|
Reeds in maart
2006 trokken wij de aandacht van het Opwijks gemeentebestuur en
van de bevoegde Vlaamse overheid op de archeologisch
waarschijnlijk interessante zone van het vroegere kerkhof waar
men enkele weken geleden startte met een nieuwbouw (zie ons
artikel '
Een winkelstraat op het vroegere kerkhof bij de Sint-Pauluskerk' in 't O.L.
van 06/02/2008). Het is vooral de aanwezigheid van een in de
17de of begin 18de eeuw gedempte middeleeuwse omheininggracht
die deze zone archeologisch waardevol maakt(e).
In een brief van
26 december 2006 hieromtrent aan het College van Burgemeester en
Schepen van de gemeente Opwijk stelt bevoegd Vlaams minister
Dirk Van Mechelen onder meer:
Gezien de quasi
zekerheid dat er archeologische sporen worden aangetroffen, heb
ik mijn administratie de opdracht gegeven dit dossier van nabij
en pro-actief op te volgen. Gelieve daarom de startdatum van
welke werken ook aan de nutsleidingen en aan het eigenlijke
bouwproject minstens drie dagen op voorhand aan mijn
administratie mee te delen, zodat de nodige schikkingen kunnen
worden getroffen voor een actieve opvolging.
Na het beperkt
archeologisch onderzoek in april 2007 op het toekomstig
bouwterrein stuurde het Agentschap R-O Vlaanderen – R-O
Vlaams-Brabant – Onroerend erfgoed op 3 juli 2007 een brief aan
de bouwheer, met kopie aan het Opwijks gemeentebestuur, waarin
onder meer:
Er is wel
afgesproken met eigenaar en de architect dat onze dienst nog een
werfcontrole zal uitvoeren als de eigenlijke bouwput wordt
uitgegraven, voornamelijk dan in de zone van de aanzet van de
bouwput aan de kant van het kerkhof. Deze zone was nu niet
beschikbaar voor archeologisch onderzoek.
Inderdaad,
omwille van de aanwezigheid van een rij brede sparren langsheen
de nu afgebroken oude kerkhofmuur op het toekomstig bouwterrein
en om de stabiliteit van de oude muur niet in gevaar te brengen,
kon de vermoedelijke zone van de gedichte middeleeuwse gracht
toen niet onderzocht worden – zie het verslag, met
situeringsplan van de proefsleuven, van het VIOE-proefonderzoek
van april 2007 (Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed).
Dit verslag eindigt met:
Tijdens de werken
aan de zone die aanleunt bij de kerkhofmuur en het wegje dient
nog een werfcontrole te gebeuren zodat vastgesteld kan worden of
de gracht op het te bebouwen terrein of onder de weg langs het
kerkhof kan gesitueerd worden. Het Agentschap R-O Vlaanderen
dient verwittigd te worden van de start van de werken.
De bouwheer
stelde op tijd, conform de reglementering, de gemeentelijke
diensten op de hoogte van de startdatum van de bouwwerken.
Helaas, noch het
Opwijks gemeentebestuur, noch de bouwheer, noch de (nieuwe)
architect voldeden aan de hun duidelijk opgelegde plicht om de
bevoegde diensten van de Vlaamse overheid in te lichten over de
aanvang van de bouwwerken. Hierdoor kon het nodige verdere
archeologische onderzoek, werfcontrole en opvolging niet
gebeuren.
Moedwillig?
Door de plotse
en overhaaste beschoeiingwerken voor de bouwput en de
graafwerken werd meer dan vermoedelijk belangrijk archeologisch
bodemarchief vernield.
Ook op de plaats
van het huidige verbindingsbaantje tussen de Singel en de
Marktstraat, waarlangs men nu het winkel- en appartementscomplex
bouwt, zal nog archeologisch onderzoek dienen te gebeuren. Deze
voet- en fietsweg ligt
op het terrein
van het vroegere kerkhof dat eigendom is van de kerkfabriek. In
deze weg dient immers nog zowat alle nutsleidingen aangelegd te
worden.
Wij zouden het
logisch vinden dat hiervoor een principe gehanteerd wordt uit de
Europese Conventie van Malta van 1992 (over de zorg voor het
archeologische erfgoed), met name: de veroorzaker betaalt.
Is het Opwijks
gemeentebestuur wel zo bezorgd om de opwaardering van het
culturele en geschiedkundig erfgoed als zij schrijft in haar
beleidsnota's en ‑plannen en andere publicaties? Wij hopen het.
Meer en geactualiseerde info op
www.heemkringopwijk.be/fr/vdlm. |