|
Open Monumentendag 2003 'Steen' “Steen” in de toponymie (= plaatsnaamkunde) van Opwijk In veel gevallen bewaren de
toponiemen (plaatsnamen) elementen van de geschiedenis die nergens anders
tot uiting komen. Hun verklaringen dragen enorm bij tot de kennis van ons
(lokaal) verleden.
Aard van de bodem In de bodem van Opwijk vindt men
Wemmeliaanse zavel en Assiaanse leem (in het plaatselijk dialect klei,
kleem of potaarde genoemd). 741. KLEI 1
(K 7): Gehuchtnaam: aen de cleije, G. 1596, F. 1775; op de
cleije, pass. 17e-18e e.; de Claye, een van de zeven gehuchten
cit. ap. Van Gestel; cleye, cleij, pass. 19e e.; op de klei,
V. 742. KLEI 2
(D-E 8): an de cleye te Droeshout, P. 1556; aen de cleye comende
jeghens het mertensveld, G. 1572; de Cleye P. 1623. 743. KLEI 3
(E 8): de quaede cleye, C. 1640. 744. KLEILOS
(J-K 5-6): cleylos, B. nr. 44. 745.
KLEISTRAAT 1 (D-E 6-8): de cleystrate, R. 1615; te Droeshaute
aen de Cleystraete, A. 1624; Cleystraete, S. 1771-82, F. 1775,
pass. 17e-18e eeuw; Cleystraet, B. nr. 5. 746. Klei 2
(K 4-6): Cleystraet, B. nr. 22. 747.
KLEIWEIDE (E 8): cleye weede, G. 1571. 748. KLEIWEG
(K 6-7): Cleyeweg, B. nr. 43. 1187.
POTAARDESTRAAT (I 6-7): de Potaerdestraat, B. nr. 8, K., Popp, V. Vervaardiging van bakstenen De zware klei werd in putten gedolven en aangewend voor het (ter plaatse) ver-vaardigen van bakstenen. Dit leverde het toponiemen leemput, kareelgelage en kareeloven op. 688.
KAREELGELAGE 1 (K 6): het careelgelaghe, G. 1565; Jans skeysers
careelgeleghe, G. 1609. – Perceel op Kapenberg, alwaar de put oft
wal, C. 1640 thans nog zichtbaar is. 689.
KAREELGELAGE 2 (G 6): tcareelgheleeghe, P. 1515, A. 1597; het
careelghe-laghe achter de borcht, P. 1545. – Weide achter de Borcht. 690.
KAREELOVEN (G 8): den careelhoven, C. 1640, F. 1775.- Hofstede op
de Hulst. 1339. STEENLAND (B 8): landt gheheeten steenlandt commende metter suytwest siden teghen den molencoutere van Baerdeghem, P. 1515; op Steelant, P. 1556, G. 1587, A. 1597, Z. 1659; op Steelandt, A. 1635 en pass. 17e e.; opt Steelandt, A. 1624 en pass. 17e e. – Een partij bouwland aan de Baardegemse grens. 1340. STEENLANDMEER ( B 8): op steelant meersch, G. 1565. – Meers in het Steenland. 1341. STEENOVENWEG (F 9): Steenhovenweg, B. nr. 64. – Veldweg te Droeshout. 1346. STEENVELD (G 7-8): op de hulze aent steenvelt, R. 1615. – Perceel te Hulst. Een plaatsnaam Kareeloven (z.d.w.) aldaar. In “op steenvelt nu 't schinsvelt” (F. 1775), verkeerde lezing, voor sceenvelt, oudere spelling van scheenvelt. 1427. VITSGAARD (H 5): zie Uitschaard. 1382.
UITSCHAARD (H 5): den wtschaert, P. 1515; den uutscaert, P.
1515; van den uutschaerde, P. 1556; vitschaert, P. 1595; den
uytschaert, P. 1620; de vitsaert, C. 1640; de vitsgaert,
C. 1725 en pass. 178-18e e.; in den uitschaert, F. 1775. - Perceel
land op de Asbeek. De kerkrekening van 1771 zegt dat “op het kerckengoet ghenaempt den vitsaert tot 64000” kareelstenen gebakken werden voor de vergroting van de kerk in 1772-1775. In het noordelijk deel van de gemeente, waar de grond meer zandachtig is, vindt men de toponiemen: zandhuis, zandput en zavelput. 1534.
