|
HOM - Heemkundige bijdragen
Verschenen in het HOM-tijdschrift 1996-2/3,
pag. 16-27.
Uittreksel uit tentoonstellingsgids '1938-'46. Een beroerde
tijd', 2-11 september 1994.
|
V. 10 mei 1940: DE DUITSE INVAL
|
Zonder ultimatum of oorlogsverklaring viel Duitsland België binnen. Om 4u30 begon de Duitse aanval van luchttroepen (zweefvliegtuigen en parachutisten) op de bruggen over het Albertkanaal ter hoogte van Maastricht
(Lanaken, Vroenhoven, Veldwezelt en Kanne, welke laatste nog door de Belgische troepen kon worden vernield), het fort van Eben-Emael en met bombardementen van de vliegvelden.
Dadelijk riep de overheid de hulp van de geallieerde mogendheden in. Later op de ochtend overhandigde de Duitse ambassadeur aan minister van Buitenland se Zaken Spaak een memorandum waarin de anti- Duitse opstelling
van de pers en de eenzijdigheid van het Belgisch verdedigingsstelsel ter verantwoording werd ingeroepen.
Spaak ontnam hem evenwel onmiddellijk het woord en veroordeelde de Duitse agressie. Tezelfdertijd was de koning, opperbevelhebber van het Belgisch leger, op het hoofdkwartier in Breendonk aangekomen. Hij stelde er
een proclamatie aan het Belgische volk op. 's Namiddags vergaderden Kamer en Senaat.
|
| 76. |
Speciale editie van de krant de Vooruit
van vrijdag 10 mei 1940, met als hoofdtitel 'Duitschland valt België aan!'.
Deze editie kon uiteraard nog maar weinig reëel nieuws brengen over het verloop van de strijd. (Reproductie)
|
| 77. |
Duitse
'Verordening betreffende het bezit van wapens' dd. 10 mei 1940.
De Duitsers lieten niets aan het toeval over. Hier ziet U al één van de eerste Duitse verordeningen, drietalig, gedateerd en verspreid op de dag van de inval zelf. De invaller trachtte de Belgische bevolking immers
zo snel mogelijk aan strenge reglementen te onderwerpen. Deze verordening verplicht de burgers om hun wapens in te leveren, zoniet dreigde de doodstraf. (Reproduktie)
|
|
Op het moment van de Duitse inval, koos de Belgische pers radicaal partij voor België. De
krantenkoppen van die dagen stelden koning Leopold III voor als de belichaming van het Belgisch patriottisme. Samen met de moeilijkheden die journalisten onder vonden
bij het vergaren van hun informatie en de censuur, zorgde deze consequente partijdigheid voor een eenzijdig en optimistisch oorlogsbeeld. De zware nederlagen, die het Belgisch leger al in de beginfase van de oorlog moest incasseren, verzwegen ze angstvallig.
|
| 78. |
Het Laatste Nieuws
van zaterdag 11 mei 1940, met als hoofdtitel 'Duitschland valt België, Nederland en Luxemburg aan'.
De foto van koning Leopold III te paard neemt een centrale plaats in op de voorpagina. (Reproductie)
|
|
De 18-daagse veldtocht
Ondertussen had de Duitse luchtmacht vliegvelden, stations en verkeersknooppunten aangevallen. Door gebruik te maken van valschermspringers en lucht- landingstroepen kon het onneembaar geachte fort van Eben-Emael bijna onmiddellijk buiten gevecht worden
gesteld. Twee bruggen over het Albertkanaal vielen ongeschonden in Duitse handen. In de Ardennen rukten Duitse tankdivisies op. Op 11 mei men de Belgische troepen terug te trekken en op te stellen op de verdedigingslinie Koningshooik-Waver,
de zogenaamde 'K.W.-lijn'. De stellingen tussen
Leuven en Waver werden door het ter hulp gesnelde Britse expeditiekorps ingenomen. Franse troepen die de grens overstaken verdedigden de Scheldemonding, het front tussen Waver en Namen en de Ardennen. Op 15 mei slaagden de Duitsers er evenwel in het front in de Belgische en Franse Ardennen
te doorbreken. Door de bres van Sedan rukten de Duitse tank divisies op in de richting van het Kanaal. Aldus werden de geallieerde troepen door omsingeling bedreigd. Om dit te voorkomen trok het Belgisch leger gedurende drie opeenvolgende nachten terug: eerst achter het kanaal van Willebroek,
vervolgens achter het Denderkanaal en tenslotte achter de Schel de en het Kanaal Gent-Terneuzen. Door deze bewegingen vielen Leuven, Brussel, Mechelen en Antwerpen in Duitse handen. Ondertussen was gebleken dat de Duitse opmars naar de Noordzee niet meer te sluiten viel: reeds op 20 mei
bereikten Duitse tanks Abbeville. Het Belgisch leger trok zich daarop terug achter de Leie; in deze omgeving vonden tussen 23 en 28 mei hevige gevechten plaats. De toestand bleek hopeloos geworden: om verder bloedvergieten onder omsingelde Belgische troepen en de duizenden vluchtelingen
te besparen besloot koning Leopold op 27 mei te capituleren. In de ochtend van 28 mei legde het Belgisch leger de wapens neer.
De 18-daagse veldtocht kostte aan 12.000 Belgen het leven, waaronder de helft burgers. Tijdens de Leie slag (23-27 mei) vonden ongeveer 2.500 soldaten de dood. Uiteindelijk belandden 225.000 Belgische militairen in
krijgsgevangenschap. De 150.000 á 200.000 CRAB's (zie 'De 16-35 jarigen op den dooi') die in Frankrijk ronddwaalden waren het mikpunt van Franse woede en spot. De gevluchte regering liet ze volledig aan hun lot over.
|
| 79. |
Overzichtskaarten van de krijgsverrichtingen op Belgisch grondgebied van 10 mei tot 28 mei 1940.
Reprodukties uit Mei 40. De achttiendaagse veldtocht in België, door Peter Taghon, Lannoo, Tielt, 1989.
|
| 80. |
Het Nieuwsblad van maandag 13 mei 1940, bloklettert
'Aan het Albertkanaal en aan de Maas duren de Duitsche aanvallen voort'. (Reproduktie)
|
| 81. |
De Volksgazet van maandag 13 mei 1940, met als koptitel
'Met Krachtdadigheid en Heldenmoed verdedigen de Belgische en Geallieerde Troepen onze Onafhankelijkheid'. (Reproduktie)
|
| 82. |
De Gazet van Antwerpen van donderdag 16 mei 1940, met als koptitel
'De slag van België - Strijd aan gang over gansch de lengte van de Maas - Millioenenlegers staan tegenover elkaar'. (Reproduktie)
|
| 83. |
Geallieerden komen ter hulp: lichte tank met Engelse soldaten, omgeven door bevolking. Fotovergroting.
|
| 84. |
17-18 mei 1940. Om de Belgische terugtocht naar de Dender te beschermen, kreeg een Britse achterhoede de opdracht om het gebied Asse-Merchtem te verdedigen tot 8 uur in de morgen van 18 mei.
We zien hier beelden van na de gevechten tussen de Engelse en de Duitse pantsers te Asse.
