|
Internationale ontspanning
Het einde van de jaren twintig vormde een hoogtepunt inzake
internationale ontspanning. Zo had het Briand-Kelloopact van 1928 de
oorlog buiten de wet gesteld. Reeds in 1925 was het internationaal
klimaat gevoelig verbeterd door het sluiten van het Locarno-pact
tussen Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en België;
hierdoor werden o.m. de bestaande Frans-Duitse en Belgisch-Duitse
grenzen door de staten erkend en gegarandeerd. Bovendien maakte de
Volkenbond een begin met de voorbereiding van een Internationale
Ontwapeningsconferentie.
Verstoorde vrede
In de loop van de jaren dertig werd de détente evenwel verstoord
door de acties van een aantal staten die door de economische crisis
bijzonder hard waren getroffen. Aldus zocht Japan vanaf 1931
expansie ten koste van China. De Volkenbond veroordeelde de actie,
maar daar bleef het bij; het collectieve veiligheidssysteem trad
niet in werking. Wanneer het fascistisch Italië in 1935 Ethiopië
binnenviel, legde de Volkenbond slechts economische sancties op. Ze
hinderden de Italiaanse verovering nauwelijks.
Ondertussen was in Duitsland met Hitler een nationaal-socialistisch
regime tot stand gekomen dat ernaar streefde van de verliezer van de
Eerste Wereldoorlog opnieuw een grootmacht te maken. Duitsland trok
zich terug uit de Ontwapeningsconferentie en de Volkenbond; tegen
het Verdrag van Versailles in, begon Hitler heimelijk te
herbewapenen. De aanhechting van het Saargebied begin 1935 was nog
het gevolg van een in Versailles overeengekomen plebisciet, doch
zowel de openlijke verklaring tot herbewapening in maart 1935 als de
bezetting van het gedemilitariseerde Rijnland op 7 maart 1936
betekenden een schending van de naoorlogse vredesverdragen.
Groot-Brittannië en Frankrijk deinsden evenwel terug voor een
mogelijk conflict zodat er noch in het kader van Locarno, noch in
Volkenbondsverband militair tegen Duitsland werd opgetreden. Met het
oog op de inperking van de naoorlogse Franse dominantie in Europa
was Groot-Brittannië een zekere Duitse heropstanding aanvankelijk
trouwens niet ongenegen. Hoewel Frankrijk ernstiger bedreigd door
het Duitse optreden voelde het zich niet bij machte om te reageren
zonder Britse steun, zelfs al had het in mei 1935 een
bijstandsverdrag met de Sovjet-Unie gesloten.
Burgeroorlog in Spanje
Het uitbreken van de Spaanse burgeroorlog in juli 1936, waarbij de
Nationalistische troepen van generaal Franco tegenover deze van de
wettige Volksfrontregering kwamen te staan, zorgde voor nieuwe
internationale spanningen. Franco kon immers rekenen op
grootscheepse militaire steun van Duitsland en Italië. Maar zelfs de
Franse Volksfrontregering -aan de macht sinds juni 1936- ondervond
te veel tegenwerking om Madrid doeltreffend te kunnen helpen. In
tegenstelling met de ondersteuning vanwege de Sovjetunie ten
voordele van de Republikeinen legde Frankrijk zich neer bij het door
de Britten voorgestane beleid van non-interventie.
'Anschluss' van Oostenrijk, de Sudetenkwestie en het verdrag van
München
Op 13 maart 1938 kon Hitler ongestraft Oostenrijk bij Duitsland
aanhechten onder de naam Ostmark- een actie die een nieuwe schending
van het Verdrag van Versailles inhield. Tegen die tijd was de
Volkenbond op sterven na dood; voor de uitholling van het collectieve
veiligheidsbeginsel droegen Britten en Fransen de
hoofdverantwoordelijkheid. Vooraanstaande conservatieve Britse
kringen -waartoe premier Neville Chamberlain behoorde- waren er
trouwens van overtuigd dat bepaalde grieven van Hitler tegen
Versailles gerechtvaardigd waren. Ook Franse behoudsgezinde
elementen toonden zich bereid om in zekere mate aan Duitsland
tegemoet te komen. Zo kon Hitler het argument van het
zelfbeschikkingsrecht der volkeren uitspelen met het oog op de
ontmanteling van Tsjechoslowakije.