ZANDHUIS (G 3): in 't santhuijs oost zuijt het meirelevelt ofte dreve,
zuyt west de droogheweijde, F. 1775; op 't Jansveldt in den hoeck
bij het zanthuijs, F. 1775; anderhalf dachw. genaempt het santhuijs
gelegen aen het meerschvelt, F. 1775. 1335. ZANDPUT (G 5): den sandeputte, P. 1620. 1336. ZAVELPUT (G 5): den savelputte, P. 1515. – Perceel op de Brugkouter, aan de Heirbaan, waar vroeger zavel geschoten werd. Thans behuisd. Natuursteen in Opwijk Nauurstenen als bouwmateriaal van slechte kwaliteit vindt men op ondiepe plaatsen in de meer zandachtige bodem (noordelijk deel van de gemeente). Men noemt die in Opwijk “schoorsteen” of “schorresteen”. Zij werden gebruikt voor de verbetering van aarden wegen of voor de funderingen van huizen. Het toponiem steenpoel bewaart de herinnering aan oude steengroeven. Met de grote Aquafinwerken van de laatste jaren in de gemeente voor de (afval)watercollectors stootte met op een aantal plaatsen op deze “Schoorsteen” . 1342. STEENPOEL 1 (F 4): anderhalf dachw. Op de Cleijne Espe nu genaemt den Steenpoel, noort oost d'heirbaene, oost zuyt 't clooster van Swijvique, zuyt west aen den campstadt ofte meersch van 't hof ten eecken, F. 1775; V. – Perceel in de Peerboom. 1343.
STEENPOEL 2 (F 3): op het focxvelt als nu genaempt den steenpoel,
F. 1775. – Perceel op 't Foksveld, hetzelfde denkelijk als Foksput. Toponiemen van bouwwerken in steen Toponiemen van bouwwerken in steen vindt men bij steenwegen, bruggen, grenspalen en gebouwen in steen. Tot diep in de 18e eeuw was de enige echte “steen”weg in Opwijk het vak van de oude heirbaan Dendermonde-Brussel in de kleine dorpskom van die tijd. Om de andere wegen te verbeteren werd er wel steenafval in gestort. Op het einde van het Oostenrijks regime werd de grote steenweg Brussel-Dendermonde aangelegd, die het westelijk gedeelte van Mazenzele en Opwijk doorkruist. In 1828 was de provinciale steenweg Aalst-Vilvoorde voltooid. De gemeentelijke kasseien volgden dan de ene na de andere. Vandaag zijn al deze kasseiwegen met asfalt bedekt ofwel vervangen door beton. Steenwegen 319. DROESHOUT STEENENWEG (F-G 6-7), B. nr. 64; 't Steenen wegsken, V. – Voetweg van 't gehucht Droeshout naar het Dorp, belegd met kasseistenen. 437. GROOTE KASSEI (A-D 5-10), V.- Rijksbaan Brussel-Dendermonde. 666. KALKESTRAAT (E-F 5-6), B. nr. 18, L., V. – Naam ontstaan in 't begin van de 19e eeuw; vroeger Kleistraat. Etymologie onzeker. Werden er wellicht kalkstenen in de modderige kleistraat gestort in die tijden ? 667. KALKESTRAATGOOT (E-F 5-6), B. – Naam van drie goten aldaar, onderscheiden als nr. 1, nr. 2, nr. 3 (B). 1347. STEENWEG (G 5): aen den steenwech, F 1440; jeghen den steenwech, P. 1515; den steenwech, C. 1640 en passim 16e-18e eeuw. – Voornaamste straat van het dorp, al vroeg met stenen belegd en gedurende eeuwen de enige gekas-seide straat van de gemeente. 1348. STEENWEGGOOT (G 5): Twee goten met die naam in B. Aan deze lijst dient ook nog “Stenen
wegsken” toegevoegd te worden. Deze benaming wordt nu nog steeds gebruikt
voor verschillende voet-(fiets-)wegen in Opwijk. Bij de toponiemen vindt men de volgende brugnamen: 194.