Mei 40. De achttiendaagse veldtocht in België, door Peter Taghon, Lannoo, Tielt, 1989.
|
|
85.
|
Terugtrekkende Belgische soldaten te Lokeren. Fotovergroting.
|
| 86. |
Duits pamflet 'Soldats Belges! Bas les armes!', afgeworpen boven de Belgische legers, met een oproep tot de Belgische soldaten om de wapens neer te leggen en zich aan Duitse zijde te scharen om de Engelsen het land uit te jagen.
|
| 87. |
Uitgeruste mannequin 'Belgische soldaat, 2de regiment infanterie' (1940), met fiets, met Belgische vlag uit die tijd.
|
|
Zaterdag 11 mei '40: Duitse bommen op Droeshout
|
|
Reeds op de tweede dag van de Duitse aanval op België moest men op Droeshout (Klei en Meir) enkele Duitse bommen incasseren die bedoeld waren voor de oprukkende (richting Merchtem) Engelse troepen op de Steenweg. Volgens de schadeaangiften vielen de bommen
zowel op de Meir als op de Klei om 5u30 's morgens. Ging het om dezelfde aanval van Duitse vliegtuigen op dezelfde Engelse troepen?
|
| 88. |
'Vaststelling van oorlogsschade', dd. 6 juli 1940, toegebracht aan de eigendom van J.B. Verhee(i)rstraeten, Stwg. op Vilvoorde (Klei) nr. 2, met schade aan woning en meubelen
'door bommen uit Duitsche vliegtuigen' op 11 mei 1940. Raming van
de schade: 6.000 fr. aan de woning en 650 fr. aan meubelen. getuigen: Louis Van den Steen en Josephine Robberechts.
|
| 89. |
Schadeaangiften door respectievelijk Edward Roosemont, Louis Van den Steen en Joseph Van den Steen na de bomaanval op de Klei van 11 mei '40.
|
| 90. |
Diezelfde 11 mei, volgens de aanduiding in het schadeverslag rond 5u30
's morgens, ontplofte er een luchtbom op de Meir, afgeworpen door een Duits vliegtuig en bedoeld voor de voorbijtrekkende Engelse troepen. Volgens
sommige getuigen viel een bom (dezelfde?) in de waterput van 'Fons van Fernantes'.
Hiervan zien wij hier:
|
|
-
|
een gedetailleerde
schadeaangifte dd. 21 juli 1940 door Jan Amandus
Crombé-Ludivica-Elodia Willems, ten belope van 33.100 fr.
|
|
-
|
een gedetailleerde
schadeaangifte dd. 13 juli 1940, opgesteld door de Schatter Paul
Semal, voor schade aan gebouwen en inboedel van Frans
Meersman-Moens, voor een totaal geschat bedrag van 6.023 fr.
|
|
-
|
afzonderlijke gedetailleerde ramingen van de oorlogsschade aan woningen, gebouwen en inboedel, allen dd. 18 september 1940, opgesteld door de Schatter Frans Van Langenhove (Opwijk), telkens meeondertekend door de
'gesinisteerden' en door 2 getuigen,
voor de eigendommen van Jan Amandus Crombé-Ludivica Elodia Willems (10.485 fr.), Edward Raymond Laurent-Maria Catharina Crombé (1.785 fr.), Joannes Franciscus Dierickx-Maria Hortentia Van der Straeten (8.250 fr.), Judocus Leopold Crombé-Théresia Leonie Meysman (2.035 fr.) en Carolus Ludovicus
Wermoes-Elisabeth Francisca Celestina Meysman (3.870 fr.).
|
|
-
|
schadeaangiften door respectievelijk Joannes-Xaveer Michiels en Louis Kindermans.
|
|
Soldaten van bij ons in de strijd
|
|
91.
|
De aftrekkende Belgische soldaten liepen heel wat schade op door diefstal en door verlies van persoonlijke zaken, soms in chaotische omstandigheden.
Wij zien hier enkele schadeaangiften door Opwijkse soldaten die één en ander kwijt geraakten tijdens of na de 18-daagse veldtocht.
|
| 92. |
Tekst'Verslag over de toestand van de oorlog 1940-1945' van Opwijkenaar Jean Meysman (Waaienberg) -later weerstander, zie cat. 437 e.v.-. Als Beroepsmilitair maakte hij de 18-daagse veldtocht mee, en vatte in dit
document zijn belevenissen samen.
Kopie ter inzage
|
| 93. |
Oorlogsherinneringen door Piet Sablon (Mollem), die met Jan Heuninckx (Mazenzele) samen de legerdienst en de 18-daagse veldtocht en de daaropvolgende gevangenschap meemaakte.
Let ook hoe ze in de mei-dagen met hun legereenheid ook Droeshout aandeden (zodat ze even
'goedendag' konden zeggen aan hun ouders en aan hun lief). Ze dachten hun kanonnen te installeren in Smettes-dreef, maar
er was hun al een andere eenheid voor (zie cat. 107). De dreef lag al vol munitie.
Baron Piet Sablon schreef deze herinneringen neer ter gelegenheid van de 50ste huwelijksverjaardig in februari 1993 van zijn vroegere wapenmakker Jan Heuninckx.
Kopie ter inzage
|
| 94. |
Uit het oorlogsdagboek van Jan Heuninckx.
Jan en Piet Sablon (Mollem) waren als sectieoversten verantwoordelijk voor de opstelling van de kanonnen
'Houwitser 105' en de aanduiding van de bemanning, recruten die maar 2 maand
'binnen' waren. Op het lijstje
zien we nog een Opwijkenaar, nl. De Witte (Paul, van Casiers uit de Nanovestraat). Kopie ter inzage
|
| 95. |
Uittreksel uit het oorlogsdagboek van Jan Heuninckx, van 23 mei tot 6 juni 1940, dus de laatste dagen van de 18-daagse veldtocht, de capitulatie en de zwerftocht tot in Breskens.
Paul De Witte (van Casiers - zie cat. 94) vertrok naar huis vanuit Mannekensvere, op 28 mei.
Jan Heuninckx en Piet Sablon werden, als oversten, na de capitulatie meegenomen als krijgsgevangenen en tenslotte vrijgelaten in Breskens. Op 12 juni '40 belandden ze thuis.
Kopie ter inzage
|
|
Opeisingen en oorlogsschade door Belgische, Engelse en Franse troepen
|
| 96. |
Diverse aangiften voor schade aan gebouwen of voor opeisingen van goederen en dieren (paarden) door aftrekkende Belgische troepen, Opwijk en Mazenzele. |
|
97.
|
Het was eerder zelden dat opeisende soldaten een
'reçu' gaven. Een uitzondering hierop vormde wel een zekere M.DL Wilmots van de CT/3DI 2P.A.NA., die een verklaring achterliet dat hij op 15 mei '40 bij Louis Luypaert
(Klei) 6 paar pantoffels (waarde 50,50 fr.) opeiste. |
| 98. |
Veel schade had Alfons Meysman, mekanieker-rijwielhandelaar
'Fong van de Garage', Meir - Droeshout.
Wij zien hier de gedetailleerde schadeaangifte, dd. 22 augustus 1940.
|
| 99. |
Ook van bij een andere
'velomaker' namen de Belgische soldaten één en ander mee.
