|
Opwijk,
19 februari 2010
De heer Gilbert KOLACNY
Administrateur-generaal van het
Agentschap R-O Vlaanderen
Koning Albert II-laan 19
1210 Brussel
Geachte,
| Betreft: |
Opwijk. Nieuwbouw op de hoek Singel–Schoolstraat.
Bouwvergunning op naam van Willem Van Aelten – Gemini
NV. |
Recent werd door de gemeente Opwijk een
stedenbouwkundige vergunning afgeleverd voor het optrekken van
een meergezinswoning op de Singel.
Als erfgoedvereniging waren wij verwonderd over het feit dat met
betrekking tot deze aanvraag geen opmerkingen werden
geformuleerd vanuit het Agentschap Ruimte en Erfgoed, temeer
daar de meergezinswoning opgetrokken wordt in de nabijheid en
binnen het gezichtsveld van twee beschermde monumenten.
Wij verwijzen hieromtrent ook naar de brief d.d. 8 december 2009
die wij stuurden aan het college van burgemeester en schepen van
de gemeente Opwijk en waarvan wij een kopie stuurden aan het
Agentschap R-O Vlaanderen (Ruimtelijke ordening en Onroerend
erfgoed) – zie kopie in bijlage.
Ondertussen vroegen wij bij de gemeente
inzage in het betrokken dossier en wij zijn op zijn minst gezegd
toch wel verwonderd over de manier waarop het dossier vanuit het
agentschap werd opgevolgd of kon worden opgevolgd.
Vanuit de cel Onroerend erfgoed werd
blijkbaar een gunstig advies uitgebracht. Dit werd meegedeeld op
basis van een standaardtekst op een zelfklever op een kopie van
de oorspronkelijke brief van de gemeente. Wij vragen ons ook af
op welke manier men tot dit advies is gekomen. Op basis van de
ons overgemaakte stukken heeft bijvoorbeeld niemand een
plaatsbezoek gebracht om zich te vergewissen van de toestand en
de impact van de eventuele bouwwerken op de intrinsieke waarden
van de naburige beschermde monumenten.
In het dossier van de gemeente wordt ook
gesteld dat de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar
voorbijging aan de vraag voor advies en niet reageerde op de
desbetreffende 'vraag' van de gemeente.
Op basis van de informatie in het dossier dat de gemeente
bewaart, blijkt de 'adviesvraag' van de gemeente te bestaat uit
een schrijven (een eenvoudige verzendingslijst) aan het
agentschap d.d. 11 december 2009 met daarin een 10-tal
verschillende bouwdossiers, een verkavelingsdossier en twee
adviesaanvragen en dit allemaal onder de titel
'Stedenbouwkundige dossiers'.
Het advies werd dus niet afzonderlijk gevraagd, maar maakte het
deel uit van een pakket van 13 dossiers gelijkertijd, wat
uiteraard iets moeilijker op te volgen is of waar misschien
wordt tegenop gezien om effectief alle dossiers te gaan nakijken
binnen de gestelde termijnen.
Er is dus geen specifieke brief waarmee een advies gevraagd
werd, enkel de verzendingslijst van 11.12.2009 – zie kopie in
bijlage. Was dit wel een geldige adviesaanvraag overeenkomstig
de bepalingen van de Vlaamse Codex voor Ruimtelijke Ordening?
Wij hadden graag vernomen op welke manier
dit dossier door de gewestelijke stedenbouwkundig ambtenaar werd
beoordeeld en waarom werd voorbij gegaan aan de
'adviesaanvraag'.
In zitting van 19 januari 2010 leverde het
college van burgemeester en schepenen een stedenbouwkundige
vergunning af. Deze vergunning betreft dus een 'regularisatie',
op basis van 'As Build' plannen, omdat het gebouw hoger werd
opgetrokken dan voorzien op de aanvankelijke vergunningsplannen.
In dit vergunningsdocument (Formulier I) van
19.01.2010 lezen wij:
…
Advies gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar
De gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar bracht geen tijdig
advies uit, bijgevolg kan aan de adviesvereiste voorbijgegaan
worden.
…
Mogen wij vragen dit dossier te
onderzoeken en eventueel, in voorkomend geval, vooralsnog een
beroep in te stellen bij de deputatie van de provincie,
overeenkomstig Art. 4.7.21 van de Vlaamse Codex voor Ruimtelijke
Ordening?
Met de meeste hoogachting,
voor het HOM-bestuur,
|
Maurice WILLOCX |
Ingo LUYPAERT |
|
bestuurder |
voorzitter |
|