Gedurende de lente en zomer van 1938 liet hij de autonomistische
eisen van de Sudetenduitsers ten aanzien van de Tsjechoslowaakse
regering stelselmatig opdrijven, tot en met de aansluiting van het
Sudetenland bij Duitsland zelf. Gezien de Tsjechoslowaakse grenzen
gewaarborgd werden door Frankrijk leek een Europese oorlog midden
1938 onafwendbaar. De afloop van de crisis vormde het hoogtepunt
van het Westerse Appeasementsbeleid: onder druk van Groot-Brittannië
en Frankrijk -de eigen bondgenoten!- werd Tsjecho-Slowakije
gedwongen de Sude-tenduitse gebieden af te staan aan het Derde Rijk.
De overeenkomst ontstond in de nacht van 29 op 30 september te
München tussen Hitler, Mussolini, Chamberlain en Daladier.
Tsjecho-Slowakije en de Sovjet-Unie, die gebonden was militaire
assistentie aan Praag te verlenen indien Frankrijk daartoe het
voorbeeld gaf, waren niet uitgenodigd. Maar hoewel Groot-Brittanië
en Frankrijk in het najaar van 1938 niet-aanvalsverdragen met
Duitsland sloten begonnen de Westerse democratieën toch ook te
herbewapenen. |
|
33. |
Het Nieuws van den
Dag van zaterdag 1 oktober 1938 bloklettert: 'Te München
werd de vrede gehandhaafd'. (Reproductie) |
|
Tijdens de Sudetencrisis in de nazomer van 1938
gemobiliseerde ook België . Op 27 september om 14u00 was de
Pied de Paix Renforcé afgekondigd. Door de 'goede' afloop
van de conferentie van München in de nacht van 28 op 29 sept., besloot de regering op 2 oktober alle wederopgeroepenen terug naar huis te sturen. De
daaruitvloeiende verliezen waren wellicht goedkoper dan één
dag langer onder de wapens. De mobilisatieprocedure had vele
zwakke punten vertoond. Er bleek o.a. een schrijnend gebrek
aan onderofficieren, wat de tucht niet ten goede kwam. |
|
34.
|
Bij de uitvoering
van de mobilisatie waren ook de gemeenten uitvoerig
betrokken. Wij zien hier een aantal onderrichtingen,
reglementeringen,... i.v.m. de mobilisatie, uitgegeven door
de centrale Overheid (ministerie Landsverdediging,
Binnenlandse zaken, Volksgezondheid) ten behoeve o.a. van
de gemeentebesturen. |
|
35.
|
Geopende
bladzijden van het gemeentelijk boek Opwijk
'Militievergoeding. Wederoproeping onder de wapens September-October 1938. Ontvangsten en Uitgavenboek'.
Het gaat hier dus om de (korte) mobilisatie van sept.-okt.
'38, n.a.v. de Sudetencrisis (Tsjecho-Slowakije). |
|
36.
|
Aanvraag van
Maurice Lanckmans aan het gemeentebestuur, dd. 11 okt. 1938,
voor het bekomen van een mobilisatievergoe ding die toekomt
aan zijn vrouw en zijn kind. Hij was gemobiliseerd van 27
sept.
tot 1 okt. '38.
Maurice Lanckmans overleed door een bomontploffing op 19 mei
1940 te Burst. |
|
Praag, Dantzig en de Duitse aanval op Polen
Toen Duitse troepen in maart 1939 Praag bezetten lieten
Frankrijk en Engeland het opnieuw na om in te grijpen, ook
al hadden ze na München beloofd de nieuwe Tsjechoslowaakse
grenzen te waarborgen. Zonder bloedvergieten hechtte Hitler
Bohemen en Moravië als protectoraat bij het Reich terwijl
Slowakije in een Duitse vazalstaat werd omgetoverd. Nog in
dezelfde maand bezette Duitsland het Memelgebied ten koste
van Litouwen.