Wij zien hier een getuigenis van Josephine Buyens, dat bij haar gebuur, Arthur Verkercke, velomaker op de Klei, een 5-tal fietsen, enkele fietstoebehoren, de spaarpot van de zoon en kledingstukken (waaronder 2
'vareusen') meegenomen werden. Totale aangegeven waarde: 4.704 fr.
|
| 100. |
Op 17 mei '40
's avonds werd ingebroken, waarschijnlijk door Belgische soldaten, in de
'witgoedwinkel' van Petrus Frans Sanders en Clementine Augusta De Clerck, Dendermondse Steenweg.
Volgens de hier getoonde schadeaangifte verdwenen er goederen uit de winkel, een fiets, kleren en etenswaren en diverse schade aangericht, voor een totale waarde van 5.202 fr. Als getuige staat een Engelse soldaat vermeld, die
's anderdaags, 18 mei, aan de Plezanten Hof krijgsgevangen genomen werd.
|
| 101. |
Akkoordverklaring dd. 21 maart 1945, van de S.A. Manta (Waasmunster en Opwijk) met de waarde van 30.470 fr. voorgesteld door het Ministerie van Landsverdediging voor het opeisen van een autobus
'Chevrolet' 1938 op 10
mei 1940 door de 'Belgische Overheid'. |
| 102. |
In de herberg van Henri Spinoy, het laatste huis in de Schoolstraat (café
't Hoeksken), schoot op 16 mei een Engelse soldaat 'per ongeluk' in
't plafond. Geraamde schade aan plafond, 'planché', 'balatum', bed, matras,
lakens, 3 dekens (en dat half-mei!), bedsprei en nogmaals muur en plafond: 1.000 frank. Getuigen: vele Franse en Engelse soldaten, maar toch enkele Opwijkse herbergbezoekers die mee wilden tekenen. |
| 103. |
Schadeaangifte door de Melkerij Meert
'Nosta' dd. 25 augustus 1943, aan het Opwijks gemeentebestuur, voor de opeising op 15 en 17 mei 1940 door het Frans leger ('13eme C des pionniers dévisionnaire') van 4 vrachtwagens (met
hun chauffeur), 2 liter mazout en 100 liter benzine, voor een totaal opgegeven bedrag van 464.235 fr. (op basis van de aankoopwaarde van de vrachtwagens).
Volgens
een document van 11 september 1948, uitgaande van het Ministerie
van Landsverdediging, bepaalde men de vastgestelde vergoeding
voor de 4 wagens op 169.081,70 fr.
|
|
Met een brief van 29 juni 1940 meldt het Opwijks gemeentebestuur aan de Heer Ortskommandant van de Kommandantur te Sint-Niklaas dat, volgens verklaring van getuigen, paarden die door Opwijkse eige naars geleverd aan het Belgisch leger zonder
betaling, zich nu, zonder gebruik, in een weide zouden bevinden in de omstreken van Deinze. Omdat de eigenaars -boeren- hun paarden best zouden kunnen gebruiken voor het werk op het land, vraagt het Opwijks gemeentebestuur de recuperatie van deze paarden.
|
|
Soldaten gesneuveld in Opwijk
|
|
Op Opwijks grondgebied sneuvelden op 18 mei 1940 2 Belgische soldaten:
Albert Georges Marc, landbouwer, soldaat bij het 2de Regim ent Jagers te Voet, 2de Bataljon, 6de Kornpagnie, geboren te Yves-Gomezeé op 1 juli 1916, ongehuwd, ,zonder andere aanduidingen',
'gesneuveld voor
het vaderland' op 18 mei 1940 rond 10 uur, te Opwijk - Droeshout
'achter de woning van Emiel Van den Cruyce-Van Dooren' (in de Oude Mechelbaan, tegenover de Langeveidstraat).
en
Léon Clément Fourneau, dagloner, soldaat bij het 2de Regiment Jagers te voet, 6de Kompagnie, geboren te Anderlues op 4 april 1920 en aldaar wonende, ongehuwd,
'zonder andere aanduidingen', 'gesneuveld
voor het Vaderland', op 18 mei 1940, rond 9u30, in Opwijk, Mansteen-Steenweg op Vilvoorde.
Beiden werden op het kerkhof van Droeshout begraven, maar korte tijd nadien ontgraven en naar de gemeente van afkomst overgebracht.
|
| 104. |
Kopie van de akten Burgerlijke Stand gemeente Opwijk van beide in Opwijk gesneuvelde Belgische soldaten. |
|
Zaterdag 18 mei:
onze dorpen bezet!
|
|
Op 18 mei trekken de eerste Duitsers door Opwijk. Lichte gemotoriseerde verkenningseenheden tasten het vóór hen gelegen vijandelijk gebied af. De
'Blitzkrieg' rolt westwaarts.
Die dagen wordt ook heel wat opgeëist of afgeno men door aftrekkende troepen of oprukkende Duitsers. Nagenoeg 200 fietsen, enkele paarden, wagens en koeien, hoeveelheden stro, paardenvoer, schoenen, eetwaren....
|
| 105. |
Wij zien hier een aantal schadeaangiften, van de vele tientallen, ingediend bij het gemeentebestuur, sommige gestaafd door getuigen. In een aantal gevallen maakte het gemeentebestuur een
'officiële' verklaring op.
|
| 106. |
In café Den IJskelder (Droeshout-Klei) bij René Alfons Vanderstappen-Maria De Maeyer hielden Duitse soldaten op 18 mei lelijk huis gehouden.
|
| 107. |
Schadeaangifte gedaan door de wed. Frans De Smedt-Verbelen en haar kinderen Robert Stiennon-De Smedt, voor schade aan hun huis op de Meir door de luchtbom op 11 mei (7.500 fr.), en door Duitse troepenbezetting aan hun huis en eigendommen op d'
Hulst (totaal, met inbegrip van de flessen champagne, rode wijn, porto en cigaren: 3.850 fr.).
|
| 108. |
Van 18 (eerste dag van de Duitsers in Opwijk) op 19 mei '40, bivakkeerde een vrij omvangrijke Duitse legereenheid op Nijverseel (Nijverseelstraat-Coenstraat). Ietwat afgelegen van de grote steenweg en zoveel mogelijk
verdoken voor gebeurlijke vijandelijke vliegtuigen, stonden zij met hun voertuigen (waarvan nog veel paardenwagens) onder het groen van de bomen in boomgaarden, onder afdaken en in overdekte hoftoegangen.
Voor de legeroverheid werden lokalen in het huis Thoen (nu Nijverseelstraat) opgeëist.
