MINISTERIE VAN BINNENLANDSE ZAKEN
ALBERT II, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamers hebben aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
Art.
2. Deze wet is van toepassing op de provinciale en
gemeentelijke administratieve overheden.
Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder :
1° administratieve overheid : een administratieve overheid als bedoeld in artikel 14 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State
2° bestuursdocument : alle informatie, in welke vorm ook, waarover een administratieve overheid beschikt;
3° document van persoonlijke aard : bestuursdocument dat een beoordeling of een waardeoordeel bevat van een met naam genoemd of gemakkelijk identificeerbaar natuurlijk persoon of de beschrijving van een gedrag waarvan het ruchtbaar maken aan die persoon kennelijk nadeel kan berokkenen.
HOOFDSTUK II. - Actieve openbaarheid
Art. 3. Met het oog op een duidelijke en objectieve voorlichting van het publiek over het optreden van de provinciale en gemeentelijke administratieve overheden :
1° wijst de provincie- of gemeenteraad een ambtenaar aan die belast wordt met de conceptie en de realisatie van het informatiebeleid voor alle administratieve overheden die ressorteren onder de provincie of de gemeente, alsmede met de coördinatie van de publicatie bedoeld in het 2°;
2° publiceert de provincie of de gemeente een document met de beschrijving van de bevoegdheden en de interne organisatie van alle administratieve overheden die eronder ressorteren; dit document wordt ter beschikking gesteld van eenieder die erom vraagt;
3° vermeldt elke briefwisseling uitgaande van een provinciale of gemeentelijke administratieve overheid de naam, de hoedanigheid, het adres en het telefoonnummer van degene die meer inlichtingen kan verstrekken over het dossier;
4° vermeldt elk document waarmee een beslissing of een administratieve handeling met individuele strekking uitgaande van een provinciale of gemeentelijke administratieve overheid ter kennis wordt gebracht van een bestuurde, de eventuele beroepsmogelijkheden, de instanties bij wie het beroep moet worden ingesteld en de geldende vormen en termijnen; bij ontstentenis neemt de verjaringstermijn voor het indienen van het beroep geen aanvang.
Art.
4. Voor de afgifte van het in artikel 3, 2°, bedoelde
document, kan een vergoeding worden gevraagd waarvan het bedrag
wordt vastgesteld door de provincie- of gemeenteraad.
De vergoeding die eventueel wordt gevraagd, mag in geen geval
meer bedragen dan de kostprijs.
HOOFDSTUK III. - Passieve openbaarheid
Art.
5. Het recht op het raadplegen van een bestuursdocument van
een provinciale of gemeentelijke administratieve overheid en op
het ontvangen van een afschrift van het document bestaat erin dat
eenieder, volgens de voorwaarden bepaald in deze wet, elk
bestuursdocument ter plaatse kan inzien, daaromtrent uitleg kan
krijgen en mededeling in afschrift ervan kan ontvangen.
Voor documenten van persoonlijke aard is vereist dat de verzoeker
van een belang doet blijken.
Art.
6. Inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een
bestuursdocument geschiedt op aanvraag. De vraag vermeldt
duidelijk de betrokken aangelegenheid en, waar mogelijk, de
betrokken bestuursdocumenten en wordt schriftelijk gericht aan de
bevoegde provinciale of gemeentelijke administratieve overheid,
ook wanneer deze het document in een archief heeft neergelegd.
Wanneer de vraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift is
gericht aan een provinciale of gemeentelijke administratieve
overheid die het bestuursdocument niet onder zich heeft, stelt
deze de verzoeker daarvan onverwijld in kennis en deelt hem de
benaming en het adres mede van de administratieve overheid die
naar haar informatie het document onder zich heeft.
De provinciale en gemeentelijke administratieve overheden houden
een register bij van de schriftelijke aanvragen, volgens datum
van ontvangst.
Art. 7. Onverminderd de andere bij de wet, het decreet of de ordonnantie bepaalde uitzonderingen op gronden die te maken hebben met de uitoefening van de bevoegdheden van de federale overheid, de Gemeenschap of het Gewest, mag een provinciale of gemeentelijke administratieve overheid een aanvraag om inzage, uitleg of mededeling in afschrift van een bestuursdocument afwijzen in de mate dat de aanvraag:
1° een bestuursdocument betreft waarvan de openbaarmaking, om reden dat het document niet af of onvolledig is, tot misvatting aanleiding kan geven;
2° een advies of een mening betreft die uit vrije wil en vertrouwelijk aan de overheid is meegedeeld;
3° kennelijk onredelijk is;
4° kennelijk te vaag geformuleerd is.
Wanneer
met toepassing van het vorige lid een bestuursdocument slechts
voor een deel aan de openbaarheid moet of mag worden onttrokken,
wordt de inzage, de uitleg of de mededeling in afschrift tot het
overige deel beperkt.
De provinciale of gemeentelijke overheid die niet onmiddellijk op
een aanvraag om openbaarheid kan ingaan of ze afwijst, geeft
binnen de termijn van dertig dagen na ontvangst van de aanvraag
kennis van de redenen van het uitstel of de afwijzing. In geval
van uitstel kan de termijn nooit met meer dan vijftien dagen
worden verlengd.
Bij ontstentenis van een kennisgeving binnen de voorgeschreven
termijn, wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen.
Art.