Aangezien Hitler met de coup van Praag ook niet-Duitse
volkeren had ingelijfd, werd duidelijk dat de Führer ronduit
machtspolitieke doeleinden nastreefde. De Duitse eisen tot
aanhechting van de Vrijstad Dantzig en instelling van
extra-territoriale verbindigen door de Poolse Corridor
leidden op 31 maart 1939 tot de Franse-Britse
garantieverklaringen aan Polen. Zowel de Westerse
mogendheden als Duitsland trachtten nu de Sovjetunie tot
bondgenoot te maken. Uiteindelijk gaf Stalin de voorkeur aan
een niet-aan-valsverdrag met het Derde Rijk. Het lot van
Polen leek bezegeld: tegelijk werd immers in een geheim
protocol de verdeling van Polen afgesproken. Op 1 september
1939 vielen Duitse troepen Polen binnen. Twee dagen later
verklaarden Frankrijk en Groot-Brittannië de oorlog aan
Duitsland. De Tweede Wereldoorlog was begonnen. |
|
37.
|
In haar editie van
10 september 1939 meldt het katholiek weekblad De Vlaming de
Duitse inval in Polen met de kop: 'Een nieuwe wereldramp na
25 jaar. De Duitsche overval in Polen - Engeland en
Frankrijk in oorlog tegen het Reich'.
Binnenin staat ook de tekst met de 'radiorede van Z.M.
koning Leopold', waarin de koning geen twijfel laat bestaan
over de Belgische positie: 'Wij hebben onze onzijdigheid
bevestigd, we moeten haar dan ook uitvoeren.' Het blad heeft
het verder over de situatie op het westerfront, de
getorpedeerde Engelse pakketboot 'Athenia', een reportage
over onze soldaten aan de grens, de explotieramp op de brug
van Val-Benoit (blikseminslag op de ondermijnde brug),... De
publicatie oogt heel verzorgd en is rijkelijk geïllustreerd
met foto's en kaarten. (Reproductie) |
|
Anti-Duitse propaganda
1938-'40 |
|
38. |
Brochure 'Hitler voet voor voet
gevolgd. Een kalender van gewelddaden 1933-1939', uitgegeven
door Miniform, Brussel. |
|
39. |
Brochure 'De
godsdienstvervolgingen in Polen en in Duitschland. Hitler's
meedogenloze oorlog tegen het Katholicisme. Het godsdienstig
geloof wordt in de Kindsheid uitgeroeid', door Douglas
Newton (Assistent-redacteur van 'The Universe'), 1940,
uitgegeven door Miniform, Brussel. |
|
De
Belgische neutraliteitspolitiek
Locarno
Hoe reageerde België
op de toenemende internationale spanning tijdens de jaren
dertig? Met het aantreden van een nationaal-socialistische
dictatuur in Duitsland nam het gevaar van een Duits-Frans
conflict alvast toe. Het Locarnopact van 1925 verzekerde
weliswaar de grenzen tussen België, Frankrijk en Duitsland,
doch niet de grenzen van Duitsland met Frankrijks
bondgenoten Polen en Tsjecho-Slowakije. Gezien Frankrijk het
Frans-Belgisch militair akkoord van 1920 eveneens als een
militair bondgenootschap beschouwde (en niet, zoals België,
als een louter defensief verdrag dat bovendien door Locarno
zou zijn opgeslorpt) was het gevaar niet denkbeeldig dat
België zou meegesleurd worden in een Frans-Duits conflict.
Op 6 maart 1936 werd het Frans-Belgisch militair akkoord
opgeheven, op de regeling inzake stafbesprekingen na.
Uitgerekend daags nadien schond Hitler het Locarnopact door
de bezetting van het gedemilitariseerde Rijnland. In overleg
met de Britten oordeelde premier Van Zeeland dat dit geen
reden was voor een militair ingrijpen.
1936: een nieuwe koers in het
buitenlands beleid
Door het optreden
van Duitsland kwam het Belgische veiligheidsbeleid, waarvan
Locarno jarenlang de hoeksteen was geweest, in het gedrang.
Men koos daarop voor een politiek van ongebondenheid. Het
alternatief, in de vorm van een nauwer aansluiten bij
Engeland en Frankrijk, scheen om verschillende redenen
minder aantrekkelijk. Een alliantie leek de kans te verhogen
dat België opnieuw het slagveld van Europa zou worden.
Groot-Brittannië bleek daarenboven niet eens geïnteresseerd
in Belgisch-Britse stafbesprekingen, hoewel hiernaar vanuit
Belgische zijde werd geïnformeerd. Buiten deze overwegingen
van diplomatieke en strategische aard speelden wellicht ook
ideologische motieven een rol. Behouds-gezinde kringen waren
afkerig van al te nauwe banden met Frankrijk: niet alleen
had het reeds in 1935 een bijstandsverdrag met de
Sovjet-Unie gesloten, nu was er ook een Volksfrontregering
aan de macht. Voortaan voerde België een buitenlands beleid
dat enkel voor Belgische belangen oog zou hebben en geen
onuitvoerbare verplichtingen zou behelzen: enkel de eigen
grenzen zouden verdedigd worden, uit welke hoek de aanval
ook mocht komen.