Wij zien hier een schadeaangifte van Henri De Geest, dd. 30 juli '40, voor schade veroorzaakt door de Duitse troepen met een 50-tal voertuigen op 18 mei aan zijn boomgaard (vernietiging van het gras, drie fruitbomen
afgekapt, de haag gedeeltelijk afgekapt en de poort gedeeltelijk vernield). Raming van het geheel van de schade: 780 fr. De betrokken boomgaard was gelegen tussen het huis Thoen en Leireken, waar een kapelletje stond.
|
| 109. |
Ook Frans Schelleman (Stwg.
op Brussel - Nijverseel) had schade aan zijn boomgaard door de
Duitse troepen op 18 mei '40: de onderste takken van twaalf
fruitbomen afgekapt, twee perebomen afgezaagd, het deksel van de
aalput kapot en de ijzeren poort erg beschadigd, voor een totaal
van 750 fr.
|
| 110. |
Aan de helm kent men de soldaat: een Belgische, een Engelse (de
'soepteljoor') en een Duitse helm.
|
|
Onze gesneuvelde soldaten die vielen tijdens de 18-daagse veldtocht
|
|
Mazenzele
|
|
Baert Alfred, ° Meldert 19-1-1913, echtgenoot van Louise Vereman, soldaat bij het 2de regiment Carabiniers, gesneuveld te Veldwezelt (Albertkanaal) op 10 mei 1940.
|
|
Leemans Albert, ° Merchtem (Peisegem) 3-9-1916, echtgenoot van Louise Van Humbeeck, gesneuveld te Emelgen (W. Vl.) op 27 juni 1940.
|
|
Deze mensen waren geen echte Mazelaars. Zij hadden hier familiebanden maar op het ogenblik van de feiten niet gedomicilieerd in Mazenzele. Zij komen niet voor in de overlijdensakten van de Burgerlijk Stand Mazenzele. Hun namen staan wel vermeld op het monument
der gesneuvelden.
|
|
Opwijk
|
|
Louis Octaaf De Block, ° Opwijk 27-2-1920, kleermaker, wonende Wijngaardstraat, zoon van Carolus Ludovicus en Vincenta Bieseman, soldaat mil. bij het 4de geneeskundig korps 18de Linieregiment, gesneuveld bij de aanval om de brug van Vroenhoven (Albertkanaal)
op 10 mei 1940.
|
|
Maurice Lanckmans, ° 30-6-1909, bediende, Schoolstraat, echtgenoot van Maria Van Molle.
Maurice had een oproepingsuitstel van 30 dagen. Hij ontving een oproepingsbevel en moest zij regiment vervoegen. Op weg hiernaar werd hij op 1 9 mei 1940 te Burst het slachtoffer van een Duitse bom. Hij was vermoedelijk in burgerkledij
om hem niet te laten gevangen nemen (onze streek was reeds onder Duitse controle sinds 18 mei). Misschien hierdoor wist men (volgens correspondentie met de gemeente) half 1941 nog niet of hij als een militair of als een burgerlijk slachtoffer moest aangezien worden. In de akte van de
Burgerlijk Stand is hij opgetekend als een 'vluchteling' en de gebruikelijke melding bij een gesneuvelde
'Stierf voor België' is niet aangebracht. Hij staat wel vermeld op het monument van de gesneuvelden te Opwijk.
|
|
Frans-Constant Boogmans, ° Merchtem 31-1-1909, echtgenoot van Clementina Benedicta Vergaelen, soldaat bij het 29ste Linieregiment, gesneuveld te Terdonck (bij Gent, aan kanaal Gent-Terneuzen) 22, 23 of 24
mei 1940, gevonden 6 juni 1940. |
|
Adolf Cool, handelaar, Opwijk 9-1-1914, zoon van Jozef en stiefzoon van Rosalia De Pauw, soldaat bij de 14de Artillerie, gesneuveld te Aarsele (bij Tielt) op 26 mei 1940. |
| Buiten de periode van de 18-daagse veldtocht stierf
Jan Jozef Teirlinck, Opwijk 5-10-1914, zoon van Pieter Jan en Maria Clementina Bouchez, wonende Heirbaan, sergeant mil. bij de 15de Linieregiment.
Hij was één van de slachtoffers van het zieligste drama na de
capitulatie van 28 mei. 6.000 Belgische krijgsgevangenen,
marcheerden over Dendermonde, Moerbeke en Axel naar het Zeeuwse
Walsoorden. Daar zouden vier lichters hen naar Duitsland slepen.
Ter hoogte van Willemstad (Noordholland, op 't Hollands Diep)
loopt één van de lichters op 30 mei op een magnetische mijn. Van
de opvarenden vallen er meer dan 2.000 overboord. Balans:
tenminste 134 doden, waaronder en 400 gewonden. J. Teirlinck
werd pas gevonden op 5 juni. |
| 111. |
Momentopnamen van de in Duitse handen gevallen bruggen over het Albertkanaal te Vroenhoven en te Veldwezelt (nabij de Nederlandse grens, ter hoogte van Maastricht). Uit Mei 40. De achttiendaagse veldtocht in
België, door Peter Taghon, Lannoo, Tielt, 1989.
Bij de strijd om het bezit van deze strategische bruggen op 10 mei in de vroege ochtend, verloren Octaaf De Block (Opwijk) en Alfred Baert (Mazenzele) het leven.
|
| 112. |
Opnamen van de strijd te Terdonck, aan het kanaal Gent-Terneuzen, op 21-24 mei.
In deze slag sneuvelde de Opwijkenaar Constant Boogmans van het 29ste Linieregiment op 23 mei.
Uit Mei 40. De achttiendaagse veldtocht in België, door Peter Taghon, Lannoo, Tielt, 1989.
|
| 113. |
Bidprentje van de Opwijkse en Mazelse gesneuvelde soldaten.
|
|
Vluchtelingen
Gedreven door
herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog, aan de Pruisische
soldateska die toen alles en iedereen terroriseerde, sloegen in
mei 1940 honderdduizenden Belgen op de vlucht, richting kust,
richting Frankrijk. Er ontstond een chaos van jewelste op de
Belgische wegen. De enorme vluchtelingenstroom die vanaf de
eerste dag ontstond bemoeilijkte in grote mate het oprukken van
de bevriende troepen. Het was echter niet alleen de
burgerbevolking die het land ijlings verliet, ook de
gezagsdragers en ambtenaren maakten zich uit de voeten. In
Frankrijk was de situatie voor de ongeveer twee miljoen
Belgische vluchtelingen (ca. 20 % van de bevolking!) in het
begin, alle omstandigheden in acht genomen, redelijk goed.
Na de capitulatie en de anti-Leopold III
radiorede van de Franse eerste minister Reynaud veranderde de
toestand. De vriendelijkheid van de Fransen sloeg om in bittere
woede en wraaklust. De Vlamingen scholden ze uit voor 'les Boches du nord' en als zij
om drinken vroegen snauwden ze: 'Allez boir au canal Albert'.
