval ruime consensus. Bovendien kwam het tegemoet aan de neutralistische verzuchtingen van VNV en Rex. De communisten veroordeelden dit beleid aangezien het geacht werd in de kaart van Duitsland te spelen. Binnen de Belgische Werkliedenpartij zorgde het voor grote spanningen. Voornamelijk Franstalige en 'internationalistische' socialisten vochten niet alleen de onafhankelijkheidspolitiek, maar ook het non-interventiebeleid t.a.v. Spanje aan. Deze stroming, die zich in 1938 ook kantte tegen het aanknopen van economische relaties met Nationalistisch Spanje, trok evenwel aan het kortste eind. De Anschluss en vooral de Sudetenkwestie stelden de onafhankelijkheidspolitiek in 1938 op de proef. Op het hoogtepunt van deze laatste crisis plaatste men het leger op versterkte vredesvoet (zie cat. 34 e.v.), doch de overeenkomst van München deed het oorlogsgevaar wijken. Toen de oorlogsdreiging een jaar later opnieuw toenam, deed koning Leopold op 23 augustus 1939 in naam van de neutrale Oslostaten een vredesoproep. Leopold en de Nederlandse koningin Wilhelmina besloten tevens hun goeie diensten aan de onderscheidene partijen aan te bieden. Deze initiatieven bleken vergeefs: ook een door de koning gesteunde poging van Hendrik De Man in het begin van 1939 om een nieuwe vredesconferentie op het getouw te zetten was toen al op Duits-ltaliaans verzet gestuit. Na de Duitse inval in Polen verklaarde België zich op 3 september 1939 neutraal.

September '39: België blijft neutraal

Hoewel Frankrijk en Groot-Brittannië op 3 september 1939 de oorlog aan Duitsland verklaard hadden kwam het in het Westen niet tot een grootscheeps conflict: het was de periode van de 'dröle de guerre', de schemeroorlog.
In het neutrale België stond koning Leopold aan het hoofd van 600.000 gemobiliseerde manschappen. Gedurende de eerste oorlogsmaand stelde België het grootste deel van de troepen tegenover Frankrijk -een ongewenste Franse doortocht behoorde immers tot de mogelijkheden- doch na de capitulatie van Polen oordeelde men dat een inval voornamelijk vanuit het Oosten kon verwacht worden. De Belgische en Nederlandse vorsten ondernamen in de herfst van 1939 nog een bemiddelingspoging die evenwel niets opleverde. Zowel in november 1939 als in januari 1940 waren er ogenblikken van verhoogde spanning, maar telkens week de dreiging van een Duits offensief in het Westen omwille van de slechte weersomstandigheden.
Toch liet de overheid niet toe dat Fransen en Britten op voorhand stellingen in België zouden innemen. Men vreesde dat het uitnodigen van Frans-Britse troepen een Duitse inval zou uitlokken, terwijl men bleef hopen door een strikt neutrale houding de dans te ontspringen.