BRUGKOUTER (G-H 4-5): op de brugghe couter, F. 1430;
brugghecouter, F. 1473; den brugcouter, G. 1599; op den
bruchcouter, P.1595, A. 1597, G. 1597, 1599, 1609, A.1609, 1624 en
passim 16e-18e eeuw; daarnaast: op die bruccoutere, teghen den
bruccoutere en van den bruckcoutere, P. 1515; op de
bruccoutere, F. 1541; op den bruccoutere, G. 1570 en passim 16e
eeuw; - op den brouckcoulter, C.1640: op den brouckcauter,
R. 1615; op den broeckcauter, C. 1725 en F. 1775 heeft 7 maal
brughcauter, 1 maal broeckcauter; nu immer Broekkouter.- Grote
partij bouwland naast het dorp, tussen Neervelde kouter en ten Broeke. 417. GILLE AELBRECHT BRUG (J7), B.- Brug over de Molenbeek aan Gillis Aelb-recht's hofstede (1847). Hetzelfde als Steenenbrug 2. 707. KEMMEKENBRUG (I 5), B. – Brug aldaar. 727. KERSVELDBRUG (D 6): kerseveldbrug, B. – Brug over de Nijverzeelbeek aan 't Kersveld. 770. KLUISBRUG (D 2): Kluysbrug.- Brug over de Kluisbeek aan de Heirbaan. 953. MANSTEENBRUG (J 8), vroeger Mansteengoot, B. – Nieuwe brug over de Puttenbeek, te Mansteen. 1183. PONT DU BOURG (G 5), B. – Brug in het dorp. Aen de brugghe van den steenwegh, A. 1624. 1310. SPECHTBRUG (H 3): aen de speckbrugghe, F. 1775. - Brug te Specht. 1333. STEENEN BRUG (D 6) 1. – Brug over de Kwikborrebeek te Nijverseel, vermeld in R. 1615. 1334. STEENEN BRUG 2 (J 7): prope ponte quondam lapideum (Obit. Coll. Termonde XIVe e.); meirsch aen de steene brugghe aen de strate. Tr 't clooster van Ste Bergitte, R. 1615, R. 1750. – Brug over de Molenbeek aan de goederen van Zwijveke. De stenen grenspalen, stichels (slagbomen die een veld afsluiten) en steenputten in de toponymie van Opwijk zijn: 159. BRABANTSCHE STEEN (G2): 86 roeden gel. Te Nuwenhove … jeghens den brabantschen steen, G. 1574.- Een grenspaal op de Brabantse beek. 952.
MANSTEEN (I-K 8-9): te Mansteene, F. 1430, P. 1515, passim 16e
eeuw; op den mansteen, C. 1640; den wijck van Mansteen, C.
1640; Mansteen, passim 17e-18e eeuw, B., V., L. – Een gehucht
ontstaan langs de heirbaan naar Mollem, waar de Molenbeek en de Puttenbeek
deze baan kruisen. 1028. MIJLSTEEN (I 8): te Mansteen, op 't groot velt daer den mijlsteen staet, F. 1775. – Een mijlsteen op de heirbaan naar Mollem en Brussel. Vgl. Tweemijlsteen. In de kerkrekening van 1600 is vermeld: “Ontfaen van Hans Zeghers alis Beirens eenen grooten 't sjaers sprekende op denzelfs Hans stede te mansteene zeer omtrent den tweeden mylsteen.” 1328. STEEN 1 (G 2): 86 roeden geleghen te Nuwenhove aen de hofstede Gillis van Nuenhove ende jegens den brabantschen steen, G. 1574; 2 ½ dachw. meersch gen. den grooten Coolsop het kerckengoet ghenaempt den vitsaert tot 64000meersch paelende noort de beke van auts geheeten den Steen, F. 1775. – Grenssteen op de grens met Buggenhout, vroeger Brabant. 1329. STEEN
2 (I 4): anderhalf dachwant gheleghen an den steen, F. 1430. –
Grenssteen op de grens met Merchtem aan de Pelgrimsweg. 1330. STEEN
3: een half dachw. Ghelegen in den steen, R. 1615. – Ligging
onzeker; waarschijnlijk in Steenland. 1335. STEENEN STICHEL 1 (H 8): op de mulencoutere aen de steenen stichele, G. 1599; opt Schinsvelt aen het cautergat en den stichel, oost meulencauter, zuyt den aelsterschen heerwegh, F. 1755. 1336.
