|

Ik
heb het
échte leven meegemaakt. Ik heb het geroken in de geur van de
dampende mest. Ik heb het gehoord in het geloei van
kalverend vee. Ik heb het leven zien bruisen in de ogen van
borstige boerenmeiden. Ik heb het gevoeld in de handen van
de boer op m'n erf, zwetend in de zomer, verkleumd vloekend
in de winter. |