België mobiliseert

Vanaf 1936 stoelde België zijn buitenlands beleid op het naleven van een strikte neutraliteit en paste het zijn militair systeem aan die nieuwe politieke lijn aan. Het leger moest verhinderen dat het land opnieuw in een oorlog 'van waar hij ook kome' zou worden meegesleept en kreeg bijgevolg een puur defensieve opdracht. In 1937 verklaarde Berlijn dat het de onschendbaarheid en de onafhankelijkheid van België zou respecteren en beloofden Parijs en Londen het land te hulp te komen mocht het worden aangevallen. Om die neutraliteitspolitiek doeltreffend te kunnen voeren, beschikte België over een uitgebreide krijgsmacht die in 1938 uit acht divisies bestond, opgetrokken in 1939 tot 22, wat overeenkwam met ongeveer 600.000 manschappen (op 8,3 miljoen inwoners) die achter drie zorgvuldig uitgestippelde defensielijnen zouden opereren. Een eerste linie, een vooruitgeschoven stelling, volgde de grens van Antwerpen via Maaseik tot Aarlen; de tweede gevormd door het Albertkanaal, met o.a. het 'oninneembare' fort van Eben-Emael, en de derde lijn, ten slotte, was de hoofdzakelijk uit een anti-tankversperringen bestaande KW-lijn (Koningshooik-Waver). Het mobilisatieplan van 1939 kwam tegemoet aan een aantal tekortkomingen en voorzag in vijf fasen: fase A: het op oorlogsvoet brengen van de actieve regimenten; fase B: wederoproeping van een aantal divisies van de Eerste Reserve; fase C: transporteenheden en de rest van de divisies Eerste reserve; fase D: oproepen van de divisies Tweede Reserve in vier tijden; fase E: algemene mobilisatie. Op 26 augustus werd fase A, dat de actieve regimenten op oorlogsvoet bracht, afgekondigd. Fase E was nagenoeg afgesloten op de vooravond van de Duitse inval op 10 mei 1940. Begin januari 1940 wezen allerlei tekenen op een naderende Duitse invasie. Op 10 januari diende een Duitse Messerschmitt Taifun een noodlanding te maken te Vucht bij Maasmechelen. Aan boord waren twee officieren met o.a. de operatieorders van de Tweede Luftflotte en de Zevende Flieger Division. In deze documenten werd een Schwerpunkt (doorbraak op een smal front) voorzien in de streek van Maastricht. Men kon dus besluiten dat een Duitse aanval tegen België en Nederland op papier stond en wellicht reeds beslist was.
Tijdens de lange mobilisatieperiode gaf men driemaal een werkelijk alarm zonder dat een oorlog erop volgde: op 11 november '39, op 13 januari '40 na het incident van Maasmechelen en op 9 april '40 bij de Duitse inval in Denemarken en Noorwegen. Deze drie algemene legeralarmen en de talrijke alarmoefeningen, leidden ertoe dat heel wat mensen dachten dat het ook op de 10de mei niet menens was.

De dans ontspringen

Dat was de voornaamste hoop van de 600.000 gemobiliseerden. Maar naast de moeilijkheden voor de industrie en voor de landbouw, tastte de langdurige mobilisatie van sept. 1939 tot mei '40, vanzelfsprekend ook het moreel van de troepen aan.
Het onrechtvaardig systeem van vrijstellingen, de hachelijke financiële toestand van vele gezinnen, het ontbreken van voldoende opgeleid kader en acties van het VNV en Rex (de 'neutralitertsgedachte' van 1939 evolueerde gauw naar een streven van 'niet strijden tegen Duitsland'), langs hun eigen persorganen werkte misnoegdheid, muiterijen en onregelmatigheden in de hand. Terwijl de vrijgestelden een normaal loon ontvingen, verdienden de opgeroepenen 30 centiem per dag, na enige tijd verhoogd tot 1 frank (de prijs van een pils). Initiatieven zoals 'Pakket van den Soldaat' en het werk 'Werk Elisabeth' (mede opgericht door Hendrik De Man) trachtten de soldaten te ondersteunen. Gelijkaardige werken leverden bijstand aan de families van de gemobiliseerden.
De winter van 1939-'40 was uitzonderlijk streng. De soldaten kregen winterpakketten met tabak en wollen ondergoed van hun familieleden toegestuurd. Gedurende vele maanden droeg de vrouw de ellende van het huisgezin met wat schaars militiegeld (gezinstoelage). In vele huisgezinnen ontbrak het geld om voedsel te hamsteren. De spanning bleef maar duren, maar ook daar geraakte men aan gewoon. Op 10 mei was de schemeroorlog voorbij: de volgende weken stonden in het teken van de Blitzkrieg.

40.

Mobilisatie. Wie moet nu familie en vrienden achterlaten ter bescherming van het vaderland?
Fotovergroting

41.