STEENEN STICHEL 2 (F 3): op het focxvelt aen den steenen stichel,
F. 1775. Aan dit lijstje kunnen wij best ook
de Vlaamse Staak toevoegen. Hij staat niet vermeld in Jan Lindemans
Toponymie van Opwijk, vermits hij nog juist op Lebbeeks grondgebied
staat. Op een totaalkaart Opwijk, einde 17e-begin 18e eeuw (“Ve Caerte”) staat op de grens van Opwijk (graafschap Vlaanderen) en Mazenzele (hertogdom Brabant), in de Mazelkouter, een “pael Steen” aangeduid. Stenen gebouwen De gebouwen in de toponymie van Opwijk, zijn de Borcht, de kerken, kapellen en pastorie, de herenwoningen, molens,... Wij kunnen veronderstellen dat zij van steen waren (zijn). Een selectie: 139. BORCHT
(G 5): die borch, K. 1515; de borcht, P. 1545 en passim 16e-19e
eeuw; de burght, F. 1775; V. 359. EERSTE STEEN.- Herberg te Droeshout, aan de Kerk; bedoeld als “eerste steen”, eerste gebouw, van de nieuwgestichte parochie. 447. GULDENHUIS (G 5): het guldenhuys, C. 1640 en passim 17e-18e eeuw, V.- Lokaal van de Gulde van den edelen handtboge van Sinte Paulus, gebouwd in 1619. 699. KATHOLIEKE SCHOOL (F 5).- School opgericht gedurende de “schoolstrijd”, thans aangenomen meisjesschool van de Zusters. 710. KERK.
St.-Pauluskerk, oude parochiekerk van Opwijk. 714. KERKENHUIS (G 5): der kercken stede, P. 1515; an der kercken huys, G. 1572; het kerckenplaetsken, P. 1627. Huis toebehorend aan de kerk, gebruikt in de 16e-17e e. nu eens als onderpastoorshuis, dan eens als school. 733. KINTSKAPEL (D 10), V. – Kapel ter ere van St.-Rochus, opgericht door “Juffrouw 't Kint”, in 1770, op haar landgoed. 765. KLUIS 1 (D 2): neffens de cluse, F. 1440; aen de cluse, G. 1450; empres la Cluyse theysterghem, F. 1473; gisant a la cluyse, F. 1473; die cluyse van Sint Pieters te Heisterghem, P. 1515; lant aen St. Pieters capelle genaempt de cluyse, G. 1598; stuck lants gheleghen achter die cluyse buten den bijvanck oft strate commende metter noordsiden jeghen cappellevelt ende leyt buten den berne van den voerschreven velde, P. 1515; aen de cluyse, G. 1609; daer de cluyse placht te staen, F. 1775. - Oude St. Pieters Kluis te Heistergem. 760. KLOOSTER (F 6).- Moederhuis van de Zusters van de H. Vincentius à Paulo van Opwijk. Toen de Zusters een nieuw gebouw betrokken kreeg dit de naam van Nieuw Klooster. Het oud klooster heet gewoonlijk “Het Gasthuis”. 788. KOSTHUIS (G 5) .- Gedeelte van het gasthuis waar betalende kostgangers opgenomen worden. 789. KOT, T' (G 5) .- Plaatselijk arrestantenhuis. 1120. OUDE PASTORIJ (G 6), V. – Voormalig pastoreel huis, nu boerenwoning. 1325. STATIE (G 4). – Station op het kruispunt van de spoorwegen Brussel-Dendermonde en Antwerpen-Aalst. 1337.
STEENEN VLEUGE ( J 7): weede ghenaempt de steene vleughe, G. 1598;
hofstede de steenen vleughe, C; 1640, C. 1725; het vleugsken,
V. – Hofstede aan de Molenbeek. 1372. TRAPSTEENEN (G 5): stede aen de trapsteenen ende aen de borcht, A. 1597. – Lang verdwenen trap van de Kattestraat naar het Kerkhof. 1402.