Hier bij ons begon de
sliert vluchtelingen reeds op 11 mei, meestal over Droeshout
naar het westen. De paniek groeide bij de bevolking, veelal
tengevolge van fantasierijke verhalen over de moordende Stuka's,
de nietsontziende parachutisten, bloedige gevechten aan het
Albertkanaal. De volgende dagen groeide de vluchtelingenstroom
nog aan. Daartussen kolonnes Belgische soldaten achteruit
trekkend en ook een groep Franse soldaten en een detachement
Tommies van het Britse expeditieleger. In deze wanorde voelen
ook enkele Opwijkse huisvaders het te heet worden, laten have en
goed achter en zoeken hun heil in de vlucht westwaarts.
|
|
114.
|
Vluchtelingen op vrachtwagens. Fotovergroting.
|
| 115. |
Vluchtelingen aan het Brussels Noordstation. Fotovergroting.
|
| 116. |
Neerzittende vluchtelingen.
|
| 117. |
Belgische vluchtelingen in Noordfranse stad, ingehaald door Duitse troepen. Fotovergroting.
|
| 118. |
Enkele schadeaangiften door Opwijkse vluchtelingen voor verloren, gestolen, opgeëiste,.. persoonlijke bezittingen tijdens hun vlucht in de meidagen 1944.
|
| 119. |
Joannes-René Verdoodt (landbouwer, Langeveld), sloeg in mei 1940 ook op de vlucht. De hier getoonde schadeaangifte, dd. 6 september '40, verklaart dat van hem op 20 mei, in de omgeving van Montreuil (Frankrijk) een splinternieuwe fiets en een duivemand
met daarin wat kleren, een gasmasker, een deken, een broodmes, scheergerief en een halve hesp, afgenomen werden. Totaal bedrag van de schadeaangifte: 1.900 fr. Getuigen: Albert Van der Stappen (landbouwer, Merchtem-Weyenberg) en Jan De Meersman (landbouwer, Mazenzele-Vossestraat). Bemerk
dat de schadeaangifte niet eigenhandig geschreven is door René geschreven. Het is hier blijkbaar het handschrift van Frans Van Langenhove, landmeter te Opwijk.
|
| 120. |
Kopie van de overlijdensakte Burgerlijke Stand Opwijk van Petrus Joannes Vandevoorde, Opwijk 16-4-1915, spoorwegbediende, wonende Neerveldstraat 67, zoon van Frans Jozef en Joanna Petronella Van Gucht, overleden te Asse (Dorp 867) op 17 mei
1940 ten gevolge van een 'verloren' Engelse bom die op een huis viel. Er vielen daar een 7-tal dodelijke slachtoffers te betreuren.
|
| 121. |
Vluchtelingen in Brussel bij hun terugkeer uit Frankrijk. Fotovergroting.
|
|
België capituleert
De omsingeling van de
geallieerden bleek op 26 mei 1940 'n feit. De situatie zag er
hopeloos uit. Tienduizende vluchtelingen propten samen in 'n
smalle strook Poperingen, Veurne, De Panne en aan de overzijde
van de Franse grens. De volgende dag zendt koning Leopold een
onderhandelaar naar het Duitse hoofdkwartier. Om 10 uur 's avonds maken de Duitsers hun antwoord bekend: zij eisen
onvoorwaardelijke overgave, 's Nachts om halfeen tekent de
koning uit eigen naam het protocol der capitulatie. De Belgische
regering verklaarde zich niet solidair met de daad van de koning
en besluit de strijd voort te zetten. Maar het Belgische leger
bestaat niet meer, het Franse trekt zich terug op alle fronten,
en op het strand van Duinkerke zien meer dan 350.000 in het nauw
gedreven geallieerde soldaten als enige uitweg de zee. De 28ste
om 4u00 ging de wapenstilstand in. Het Belgisch leger staakte de
strijd, honend bespot door de Franse regering als 'lafaards' en
'verraders'. De strijd op ons grondgebied was niet afgelopen
want de geallieerden vochtten verder in de perimeter van
Duinkerke om de inscheping naar Engeland mogelijk te maken. In
totaal ontsnapten daar tussen 27 mei en 3 juni ongeveer 200.000
Britten en 140.000 Fransen en een aantal Belgen (operatie
Dynamo). Op 22 juni legde ook Frankrijk de wapens neer. Weinigen
geloofden nog in de eindoverwinning. De passieve houding van de
regering Pierlot, tijdens haar verblijf in Frankrijk, toonde aan
dat ook zij niet meer geloofde in de eindzege.
|
| 122. |
Het Algemeen Nieuws van donderdag 30 mei 1940 bloklettert:
'Koning Leopold legt met zijn leger de wapens neer'. (Reproduktie)
|
| 123. |
Affiche
'Sire dat vergeten wij nooit'.
Dit document illustreert op krachtige wijze het gevoel dat op het moment van de capitulatie onder de meerderheid van de bevolking leefde. Burgers én soldaten hadden genoeg van de oorlog. Het machtige Duitse leger
had overwonnen en ons kleine land zou zich moeten schikken naar de nieuwe heersers. (Reproduktie)
|
| 124. |
Dit Duits vlugschrift (tweetalig Frans-Engels) van mei 1940, met een schets van de omsingelingssituatie, spoort de Geallieerde troepen rond Duinkerke aan de strijd te staken.
|
|
De 16-35 jarigen op den dool
In oorlogstijd gold in
België de dienstplicht vanaf 16 jaar. Daardoor werden 500.000 a
600.000 jongens en mannen van 16 tot 35 jaar bij het uitbreken
van de oorlog opgeroepen om zich naar de 'Recruterings-centra
van het Belgische leger (RCBL)'- 'Centres de Recrutement de
l'Armée Beige' (CRAB) te begeven. Al snel noemde men deze
jongeren 'Crabs'. Nog eens 100.000 mobiliseerbare miliciens van
de klasse 1940 en zij van de andere klassen die nog niet
opgeroepen waren, moesten zich bij de 'Centres de Renfort en
d'lnstruction' (CRI) aanmelden. De ontvangstcentra, voor 'Crabs'
en 'Cris', voor zover zij effectief bestonden, konden de enorme
toevloed echter niet slikken. Bovendien rukten de Duitsers met
nooit geziene snelheid op. In de nacht van 14 op 15 mei besliste
men de jongeren naar Frankrijk te laten gaan 'waar ze onderdak
en werk zullen vinden'. Dat gaf alleszins blijk van veel zin
voor improvisatie en optimisme, want met de Franse overheid was
daarvoor zelfs nog geen contact opgenomen. Via radio en kranten
riep men de jongeren op om zich in het Franse Rouen (zie kaart
cat. 125) te verzamelen. Niet iedereen is daarop ingegaan. Thuis
blijven, zo bleek achteraf, was in de meeste gevallen de enige
juiste beslissing... Wie in Noord-Frankrijk bleef hangen, had
nog geluk. Na de Franse capitulatie (22 juni), konden zij
onmiddellijk naar huis. Sommigen probeerden tevergeefs om in
Duinkerke mee in te schepen met het Franse en Engelse leger naar
Engeland. Vele anderen trokken verder, te voet of per fiets,
richting Zuid-Frankrijk. Zij mochten of konden pas veel later
terugkeren, in augustus en de eerste helft van september na het
herstel van het burgerlijk treinverkeer. Alhoewel een aantal van
de hierover getoonde getuigen eerder positief en optimistisch
blijken (of deed men maar 'alsof' voor de familie), waren het
bittere tijden voor de meeste van deze jonge mannen op den dool.
Ontbering, gebrek aan enig inkomen, honger, ziekte,
lijfongedierte, overnachten in open lucht bij regen en ontij, de
verzengende Zuid-Franse zomerhitte... maakten het voor de
meesten geen toeristische trip.
Sommige groepen van 'Crabs' en 'Cris' werden opgevorderd en ter
beschikking van het Franse leger gesteld. Een kleine minderheid
werd tewerkgesteld in de Franse oorlogsindustrie. Zij waren
geprivilegieerd, want zij kregen tenminste eten, logies en een
loon. Maar de overgrote meerderheid van de tienduizenden
jongeren viel tussen twee stoelen. Ze werden niet met de andere
civiele vluchtelingen gelijkgesteld en kregen dus ook geen
dagvergoeding van 10 fr. Maar ze werden evenmin als militairen
behandeld. De Belgische regering liet haar toekomstige soldaten
duidelijk in de steek. Het probleem van de 'Crabs' is pas de
10de juli tijdens een kabinetsraad te Vichy voor het eerst
besproken.