Onafhankelijkheid vóór alles
Op 20 juli 1936
verwoordde voor het eerst de minister van Buitenlandse Zaken
Spaak de onafhankelijkheidspolitiek. Ze kreeg internationale
weerklank met een rede van koning Leopold op 14 oktober
1936. De wijziging van het Belgisch buitenlandse beleid werd
door de eenzijdige Frans-Britse garantieverklaring van 27
april 1937 aanvaard; ook Duitsland waarborgde op 13 oktober
1937 het Belgisch grondgebied, op voorwaarde dat België niet
zou deelnemen aan eventuele Volkenbondsacties tegen
Duitsland... Hoewel België de Volkenbond nooit zou verlaten,
werkte het toch mee aan het proces om de
Volkenbondsverplichtingen facultatief te laten maken.
Aan het principe van collectieve veiligheid zou inderdaad
nog slechts lippendienst worden bewezen; het ging er vooral
om België buiten ieder conflict te houden. De
onafhankelijkheidspoiitiek genoot in ieder geval ruime
consensus. Bovendien kwam het tegemoet aan de
neutralistische verzuchtingen van VNV en Rex. De communisten
veroordeelden dit beleid aangezien het geacht werd in de
kaart van Duitsland te spelen. Binnen de Belgische
Werkliedenpartij zorgde het voor grote spanningen.
Voornamelijk Franstalige en 'internationalistische'
socialisten vochten niet alleen de
onafhankelijkheidspolitiek, maar ook het
non-interventiebeleid t.a.v. Spanje aan. Deze stroming, die
zich in 1938 ook kantte tegen het aanknopen van economische
relaties met Nationalistisch Spanje, trok evenwel aan het
kortste eind. De Anschluss en vooral de Sudetenkwestie
stelden de onafhankelijkheidspolitiek in 1938 op de proef.
Op het hoogtepunt van deze laatste crisis plaatste men het
leger op versterkte vredesvoet (zie cat. 34 e.v.), doch de
overeenkomst van München deed het oorlogsgevaar wijken. Toen
de oorlogsdreiging een jaar later opnieuw toenam, deed
koning Leopold op 23 augustus 1939 in naam van de neutrale
Oslostaten een vredesoproep. Leopold en de Nederlandse
koningin Wilhelmina besloten tevens hun goeie diensten aan
de onderscheidene partijen aan te bieden. Deze initiatieven
bleken vergeefs: ook een door de koning gesteunde poging van
Hendrik De Man in het begin van 1939 om een nieuwe
vredesconferentie op het getouw te zetten was toen al op
Duits-ltaliaans verzet gestuit. Na de Duitse inval in Polen
verklaarde België zich op 3 september 1939 neutraal.
September '39: België blijft
neutraal
Hoewel Frankrijk en
Groot-Brittannië op 3 september 1939 de oorlog aan Duitsland
verklaard hadden kwam het in het Westen niet tot een
grootscheeps conflict: het was de periode van de 'dröle de
guerre', de schemeroorlog.
In het neutrale België stond koning Leopold aan het hoofd
van 600.000 gemobiliseerde manschappen. Gedurende de eerste
oorlogsmaand stelde België het grootste deel van de troepen
tegenover Frankrijk -een ongewenste Franse doortocht
behoorde immers tot de mogelijkheden- doch na de capitulatie
van Polen oordeelde men dat een inval voornamelijk vanuit
het Oosten kon verwacht worden. De Belgische en Nederlandse
vorsten ondernamen in de herfst van 1939 nog een
bemiddelingspoging die evenwel niets opleverde. Zowel in
november 1939 als in januari 1940 waren er ogenblikken van
verhoogde spanning, maar telkens week de dreiging van een
Duits offensief in het Westen omwille van de slechte
weersomstandigheden.
Toch liet de overheid niet toe dat Fransen en Britten op
voorhand stellingen in België zouden innemen. Men vreesde
dat het uitnodigen van Frans-Britse troepen een Duitse inval
zou uitlokken, terwijl men bleef hopen door een strikt
neutrale houding de dans te ontspringen.