VERBERNDE STEDE 1 (I 10): de verbeerde stede, G. 1586; de
boomgaert genaempt de oude hofstede, C. 1640; weyde genaempt de
verberde stede, C. 1725; een half bunder van auts genoemt de
verbernde stede, F. 1775. – Dit hof, Keysers Boeghof en Hof ten Putte
geheten, brandde af in 1555. Zie: ten Putte. 1403. VERBERNDE STEDE 2 (C 4): in de verberrende stede, R. 1615; een dagw. Op 't royvelt ghenaemt de stede, R. 1750. – Perceel in het Rodeveld. (Hetzelfde als Bruinshof ?) 1463. WAAG,
DE (G 5). – Gebouw in het dorp, waar o.m. de publieke waag ondergebracht
was. 923. LINDEMOLEN (D 6). – Windmolen, genaamd naar de linde 2, in 1705 opgericht en omstreeks 1850 verdwenen. 1031. MOLEN.
Te Opwijk bestonden de volgende molens: Al deze molens verdwenen behalve de watermolen en de stenen molen (onttakeld) in de Nieuwstraat (onlangs ook afgebroken). 1322. STAMPMOLEN (K 7): Watermolen op de Klei, waar vroeger olie gestampt werd. 1331. STEENENMOLEN, naam van verschillende stenen molens. 1332. STEENEMOLENWEG (G 4-5), B. nr. 63. 1401.
VERBERNDE MOLEN (J 8): aen den verbeirden muelen, A. 1597; van
den watermolen ghenaempt den verberden molen, R. 1750. – Watermolen op
de Puttenbeek aan de heirbaan naar Mollem. 1479. WATERMOLEN (K 7): watermeulen, watermolen, passim 15e-19e e. – Zie MOLEN. 1513. WINDMOLEN (H 7) . – Gedurende lange jaren (tot 1705) was er maar één windmolen te Opwijk, de molen op de Hulst: den wintmolen, R. 1470; den windtmeulen, R. 1615 . – De tweede was de Lindemolen (1705). In 't begin van de 19e eeuw werden opgericht de stenen windmolens op de Klei (meulen van Mostinckx) en op Brugkouter in 1838, de houten windmolen op Neervelde kouter; omstreeks 1850 de stenen windmolen in de Nieuwstraat (Cisken zijnen meulen, V. ). Verwijzing naar steenputten 1344. STEENPUTSTEDE 1 (H 10): stede genaempt Steenputstede … jeghens de boschstraete ende jeghens het boschvelt, G. 1574; een dachw. genaempt de steenputstede, G. 1575; weyde gheheeten steenputstede, G. 1601; Steenputtestede oft Steenputteweyde, C. 1640; 2 dagw. Van auts gen. Steenputstede, west de matteweijde, F. 1775. – Perceel te Waaienberg. 1345.
STEENPUTSTEDE 2 (G 9): de steenputstede gheleghen te langvelde, G.
1610; behuysde hofstede te Langvelde van auts genaemt Steenputstede,
F. 1775. Mazenzele In zijn Historiek der straten van Mazenzele relateert Leo De Nil twee straten aan “steen” (artikelenreeks in het weekblad De Galm vanaf 1971, gebundeld en heruit-gegeven door Heemkring Opwijk-Mazenzele in 1987). 1. DE
STEENWEG. Van de grens van Asse tot deze van Opwijk. Staatsbaan nr. 257.
13. DE
HEERBAAN: Van de grens met Asse tot deze van Baardegem. Weg nr. 10. In zijn artikelenreeks beschrift L. De Nil ook de verharding van een aantal Mazelse gemeentestraten met “rebut” of “scherren”. Dit was een afvalproduct van steengroeven, een soort kiezelsteen die veel ijzer bevatte en ongemeen duurzaam was. Op het einde van de 19e eeuw waren schier alle wegen hiermee verhard. Vanaf eind 19e werden de Mazelse straat (voor de grensstraten in samenwerking met de gemeenten Asse en Merchtem) gekasseid, sommige met oude kasseistenen van de Steenweg. Voor Mazenzele kunnen wij nog twee toponiemen relateren aan het thema “Steen”. Kravaal In zijn Toponymie van Asse (1952) omschrijft Jan Lindemans het toponiem Kravaal als volgt: 485. Kravaal
(C-E 3-5): ca 1320 de nemore dicto crevael, — de 40 bonarium
nemoris sitis in crevail et nemore ducis prope Assche, L; 1441
nemus nostrum dictum creval continens circiter 77 ½ bonaria, Waut.
