Archeologie op en nabij het vroegere kerkhof rond de Sint-Pauluskerk

Geplaatst op 10-02-2008

Reeds in maart 2006 trokken wij de aandacht van het Opwijks gemeentebestuur en van de bevoegde Vlaamse overheid op de archeologisch waarschijnlijk interessante zone van het vroegere kerkhof waar men enkele weken geleden startte met een nieuwbouw (zie ons artikel ' Een winkelstraat op het vroegere kerkhof bij de Sint-Pauluskerk' in 't O.L. van 06/02/2008). Het is vooral de aanwezigheid van een in de 17de of begin 18de eeuw gedempte middeleeuwse omheininggracht die deze zone archeologisch waardevol maakt(e).

In een brief van 26 december 2006 hieromtrent aan het College van Burgemeester en Schepen van de gemeente Opwijk stelt bevoegd Vlaams minister Dirk Van Mechelen onder meer:

Gezien de quasi zekerheid dat er archeologische sporen worden aangetroffen, heb ik mijn administratie de opdracht gegeven dit dossier van nabij en pro-actief op te volgen. Gelieve daarom de startdatum van welke werken ook aan de nutsleidingen en aan het eigenlijke bouwproject minstens drie dagen op voorhand aan mijn administratie mee te delen, zodat de nodige schikkingen kunnen worden getroffen voor een actieve opvolging.

Na het beperkt archeologisch onderzoek in april 2007 op het toekomstig bouwterrein stuurde het Agentschap R-O Vlaanderen – R-O Vlaams-Brabant – Onroerend erfgoed op 3 juli 2007 een brief aan de bouwheer, met kopie aan het Opwijks gemeentebestuur, waarin onder meer:

Er is wel afgesproken met eigenaar en de architect dat onze dienst nog een werfcontrole zal uitvoeren als de eigenlijke bouwput wordt uitgegraven, voornamelijk dan in de zone van de aanzet van de bouwput aan de kant van het kerkhof. Deze zone was nu niet beschikbaar voor archeologisch onderzoek.

Inderdaad, omwille van de aanwezigheid van een rij brede sparren langsheen de nu afgebroken oude kerkhofmuur op het toekomstig bouwterrein en om de stabiliteit van de oude muur niet in gevaar te brengen, kon de vermoedelijke zone van de gedichte middeleeuwse gracht toen niet onderzocht worden – zie het verslag, met situeringsplan van de proefsleuven, van het VIOE-proefonderzoek van april 2007 (Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed). Dit verslag eindigt met:

Tijdens de werken aan de zone die aanleunt bij de kerkhofmuur en het wegje dient nog een werfcontrole te gebeuren zodat vastgesteld kan worden of de gracht op het te bebouwen terrein of onder de weg langs het kerkhof kan gesitueerd worden. Het Agentschap R-O Vlaanderen dient verwittigd te worden van de start van de werken.

De bouwheer stelde op tijd, conform de reglementering, de gemeentelijke diensten op de hoogte van de startdatum van de bouwwerken.

Helaas, noch het Opwijks gemeentebestuur, noch de bouwheer, noch de (nieuwe) architect voldeden aan de hun duidelijk opgelegde plicht om de bevoegde diensten van de Vlaamse overheid in te lichten over de aanvang van de bouwwerken. Hierdoor kon het nodige verdere archeologische onderzoek, werfcontrole en opvolging niet gebeuren.
Moedwillig?

Door de plotse en overhaaste beschoeiingwerken voor de bouwput en de graafwerken werd meer dan vermoedelijk belangrijk archeologisch bodemarchief vernield.

Ook op de plaats van het huidige verbindingsbaantje tussen de Singel en de Marktstraat, waarlangs men nu het winkel- en appartementscomplex bouwt, zal nog archeologisch onderzoek dienen te gebeuren. Deze voet- en fietsweg ligt op het terrein van het vroegere kerkhof dat eigendom is van de kerkfabriek. In deze weg dient immers nog zowat alle nutsleidingen aangelegd te worden.

Wij zouden het logisch vinden dat hiervoor een principe gehanteerd wordt uit de Europese Conventie van Malta van 1992 (over de zorg voor het archeologische erfgoed), met name: de veroorzaker betaalt.

Is het Opwijks gemeentebestuur wel zo bezorgd om de opwaardering van het culturele en geschiedkundig erfgoed als zij schrijft in haar beleidsnota's en ‑plannen en andere publicaties? Wij hopen het.

Meer en geactualiseerde info op www.heemkringopwijk.be/fr/vdlm.