België mobiliseert
Vanaf 1936 stoelde
België zijn buitenlands beleid op het naleven van een
strikte neutraliteit en paste het zijn militair systeem aan
die nieuwe politieke lijn aan. Het leger moest verhinderen
dat het land opnieuw in een oorlog 'van waar hij ook kome'
zou worden meegesleept en kreeg bijgevolg een puur
defensieve opdracht. In 1937 verklaarde Berlijn dat het de
onschendbaarheid en de onafhankelijkheid van België zou
respecteren en beloofden Parijs en Londen het land te hulp
te komen mocht het worden aangevallen. Om die
neutraliteitspolitiek doeltreffend te kunnen voeren,
beschikte België over een uitgebreide krijgsmacht die in
1938 uit acht divisies bestond, opgetrokken in 1939 tot 22,
wat overeenkwam met ongeveer 600.000 manschappen (op 8,3
miljoen inwoners) die achter drie zorgvuldig uitgestippelde
defensielijnen zouden opereren. Een eerste linie, een
vooruitgeschoven stelling, volgde de grens van Antwerpen via
Maaseik tot Aarlen; de tweede gevormd door het Albertkanaal,
met o.a. het 'oninneembare' fort van Eben-Emael, en de derde
lijn, ten slotte, was de hoofdzakelijk uit een
anti-tankversperringen bestaande KW-lijn (Koningshooik-Waver).
Het mobilisatieplan van 1939 kwam tegemoet aan een aantal
tekortkomingen en voorzag in vijf fasen: fase A: het op
oorlogsvoet brengen van de actieve regimenten; fase B:
wederoproeping van een aantal divisies van de Eerste
Reserve; fase C: transporteenheden en de rest van de
divisies Eerste reserve; fase D: oproepen van de divisies
Tweede Reserve in vier tijden; fase E: algemene mobilisatie.
Op 26 augustus werd fase A, dat de actieve regimenten op
oorlogsvoet bracht, afgekondigd. Fase E was nagenoeg
afgesloten op de vooravond van de Duitse inval op 10 mei
1940. Begin januari 1940 wezen allerlei tekenen op een
naderende Duitse invasie. Op 10 januari diende een Duitse
Messerschmitt Taifun een noodlanding te maken te Vucht bij
Maasmechelen. Aan boord waren twee officieren met o.a. de
operatieorders van de Tweede Luftflotte en de Zevende
Flieger Division. In deze documenten werd een Schwerpunkt
(doorbraak op een smal front) voorzien in de streek van
Maastricht. Men kon dus besluiten dat een Duitse aanval
tegen België en Nederland op papier stond en wellicht reeds
beslist was.
Tijdens de lange mobilisatieperiode gaf men driemaal een
werkelijk alarm zonder dat een oorlog erop volgde: op 11
november '39, op 13 januari '40 na het incident van
Maasmechelen en op 9 april '40 bij de Duitse inval in
Denemarken en Noorwegen. Deze drie algemene legeralarmen en
de talrijke alarmoefeningen, leidden ertoe dat heel wat
mensen dachten dat het ook op de 10de mei niet menens was.
De dans ontspringen
Dat was de
voornaamste hoop van de 600.000 gemobiliseerden. Maar naast
de moeilijkheden voor de industrie en voor de landbouw,
tastte de langdurige mobilisatie van sept. 1939 tot mei '40,
vanzelfsprekend ook het moreel van de troepen aan.
Het onrechtvaardig systeem van vrijstellingen, de hachelijke
financiële toestand van vele gezinnen, het ontbreken van
voldoende opgeleid kader en acties van het VNV en Rex (de 'neutralitertsgedachte'
van 1939 evolueerde gauw naar een streven van 'niet strijden
tegen Duitsland'), langs hun eigen persorganen werkte
misnoegdheid, muiterijen en onregelmatigheden in de hand.
Terwijl de vrijgestelden een normaal loon ontvingen,
verdienden de opgeroepenen 30 centiem per dag, na enige tijd
verhoogd tot 1 frank (de prijs van een pils). Initiatieven
zoals 'Pakket van den Soldaat' en het werk 'Werk Elisabeth'
(mede opgericht door Hendrik De Man) trachtten de soldaten
te ondersteunen. Gelijkaardige werken leverden bijstand aan
de families van de gemobiliseerden.