De meesten kwamen terug thuis in de loop van augustus en
september '40. De laatste Opwijkse 'Crabs' die terug thuis kwam
uit Frankrijk, was Ivo Petrus Spinoy (Eeksken), op 30 september
1940. Voor velen onder hen moest de echte legerdienst nog
beginnen, na de oorlog.
|
| 125. |
Leo De Nil, van Mazenzele, was één van de honderden Mazelse-Opwijkse
'Crabs'. Wij kunnen een aantal herinneringen aan zijn reis tonen:
|
|
-
|
Op deze kleine wegenkaart duidde hij het traject over Rouen en Bordeaux naar Sommières (Gard, bij Nîmes) aan (zwarte lijn). De terugweg in augustus '40 (rode lijn) verliep met de trein over Parijs. |
|
-
|
Op de achterkant van een tekstblad met liedjes van Nijverseel-kermis 1939, noteerde Leo de steden en dorpen van zijn reisweg, van Aalst (15 mei) tot Auxi les Château. |
|
- |
Briefkaart van Leo aan zijn ouders te Mazenzele. De kaart, geschreven vanuit Londinières ('56 km. van Rouen'), werd daar gepost op 19 mei en kwam, blijkbaar langs het Rode Kruis om (met stempel
'Afdeling Antwerpen'), in Brussel
terecht met een poststempel van 8 augustus 1940. Op de keerzijde staat in een ander handschrift de datum 9 augustus, waarschijnlijk dus de datum dat de kaart eindelijk, na bijna 3 maanden bij de fam. De Nil in Mazenzele terecht kwam. |
|
- |
Identiteitskaart van Leo, afgeleverd door het Mazels gemeentebestuur op 23 april 1938.
In de kolom Achtereenvolgende woningen in de gemeente zien wij
'Courcelles-lez-Lens - Crédit Lyonnais Agence de Sommières -
Changé ... le 1-6-40'
|
|
- |
Op een briefkaart vanuit Sommières naar zijn ouders, dd. 27 juni 1940 (waarschijnlijk in Mazenzele toegekomen op 28 juli), vertelt Leo iets over zijn lotgevallen in het verre Frankrijk. Hij stelt zijn ouders in elk geval gerust
'we
hebben tot nog toe niets te kort gehad, van voedsel en kleeding'. Zij waren nog met vijf van Mazenzele: Leo en Marcel De Nil, Miel Verdoodt, Marcel Van Ingel-ghem en Leon Arijs. |
|
- |
Met dit briefje, bezorgd door het Rode Kruis, dd. 19 juli, schrijft Leo De Nil nieuws naar zijn ouders en zijn zusters in Mazenzele. De 5 Mazelaars zullen daar in het Zuid-Franse Sommières wel veel steun aan elkaar gehad hebben.
|
|
- |
Een aantal
'souvenir'-prentkaarten van Sommières (Fr.-Gard), waar enkele Mazelse
'Crabs' verbleven. Eén van de kaarten is verstuurd naar vader Jan De Nil en draagt de datum 14 augustus (in potlood op voorzijde), waarschijnlijk
de datum van aankomst in Mazenzele. |
|
- |
Briefkaart van F. Vermeiren uit Machelen aan vader Jan De Nil, dd. 5 augustus '40, met nieuws over Leo en Marcel De Nil. |
|
- |
Verklaring van het Belgisch Leger - Wervingscentra, dd. 14 augustus 1940 en opgemaakt te Sommières, dat Leo De Nil zich in mei 1940 vervoegd heeft bij de Wervingscentra van het Belgisch leger en dat
'hij heden naar zijne haardstede'
teruggebracht wordt. |
| 126. |
Remi Vastenavondt (Coenstraat), ook een Opwijkse soldaat op den dool in Frankrijk, gebruikte dit mini woordenboekje Frans-Ned. en Ned.-Frans.
|
| 127. |
Diverse schadeaangiften door Opwijkse
'Crabs' voor verloren, gestolen, opgeeiste,.. persoonlijke bezittingen tijdens hun tocht naar en in Frankrijk. Vooral de fietsen bleken erg gegeerd te zijn.
|
| 128. |
Tekst van het relaas van enkele R.C.B.L.'ers (L. Vandenbosssche van Merchtem, E. Rottiers van Opwijk die op stap was met de gebr. Fons en Frans Cool) van hun tocht en hun verblijf in de Vlaanderen en in Frankrijk
tijdens de mei en juni dagen 1940.
Heempraatje van Heemkring Soetedaelle Merchtem, door A. Vandenbossche, 29 okt. 1992.
Kopie ter inzage
|
| 129. |
Bidprentje van Michiels Henri, Mazenzele 21-9-1906, echtgenoot van Josephina Mergan, heropgeroepene, die als wederopgeroepene sneuvelt te Lotenhulle op 23 mei 1940.
|
| 130. |
Engels René, Mazenzele 5-4-1913, echtgenoot van Joanna Hendrika Tirry, heropgeroepene, gesneuveld te Deinze op 25 mei 1940.
|
|
Naar
huis
Na de ondertekening van
de Frans-Duitse Wapenstilstand, op 25 juni, hoopten
vluchtelingen en 'crabs' op een spoedige terugkeer naar België.
Van een massale repatriëring op korte termijn was er echter geen
sprake. Eerst moesten de Fransen hun verkeersinfrastructuur
herstellen en dit zou heel wat tijd in beslag nemen. Zowel de
trein- als de wegverbindingen waren door het krijgsgeweld en het
gebrek aan bevoegd personeel grotendeels ontredderd. De Belgen
op de vlucht die over een eigen wagen beschikten -een heel
kleine minderheid- konden wel weg, maar dan meestal op eigen
risico. Het duurde tot eind juli eer de eerste
repatriëringstrein uit Frankrijk vertrok: de start van een
operatie die ruim twee maanden zou duren.
Enkele Opwijkse soldaten
geraken vóór de capitulatie op 28 mei veilig thuis in burgerpak
(door de capitulatie werd hun 'vaandelvlucht' gelegitimeerd!).
Een aantal werden in krijgsgevangenschap naar Duitsland
overgebracht.
Krijgsgevangenen
Op 28 mei 1940, om vier
uur, hield het Belgisch leger op met vechten tegen de Duitse
overmacht. Het hele leger, koning incluis, werd krijgsgevangen
gemaakt en kreeg het bevel ter plaatse te blijven en verdere
Duitse orders af te wachten. Aanvankelijk was allerminst
duidelijk wat de bezetter met de overwonnenen van plan was.
Dagenlang lieten de Duitsers het Belgische leger ongemoeid,
terwijl ze verder oprukten tegen de Britten en de Fransen.