 

Geopende bladzijden van het gemeentelijk boek Opwijk 'Mobilisatiekosten 25sten Augustus 1939'. Het bevat de lijsten van (wekelijkse) uitbetaling aan de gezinnen van de militairen onder de wapens geroepen, vanaf 2 september 1939 tot 8 oktober 1939 (gemiddeld een 310-tal militairen, voor een totaal bedrag voor de 5 weken van 130.287,50 fr.) en vergoedingen voor de behoeftige gezinnen der gemobiliseerden van 16 tot 30 okt. '39, voor een totaal bedrag van 79.695,50 fr.

42.

Idem als hiervoor, maar '2de deel' (vanaf 9 oktober '39 tot eind '39).

43.

Aanvraag dd. 12 april 1939 door het Opwijks gemeentebestuur om uitstel van wederoproeping voor de gemeentesecretaris Albert Heyvaert en notificatie dd. 21 november 1939 vanwege de Rijkswachtcommandant van het District Jette aan het Opwijks gemeentebestuur, dat uitstel van onbepaalde duur verleend aan Albert Heyvaert.

44.

Notificaties dd. respectievelijk 9 nov. '39, 22 en 25 jan. '40 vanwege de Rijkswachtcommandant van het District Jette aan het Opwijks gemeentebestuur, dat uitstel van onbepaalde duur verleend aan Jozef L. K. Wouters ('pompier'), Augusti-nus O. De Ridder ('ingeschreven in de territoriale burgerlijke wacht') en aan Jean B. Van de Velde ('brandweerman').

45.

Notificaties dd. 6 februari '40 vanwege de Rijkswachtcommandant van het Kanton Opwijk aan het Opwijks gemeentebestuur, dat uitstel van onbepaalde duur verleend aan Paul-Jozef Leemans, Petrus-Jozef Herrebosch en Théophiles-Franciscus Robberechts (allen 'ingelijfd bij de burgerlijke wacht te Opwijk').

46.

Opwijkenaar Jan De Ridder 'Meester Jan', was tijdens zijn legerdienst in mobilisatietijd bij de 'Welfare'. Hij trad geregeld op als de 'Vlaamse humorist' bij ontspanningsavonden ingericht voor de gemobiliseerde troepen.
Wij zien hier de persartikelen uit die tijd 'Soldaten vermaken soldaten' en 'Bij het 39ste Linie ergens in België'.

47.

Doos met lottospel 'Loto des Belges'. Ondanks de oefeningen, de 'corvees', de wachten, de alarmen,..., was de lange mobilisatietijd voor vele opgeroepenen dikwijls een tijd van pure verveling. Naast 'met de kaarten spelen' was ook dit lottospel, erg in trek. Bemerk de tekening op het deksel dat duidelijk verwijst naar deze favoriete bezigheid van de 'troepsoldaten'.

48.

Diverse (humoristische)soldaten-prentkaarten van tijdens mobilisatie.

49.

Foto van tijdens de mobilisatie, Wijnegem 1939. Uiterst links Frans Luypaert (Fabriekstraat, nu Schoolstraat).

50.

Portret van soldaat Benoit Vlassenrood.

51.

Ingelijst portret 'Honnor' 'Patria' 1940, van soldaat Benoit Vlassenrood, 14de Linieregiment. Linksboven het portret van zijn ouders.

52.

Portret van soldaat Constant Robberechts.

53.

Foto van de Schoolbatterij 6de Artillerie in de kazerne Majoor Geruzet te Etterbeek.
Op de onderste rij, 2de van rechts is Jan Heuninckx. Op de 3de rij, 3de van rechts is Piet Sablon (Mollem).

54.

Jan Heuninckx in uniform, Schoolbatterij 6de Artillerie. Jan was tijdens de 18-daagse veldtocht Sectieoverste 4de Battery 1ste groep 31A.
Hij draagt hier de beenbeschermers ('schachten?') en de rijsporen, die tentoongesteld zijn onder cat. 55. Jan en Piet vatten hun dienstplicht aan op 1 september 1939, dus toevallig bij het begin van de mobilisatieperiode. Zij hadden dus 9 maand legerdienst achter de rug toen op 10 mei '40 de oorlog uitbrak. Zij waren ingelijfd bij de 4de Battery 1ste groep 31A als Wachtmeester met de dienst van onderluitenant gedurende de oorlog.