8. Wanneer een persoon aantoont dat een bestuursdocument van
een provinciale of gemeentelijke administratieve overheid
onjuiste of onvolledige gegevens bevat die hem betreffen, is die
overheid ertoe gehouden de nodige verbeteringen aan te brengen
zonder dat het de betrokkene iets kost. De verbetering geschiedt
op schriftelijke aanvraag van de betrokkene, onverminderd de
toepassing van een door of krachtens de wet voorgeschreven
procedure.
De provinciale of gemeentelijke administratieve overheid die niet
onmiddellijk op een aanvraag om verbetering kan ingaan of ze
afwijst, geeft binnen zestig dagen na ontvangst van de aanvraag
aan de verzoeker kennis van de redenen van het uitstel of de
afwijzing. In geval van uitstel kan de termijn niet met meer dan
dertig dagen worden verlengd.
Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de gestelde termijn,
wordt de aanvraag geacht te zijn afgewezen.
Wanneer de vraag is gericht aan een provinciale of gemeentelijke
administratieve overheid die niet bevoegd is om de verbeteringen
aan te brengen, stelt deze de verzoeker daarvan onverwijld in
kennis en deelt hem de benaming en het adres mee van de overheid
die naar haar informatie daartoe bevoegd is.
Art.
9. § 1. Wanneer de verzoeker moeilijkheden ondervindt om de
raadpleging of de verbetering van een bestuursdocument te
verkrijgen op grond van deze wet, kan hij een verzoek tot
heroverweging richten tot de betrokken provinciale of
gemeentelijke administratieve overheid. Terzelfder tijd verzoekt
hij de Commissie voor de toegang tot bestuursdocumenten,
opgericht bij de wet van 11 april 1994 betreffende de
openbaarheid van bestuur, een advies uit te brengen.
De Commissie brengt haar advies ter kennis van de verzoeker en
van de betrokken provinciale of gemeentelijke administratieve
overheid binnen een termijn van dertig dagen na ontvangst van het
verzoek. Bij ontstentenis van kennisgeving binnen de
voorgeschreven termijn wordt aan het advies voorbijgegaan.
De provinciale of gemeentelijke administratieve overheid brengt
binnen 15 dagen na ontvangst van het advies of na verloop van de
termijn waarbinnen kennis moest worden gegeven van het advies,
haar beslissing tot inwilliging of afwijzing van het verzoek tot
heroverweging ter kennis van de verzoeker. Bij ontstentenis van
kennisgeving binnen de voorgeschreven termijn, wordt de overheid
geacht een beslissing tot afwijzing te hebben genomen.
Tegen deze beslissing kan de verzoeker beroep instellen
overeenkomstig de wetten op de Raad van State, gecoördineerd bij
koninklijk besluit van 12 januari 1973. Het beroep bij de Raad
van State is in voorkomend geval vergezeld van het advies van de
Commissie.
§ 2. De Commissie kan ook door een provinciale of een gemeentelijke administratieve overheid worden geraadpleegd.
§ 3. De Commissie kan op eigen initiatief adviezen uitbrengen omtrent de algemene toepassing van de wet betreffende de openbaarheid van bestuur in de provincies en gemeenten. Zij kan aan de wetgevende macht voorstellen voorleggen inzake de toepassing en de eventuele herziening van deze wet.
Art.
10. Wanneer de vraag om openbaarheid betrekking heeft op een
bestuursdocument van een provinciale of gemeentelijke
administratieve overheid waarin een auteursrechtelijk beschermd
werk is opgenomen, is de toestemming van de maker of van de
persoon aan wie de rechten van deze zijn overgegaan niet vereist
om ter plaatse inzage van het document te verlenen of uitleg
erover te verstrekken.
Een mededeling in afschrift van een auteursrechtelijk beschermd
werk is niet toegestaan dan met voorafgaande toestemming van de
maker of van de persoon aan wie de rechten van deze zijn
overgegaan.
In ieder geval wijst de overheid op het auteursrechtelijk
beschermd karakter van het betrokken werk.
Art. 11. De met toepassing van deze wet verkregen bestuursdocumenten mogen niet verspreid, noch gebruikt worden voor commerciële doeleinden.
Art.
12. De bepalingen van deze wet zijn mede van toepassing op de
bestuursdocumenten die door een provinciale of gemeentelijke
administratieve overheid in een archief zijn neergelegd.
De provinciegriffiers en de colleges van burgemeester en
schepenen zijn ertoe gehouden hun medewerking te verlenen aan de
toepassing van deze wet.
De eerste twee leden zijn niet van toepassing op het Algemeen
Rijksarchief of het Rijksarchief in de Provinciën, waarop de
wettelijke bepalingen betreffende de Archieven onverminderd van
toepassing blijven.
Art.
13. Voor de afgifte van een afschrift van een
bestuursdocument kan een vergoeding worden gevraagd waarvan het
bedrag wordt vastgesteld door de provincie- of gemeenteraad.
De vergoeding die eventueel wordt gevraagd voor het afschrift,
mag in geen geval meer bedragen dan de kostprijs.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepaling
Art. 14. Deze wet doet geen afbreuk aan de wetsbepalingen die in een ruimere openbaarheid van bestuur voorzien.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 12 november 1997.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
J. VANDE LANOTTE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
S. DECLERCK
Publicatie in het Belgisch Staatsblad: 19 december 1997