Her en der besloten soldaten de bevelen van hun oversten te
negeren en naar huis te gaan. Meer dan eens gaven de officieren
trouwens zelf het voorbeeld. Meestal bleef deze desertie beperkt
tot individuele gevallen. In de buurt van het front lagen de
zaken anders: de chaos was er groot en de Duitsers konden grote
groepen ex-vijanden die de verbindingslijnen door hun
aanwezigheid bemoeilijkten, missen als kiespijn. Daarom gaven
zij de Belgische soldaten vaak zelf het bevel om naar huis te
gaan. Wie thuisraakte zonder opgepakt te worden, was nog niet
veilig. Her en der werden teruggekeerde soldaten opgespoord, en
wie geen officieel 'Ent-lassungschein' kon voorleggen, stuurden
ze zonder pardon naar Duitsland. Teruggekeerde soldaten kregen
soms de aanmaning door aanplakbrieven zich over te geven. Wie
braafjes gehoorzaamde, kon zich verheugen op een reis naar
Duitsland. Wie het bericht aan zijn laars lapte, liet men met
rust. De meeste soldaten bleven gewoon waar zij waren en
wachtten verdere bevelen af. Enkele moedige zielen probeerden
aansluiting te vinden met 200.000 Belgische militairen in
Frankrijk of bij de Engelsen, hoewel de kans op slagen praktisch
nihil was. Trouwens, enkele dagen nadien waren de schepen van
Duinkerke naar Engeland ook al overbezet. De legerleiding was
deze ontsnappingspogingen niet gunstig gezind: verscheidene
groepen vroegen eerst de toestemming aan hun oversten en kregen
in bijna alle gevallen nul op hun rekest. De duitsers dachten er
niet aan de hele Belgische troepenmacht naar het Derde Rijk te
sturen. Ze wilden overgaan tot een demobilisatie en 'slechts' de
actieve militairen en de Waalse soldaten naar de Stalags (Mannschaftsstammlager,
voor onderofficieren en soldaten) en de Oflags (Offzierslager,
voor officieren) sturen
Tijdens de marchen naar de verzamelplaatsen ontsnapten er enigen
uit de colonnes aan de Duitse bewakers, leenden ergens een
burgerpak en geraakten ook thuis. Uit de verzamelkampen -de
kazernes van Gent, Dendermonde, Antwerpen, Brasschaat-werden de
felste aanhangers van de nieuwe orde (Rex, Verdinaso, VNV,...)
door hun vrienden weggehaald. Over Nederland -per
goederentreinen of binnenschepen- gaan de transporten
krijgsgevangenen tot diep in Duitsland naar de Stalags of Oflags.
Eind 1940 kwamen er al ongeveer 100.000 Vlaamse krijgsgevangenen
naar huis. Onder hen bevonden zich toch heel wat Franstalige
Brusselaars en enkele Walen die erin geslaagd waren de
taaicommissie te verschalken. Deze uit Duitsers en Vlaamse
collaborateurs bestaande jury moest, op basis van de woonplaats
van de betrokkene en aan de hand van een paar vragen, over hun
effectief Vlaming-zijn oordelen. Eind oktober '40 verbleven nog
ca. 140 Opwijkse krijgsgevangenen in Duitsland.
|
| 131. |
Terugkerende Belgische krijgsgevangenen aan het Noordstation te Brussel. Fotovergroting.
|
| 132. |
'Entlassungschein-Bewijs van ontslag-Certificat' van soldaat René Palsterman ('Weenberg' 64 Opwijk), ontslagen op 10 juni 1940 vanuit Dendermonde uit de krijgsgevangenschap. René bood zich op de gemeente aan op 11 juni 1940. Veldwachter
Frans Vergaelen tekende voor ontvangst van broek, vest, 'kapot' en ...
|
| 133. |
Entlassungschein-Bewijs van ontslag-Certificat, van wacphpeester Jan Heuninckx (Mazenzele), ontslagen op 11 juni te Breskens (Nederland) uit krijgsgevangenschap. Jan kwam thuis op 12 juni 1940.
|
| 134. |
Nieuwskaart van krijgsgevangene luitenant Paul Geeurickx ('meester' Paul) vanuit een Oflag in Duitsland naar zijn moeder in Opwijk, gedateerd op 23 oogst 1940.
Bemerk de stempel
'Geprüft Oflag VIII B 6'.
|
| 135. |
Nieuwskaart dd. 8 augustus '40 en niet-gesloten briefje dd. 20 sept. '40 van Constant Robberechts vanuit een gevangenenkamp in Duitsland naar zijn vrouw Nathalie Vlassenrood en zijn kinderen in de
'Nieuwbaan' (Esp) te Opwijk.
|
| 136. |
Maurice De Ridder (Dries) was één van de vele soldaten die de 18-daagse veldtocht en het krijgsgevangenschap meegemaakt hebben. Wij zien hier van hem:
|
|
-
|
zijn soldaten dagboekje. Kopie ter inzage
|
|
-
|
'Ausweis' uit de 'Gefangenen-Sammelstelle Beauraing', dd. 21 juni '40. Hiermee mag soldaat Maurice De Ridder (Dries) huiswaarts keren.
|
| 137. |
Krijgsgevangenengeld '10 Reichspfenning'.
|
| 138. |
'Bescheinigung'. Vertaald: krijgsgevangene De Ridder F nr 13564 is uit Stalag I A ontslagen. Hij heeft 7,40 fr bij zich. Staback 2-10-1940. Het gaat hier om Frans De Ridder, de broer van Maurice.
|
| 139. |
Etiketten voor pakketten voor krijgsgevangenen, 1940.
|
| 140. |
Frans De Mulder (Opwijk) maakte dit kunstwerkje tijdens zijn krijgsgevangenschap in Duitsland.
|
| 141. |
Antwerpen juli 1940: voor deze Vlaamse soldaten is de krijgsgevangenschap in Duitsland afgelopen. Fotovergroting.
|
| 142. |
Januari 1941: vrijgelaten soldaten in de Brusselse Noordwijk. Fotovergroting.
|
| 143. |
Op het Brussels Rogierplein worden teruggekeerde krijgsgevangenen vergast op appelen. Fotovergroting.
|
|
 |
|
Cat. 132 |
Oorlogsschade - Algemeen
|
| 144. |
Diverse vaststellingen en schattingen van
oorlogsschade, Mazenzele.
|
| 145. |
Met een omzendbrief van 25 juni 1940 vraagt het Ministerie van Openbare Werken - Bijzondere Dienst voor Urbanisatie, aan de gemeentebesturen de
oorlogsschade op het grondgebied te melden bij middel van een bijgevoegde vragenlijst
'Inleidend onderzoek
betreffende oorlogschade'.
|
|
Met een schrijven van 8
juli 1940 meldt het Opwijks gemeentebestuur aan de provinciale
Bestendige Deputatie, de verliezen en de schade door de
oorlogsfeiten: geen burgers gedood, wel 2 Belgische militairen
gesneuveld; één vernield gebouw; geen vernielde of beschadigde
kunstwerken.
Op de eigendom 'Stiennon-De
Smedt' op d'Hulst bleef nog een tijd een behoorlijke hoeveelheid
munitie liggen. De gemeente moest er bij de Duitse overheid
herhaaldelijk op aandringen om ze te laten verwijderen. De
munitie geraakte eindelijk weg einde juni '40.
Half juli '40 werd er nog een zekere hoeveelheid munitie
gevonden aan de Plezanten Hof, en op 18 okt. '40 meldt men nog
de vondst van 16 obussen op Waaienberg, 17 obussen op Mansteen
en 30 kleine obussen in een beek eveneens op Mansteen.