De winter van 1939-'40 was uitzonderlijk streng. De soldaten
kregen winterpakketten met tabak en wollen ondergoed van hun
familieleden toegestuurd. Gedurende vele maanden droeg de
vrouw de ellende van het huisgezin met wat schaars
militiegeld (gezinstoelage). In vele huisgezinnen ontbrak
het geld om voedsel te hamsteren. De spanning bleef maar
duren, maar ook daar geraakte men aan gewoon. Op 10 mei was
de schemeroorlog voorbij: de volgende weken stonden in het
teken van de Blitzkrieg. |
|
40. |
Mobilisatie. Wie moet nu familie
en vrienden achterlaten ter bescherming van het vaderland?
Fotovergroting |
|
41.
|
Geopende bladzijden van het
gemeentelijk boek Opwijk 'Mobilisatiekosten 25sten Augustus
1939'. Het bevat de lijsten van (wekelijkse) uitbetaling aan
de gezinnen van de militairen onder de wapens geroepen,
vanaf 2 september 1939 tot 8 oktober 1939 (gemiddeld een
310-tal militairen, voor een totaal bedrag voor de 5 weken
van 130.287,50 fr.) en vergoedingen voor de behoeftige
gezinnen der gemobiliseerden van 16 tot 30 okt. '39, voor
een totaal bedrag van 79.695,50 fr. |
|
42. |
Idem als hiervoor, maar '2de
deel' (vanaf 9 oktober '39 tot eind '39). |
|
43. |
Aanvraag dd. 12 april 1939 door
het Opwijks gemeentebestuur om uitstel van wederoproeping
voor de gemeentesecretaris Albert Heyvaert en notificatie dd.
21 november 1939 vanwege de Rijkswachtcommandant van het
District Jette aan het Opwijks gemeentebestuur, dat uitstel
van onbepaalde duur verleend aan Albert Heyvaert. |
|
44. |
Notificaties dd. respectievelijk
9 nov. '39, 22 en 25 jan. '40 vanwege de Rijkswachtcommandant
van het District Jette aan het Opwijks gemeentebestuur, dat
uitstel van onbepaalde duur verleend aan Jozef L. K. Wouters
('pompier'), Augusti-nus O. De Ridder ('ingeschreven in de
territoriale burgerlijke wacht') en aan Jean B. Van de Velde
('brandweerman'). |
|
45. |
Notificaties dd. 6 februari '40
vanwege de Rijkswachtcommandant van het Kanton Opwijk aan
het Opwijks gemeentebestuur, dat uitstel van onbepaalde duur
verleend aan Paul-Jozef Leemans, Petrus-Jozef Herrebosch en
Théophiles-Franciscus Robberechts (allen 'ingelijfd bij de
burgerlijke wacht te Opwijk'). |
|
46. |
Opwijkenaar Jan De Ridder 'Meester Jan', was tijdens zijn legerdienst in
mobilisatietijd bij de 'Welfare'. Hij trad geregeld op als
de 'Vlaamse humorist' bij ontspanningsavonden ingericht voor
de gemobiliseerde troepen.
Wij zien hier de persartikelen uit die tijd 'Soldaten
vermaken soldaten' en 'Bij het 39ste Linie ergens in
België'. |
|
47. |
Doos met lottospel 'Loto des
Belges'. Ondanks de oefeningen, de 'corvees', de wachten, de
alarmen,..., was de lange mobilisatietijd voor vele
opgeroepenen dikwijls een tijd van pure verveling. Naast 'met de kaarten spelen' was ook dit lottospel, erg in trek.
Bemerk de tekening op het deksel dat duidelijk verwijst naar
deze favoriete bezigheid van de 'troepsoldaten'. |
|
48. |
Diverse (humoristische)soldaten-prentkaarten
van tijdens mobilisatie. |
|
49. |
Foto van tijdens de mobilisatie,
Wijnegem 1939. Uiterst links Frans Luypaert (Fabriekstraat,
nu Schoolstraat). |
|
50. |
Portret van soldaat Benoit
Vlassenrood. |
|
51. |
Ingelijst portret 'Honnor' 'Patria'
1940, van soldaat Benoit Vlassenrood, 14de Linieregiment.
Linksboven het portret van zijn ouders. |
|
52. |
Portret van soldaat Constant
Robberechts. |
|
53. |
Foto van de Schoolbatterij
6de Artillerie in de kazerne Majoor Geruzet te Etterbeek.