55.

Beenbeschermers ('schachten?') en de rijsporen van dienstplichtige Jan Heunickx.

56.

Begin 1940 consigneerde de geneeskundige dienst de groep waartoe Jan Heuninckx behoorde voor 14 dagen, omdat iemand op de kamer 'Rode Hond' had. Zijn dagelijkse brieven naar thuis,... werden door hem geïllustreerd met deze voor zichzelf sprekende tekeningen. Zie ook de melding hiervan in de tekst onder cat. 93.

Burgerlijke mobilisatie en opeisingen

57.

Boek 'Reglement op de Burgerlijke Opeischingen', 1938, ten behoeve van de gemeentelijke administraties.

58.

Diverse omzendbrieven met bijlagen aan de gemeentebesturen betreffen burgerlijke mobilisatie en opeisingen.

55.

Enkele geopende blanco Burgerlijke-mobilistieboekjes.

60.

Gemeentelijke affiche 'Burgerlijke mobilisatie - Opeisching van motorvoertuigen'. Niet gedateerd, maar de het ministerie van Verkeerswezen verzond deze affiches op 23 oktober 1939.

61.

'Ordre de réquisition - Opeischingsbevel' uitgaande van het 2de Regiment Genie voor 40 liter benzine, respectievelijk bij
.. Diericx en bij P. Ringoot op 27 aug. 1939.

62.

Voor de perioden van 28 aug. tot 31-12-'39 en van 1 jan. tot 31 maart '40, verhuurde Benoit Willems (Droeshoutstraat, echt. Maria Chr. Thoen) 2 aren weide voor het 2de Regiment D.T.C.A. XXIIde groep 4de Batterij Projecteurs, voor een totaal bedrag van 9,35 fr. Wij zien hier de ontvangstbewijzen 'voor opgeëischte leveringen', dd. respectievelijk 15 maart '40 en 1 april '40, de gemeentelijke lijst 'Militaire opeischingen', dd. 20 maart '41 en een brief van het Ministerie van landsverdediging dd. 2 december 1946 aan het gemeentebestuur die meldt dat Benoit Willems zijn huur nu moet (her)indienen als oorlogsschade. Of Benoit ooit zijn 9, 35 fr. ontvangen heeft, weten wij niet.

63.

Soldaten van de 'Batterij Projecteurs' op de weide van B. Willems in de Droeshoutstraat.

64.

Met dit opeisingsbevel, gedateerd 12 mei '40 (dus al na de Duitse inval), moest het Opwijks gemeentebestuur 9 pistolen (met laders, patronen en kokers) inleveren aan de rijkswacht van het Kanton Opwijk.

De oorlog dreigt

63.

Ministerieel en Provinciale omzendbrieven, dd. respectievelijk 30 aug. '39, 5 sept. '39 (met lijst van te nemen maatregelen opgesteld door de Commissie voor Monumenten en Landschappen) en 14 sept. '39, aan de gemeentebesturen, betreffende de beveiliging van historische monumenten en kunstvoorwerpen in oorlogstijd.

63.

België staat paraat.. Opgeroepen soldaten marcheren door de straten van Brussel. Fotovergroting.

Cat. 62



www.heemkringopwijk.be - Print:
© Heemkring Opwijk-Mazenzele (HOM) 1999-2010 

 

Door een bezoek aan de site van de adverteerder (klikken op deze banners) en eventueel met de adverteerder te handelen ontvangt de HOM een kleine vergoeding die gebruikt wordt voor de instandhouding (domeinnaam, hosting, ...) en de uitbreiding van deze website. Beste dank hiervoor.
De externe pagina opent zich in een nieuw venster. Om terug te keren naar de HOM-pagina: klik op de X van de browsertitelbalk (uiterst rechts boven).
De publiciteitsbanners en deze tekst worden niet afgedrukt.