De koningskwestie na de capitulatie
Meningsverschil
Na de capitulatie bleek
het voor de Belgische publieke opinie al vlug duidelijk dat
achter die overgave een dramatisch conflict tussen Leopold III
en zijn ministers schuil ging. Het ontstond tijdens de
Acht-tiendaagse Veldtocht en vond zijn oorsprong hoofdzakelijk
in een verschillende visie over het feit of de Geallieerde
legers het pleit konden winnen. De koning dacht van niet terwijl
Pierlot en de leden van zijn regering er van overtuigd waren dat
de Fransen en de Britten zouden zegevieren.
Het zat de ministers ook dwars dat ze door de
koning niet bij de militaire beraadslagingen en beslissingen
betrokken waren. Van zijn kant was Leopold III dan weer
verbolgen over de wanorde waarin de uittocht van de
burgerbevolking naar Frankrijk verliep en nog meer over de
overhaasting waarmee de regering en de lokale overheden hun post
hadden verlaten. Deze meningsverschillen en wederzijdse
verwijten bereikten een hoogtepunt tijdens de ontmoeting tussen
koning en ministers op 25 mei in het kasteel van Wijnendale bij
Torhout.
De vorst verklaarde er
onomwonden dat zijn plicht als staatshoofd én als
opperbevelhebber hem ertoe dwong in het land te blijven.
Vertrekken zou in zijn ogen zoveel betekend hebben als
deserteren. De ministers stelden hem de vraag of hij in dat
geval overwoog een regering te vormen. 'Natuurlijk', antwoordde
Leopold, 'want ik wil geen dictator zijn'. Dit beduidde, met
andere woorden, dat de regering-Pierlot, indien ze de strijd
wilde voortzetten, noodzakelijkerwijs tégen de koning zou zijn.
De breuk was volledig. Het was het begin van een langdurige en
pijnlijke Koningskwestie.
Hatelijke toespraak
Na het onderhoud met de
koning vertrokken de ministers Pierlot, Spaak, Vanderpoorten en
Denis vanuit Duinkerke naar Londen en vandaar naar Parijs. Op 27
mei kwam de Belgische regering voor het eerst in de Franse
hoofdstad bijeen. Ze uitte er eensgezind haar vaste wil de
strijd aan de zijde van de geallieerden'tot aan de overwinning'
voort te zetten. Een dag later, de dag van de capitulatie,
werden Pierlot en Spaak door de Franse eerste minister, Paul
Reynaud, ontboden. Hij deelde de Belgische bewindslieden mee dat
hij een radiorede zou houden. Om 8 uur kwam zijn toespraak in de
eter. De toon ervan was bits, hatelijk en spottend. Na er te
hebben op gewezen dat Leopold III achttien dagen voordien de
hulp van de Fransen en de Britten had ingeroepen, ging Reynaud
als volgt verder: 'Or voici qu'en pleine bataille Ie roi
Léopold II (sic) de Belgique, qui, jusqu'au 10 mal, avait
tou-jours affecté d'attacher a la parole de l'Allemagne la même
valeur qu'a celle des Alliés, Ie roi Léopold II (sic),
sans prévenir Ie général Blanchard, sans un regard, sans un mot
pour les soldats frangais et anglais qui, a son appel angoissé,
étaient venus au secours de son pays, le roi Léopold II
(sic) de Belgique a mis bas les armes. C'est la un fait sans
precedent dans l'histoire'.
Leopold III zondebok
De Belgische publieke opinie reageerde eerst met ontsteltenis,
daarna met woede op Reynauds woorden, want ze gaf er zich
rekenschap van dat de Franse premier de koning maar al te graag
als zondebok gebruikte voor de ontreddering van zijn eigen
Franse troepen, 's Namiddags begaf de voltallige regering zich
naar het monument van koning Albert in Parijs om er een
bloemenkrans neer te leggen. Dit 'eerherstellend gebaar',
duidelijk bedoeld om de Franse gemoederen te bedaren, was
beledigend voor Leopold III die het Pierlot en de andere
ministers nooit zou vergeven. Vervolgens hield Pierlot voor de
Franse radio een door Reynaud goedgekeurde toespraak, die bij de
Belgen al even slecht overkwam als die van de Franse premier.
'In naam van
het Belgische volk...'
In de daaropvolgende
ministerraad paste de regering artikel 82 van de Grondwet toe
('de Koning bevindt zich in de onmogelijkheid te regeren') en
nam men de beslissing de officiële handelingen niet langer 'ln
naam van de Koning...', maar wel 'ln naam van het Belgisch
volk; Wij, in Raad verenigde Ministers...' te laten gebeuren. Op
31 mei keurden de in Frankrijk verblijvende parlementsleden (54
van de 167 senatoren en 89 van de 202 kamerleden) in vergadering
bijeen te Limoges, unaniem de houding van de regering goed. In
een motie 'schandvlekten' ze 'de capitulatie waartoe Leopold III
het initiatief heeft genomen en waarvoor hij de
verantwoordelijkheid draagt tegenover de geschiedenis'. In
België teruggekeerd, zullen de meeste parlementsleden, ook de
socialisten, aan de koning hun excuses aanbieden.
Op diezelfde 31ste mei
stelde kardinaal Van Roey, na een bezoek aan de koning de dag
voordien, een Herderlijke Brief op, voorgelezen op 2 juni in
alle kerken van het land. De kerkvorst, die optrad als
spreekbuis van de koning, weerlegde 'de hatelijke beschuldiging
van verraad' en koos resoluut de zijde van Leopold III. Met deze
boodschap versterkte Van Roey de loyalistische houding die de
overgrote meerderheid van de bevolking jegens de koning had
aangenomen, omdat hij het onzinnig bloedvergieten had gestopt.
De regering Pierlot was daarentegen volledig in diskrediet
geraakt.
|
| 146. |
La Nation Belge van maandag 3 juni 1940 bloklettert: Le Cardinal Van Roey:
'L'odieuse incrimination de félonie tombe donc à faux', en drukt ook de volledige inhoud van de Herderlijke Brief af die daags voordien, 2 juni, in alle kerken
van het land werd voorgelezen.
|
| 147. |
Kader met portret van
koning Leopold III, met de tekst 'De plicht van het volk is te bidden voor zijn vorst. De plicht van den vorst is te lijden voor zijn volk', geschilderd op glas.
|
De regering op
zwerftocht
Voor de regering brak nu,
wat Spaak 'de tijd der omzwervingen' heeft genoemd, aan. Na Parijs
verhuisde ze naar Poitiers en vandaar naar Bordeaux, waar ze op 18
juni arriveerde. Ze beraadslaagde er in een onooglijk kamertje. Van
eensgezindheid was er geen sprake meer. Minister Jaspar verliet
zelfs stiekem Frankrijk en vestigde zich te Londen, zonder zijn
collega's te verwittigen. Van de Britten kreeg hij de toelating om
zich op 23 juni voor de BBC tot zijn landgenoten te richten, net
zoals ene Charles de Gaulle het enkele dagen voordien had mogen
doen. Hij deed een vurige oproep tot voortzetting van de strijd ...
en daardoor 's anderendaags door zijn collega's uit zijn ambt
ontzet.
|