Env. I 474; 1356 Jan van Curvael, H; ca 1400 Andries van Kervael,
D; ca 1400 silvam dictam Kervael, Fl; 1440 cravael, L 1495
75 b. bosch geh. dbosch van der Noot opt creval onder Assche in de
prochie van Masenzele, L; 16e-18e eeuw passim Cravael; Cravaal,
Mil.. De naam werd klaarblijkelijk gegeven door de waalse steenhouwers die de be-langrijke steengroef aldaar ontgonnen op het einde van de 11e eeuw. — De primitieve vorm is niet gemakkelijk vast te stellen : spijt de oudste grafie cre-, zou men even goed een car-, cur- of ker- grafie voor de oudere kunnen houden, daar de plaatsnamen, in familienamen, dikwijls archaïserend geschreven worden. Het is ook niet duidelijk op welke omstandigheid de naam eerst toegepast werd. Het bos zelf is geen vallei. Het is een hoogte (Terrenberg) waarin kleine dellingen, die zelfs nu nog geen afzonderlijke naam hebben. De dichtst bij gelegen vallei is die van de Meldertse beek, waarin het Hof te Putte (bedoeld: de steenput van de abdij Affiigem in de, Mazelgraad, op de zijkant van het bos). Het lijkt waarschijnlijk dat dit hof het eerst met de naam Kravaal aangeduid werd. Het is trouwens aldaar dat het geslacht van Kervael woonde (er was geen ander hof). — Carvâl zou kunnen betekenen “vallei waarin een steengroef ligt”, wat niet de werkelijkheid strookt. Het fr. carrière, komt van lat. quadraria, “plaats waar de steen vierkantig gekapt wordt” (Longnon, 2690, Vincent, Top. Fra., 822). Misschien zei men eerst carrierväl, wat gemakkelijk kon gesyncopeerd worden tot carvâl, waaruit dan verder curvâl en kervael, en met gewone metathese krevael en kravael. Voor ker als mogelijke naam van een steengroef, zie onze suggestie bij Kerkberg. — Er was een ander Kervael te Tervuren (S. Pierren, Hist. de la Forêt de Soignes, I, 18), maar wij we-ten niet of hier een steengroef was. — Indien men cre- voor de primitieve vorm houdt is de etymologie nog moeilijker: aansluiting bij ofr. creus, “uitgehold”, stuit op bezwaren wegens de verdwenen s. Mazelgraat De Mazelgraat, een oude ondergelopen steengroef aan de rand van 't Kravaal ligt niet op Mazels grondgebied, maar op de grens van Asse en Meldert, op 200-tal meter ten noorden van de baan van Asse-ter-Heide (Dorpveld) naar Meldert (Putstraat), op ca. 800 m afstand van de Mazelse grens. In zijn Toponymie van Asse (1952) omschrijft Jan Lindemans het toponiem Mazelgraat als volgt: 569. MAZELGRAAT (C 4): 1722 den Maesel graedt, Kb Af. — Oude steengroef bij 't Kravaal, op de grens Asse-Meldert. Op
deze plaats wordt de sage van de verzonken klok van Mazenzele (een naburig
dorp op 2 km in vogelvlucht) gelocaliseerd. — Het tweede lid van de
samenstelling is of wel : l. mnl. graet, “trap”, rechtstreeks ontleend aan
het Latijn, niet uit een romaans dialect, want dan moesten we greis,
greie, of iets dergelijks hebben; het landschap van Mazelgraat
vertoont een steile rand, zodat een voetpad aldaar naar Mazel, met trappen
uitgewerkt in de rand, wel denkbaar is, maar het bestaat (en bestond) er
niet; — 2. of wel mnl. graet, „scherpe rand van iets' (vgl. ruggraat,
visgraat, enz.); de betekenis zou dan zijn: scherpe, steile rand van de
groef naar Mazel toe, wat inderdaad het geval is. |
|
|
|
|
www.heemkringopwijk.be - Print:
|
|
|
|