Op de onderste rij, 2de van rechts is Jan Heuninckx. Op de
3de rij, 3de van rechts is Piet Sablon (Mollem). |
|
54. |
Jan Heuninckx in uniform,
Schoolbatterij 6de Artillerie. Jan was tijdens de 18-daagse
veldtocht Sectieoverste 4de Battery 1ste groep 31A.
Hij draagt hier de beenbeschermers ('schachten?') en de
rijsporen, die tentoongesteld zijn onder cat. 55. Jan en
Piet vatten hun dienstplicht aan op 1 september 1939, dus
toevallig bij het begin van de mobilisatieperiode. Zij
hadden dus 9 maand legerdienst achter de rug toen op 10 mei
'40 de oorlog uitbrak. Zij waren ingelijfd bij de 4de
Battery 1ste groep 31A als Wachtmeester met de dienst van
onderluitenant gedurende de oorlog. |
|
55. |
Beenbeschermers ('schachten?')
en de rijsporen van dienstplichtige Jan Heunickx. |
|
56. |
Begin 1940 consigneerde de
geneeskundige dienst de groep waartoe Jan Heuninckx behoorde
voor 14 dagen, omdat iemand op de kamer 'Rode Hond' had.
Zijn dagelijkse brieven naar thuis,... werden door hem
geïllustreerd met deze voor zichzelf sprekende tekeningen.
Zie ook de melding hiervan in de tekst onder cat. 93. |
|
Burgerlijke mobilisatie en opeisingen |
|
57. |
Boek 'Reglement op de
Burgerlijke Opeischingen', 1938, ten behoeve van de
gemeentelijke administraties. |
|
58. |
Diverse omzendbrieven met
bijlagen aan de gemeentebesturen betreffen burgerlijke
mobilisatie en opeisingen. |
|
55. |
Enkele geopende blanco
Burgerlijke-mobilistieboekjes. |
|
60. |
Gemeentelijke affiche
'Burgerlijke mobilisatie - Opeisching van motorvoertuigen'.
Niet gedateerd, maar de het ministerie van Verkeerswezen
verzond deze affiches op 23 oktober 1939. |
|
61. |
'Ordre de réquisition -
Opeischingsbevel' uitgaande van het 2de Regiment Genie voor
40 liter benzine, respectievelijk bij
.. Diericx en bij P. Ringoot op 27 aug. 1939. |
|
62. |
Voor de perioden van 28 aug. tot
31-12-'39 en van 1 jan. tot 31 maart '40, verhuurde Benoit
Willems (Droeshoutstraat, echt. Maria Chr. Thoen) 2 aren
weide voor het 2de Regiment D.T.C.A. XXIIde groep 4de
Batterij Projecteurs, voor een totaal bedrag van 9,35 fr.
Wij zien hier de ontvangstbewijzen 'voor opgeëischte
leveringen', dd. respectievelijk 15 maart '40 en 1 april
'40, de gemeentelijke lijst 'Militaire opeischingen', dd. 20
maart '41 en een brief van het Ministerie van landsverdediging
dd. 2 december 1946 aan het gemeentebestuur die meldt dat
Benoit Willems zijn huur nu moet (her)indienen als
oorlogsschade. Of Benoit ooit zijn 9, 35 fr. ontvangen
heeft, weten wij niet. |
|
63. |
Soldaten van de 'Batterij
Projecteurs' op de weide van B. Willems in de
Droeshoutstraat. |
|
64. |
Met dit opeisingsbevel,
gedateerd 12 mei '40 (dus al na de Duitse inval), moest het
Opwijks gemeentebestuur 9 pistolen (met laders, patronen en
kokers) inleveren aan de rijkswacht van het Kanton Opwijk. |
|
De oorlog dreigt |
|
63. |
Ministerieel en Provinciale
omzendbrieven, dd. respectievelijk 30 aug. '39, 5 sept. '39
(met lijst van te nemen maatregelen opgesteld door de
Commissie voor Monumenten en Landschappen) en 14 sept. '39,
aan de gemeentebesturen, betreffende de beveiliging van
historische monumenten en kunstvoorwerpen in oorlogstijd. |
|
63. |
België staat paraat.. Opgeroepen
soldaten marcheren door de straten van Brussel.
Fotovergroting.
|