Ruimtelijke ordening


Naar vorig deel

Naar volgend deel  

Belangrijkste opmerkingen, bezwaren en voorstellen van het bestuur van de Heemkring Opwijk-Mazenzele bij het Ontwerp gemeentelijk ruimtelijk structuurplan.

Deel 'Informatief gedeelte'

(p. 2) I.4. Enkele kengetallen

De informatie over tewerkstelling (1991), werkloosheid (1996), bodembestemming (1977) en prijzen woningbouw (1994) is verouderd en moet geactualiseerd worden.

(p. 7-8) II.1.3.

De andere classificatie van de weg N47 in het ruimtelijk structuurplan Oost-Vlaanderen en Vlaams-Brabant schept planningsonzekerheid.

(p. 8) II.1.4.1.

Item voor het bufferbekken langs de Brabantse beek.

(p. 10) II.1.4.1. Bijzondere plannen van aanleg

Verwijzing naar kaart 10: situering bijzondere plannen van aanleg.

Kaart nr. 10 ontbreekt in het document ORSO (versie april 2002) dat ter inzage lag op het gemeentehuis in het kader van het openbaar onderzoek en in de exemplaren die aan de geïnteresseerde burgers verkocht werden.

(p. 12) II.1. Beschermde monumenten en landschappen

Ontbreken cultuurhistorische waarden

Opwijk wordt gekenmerkt door verschillende gebieden met een bijzondere cultuurhistorische waarde. Nergens werd in het vooronderzoek, in het vaststellen van kernpunten en in het aanreiken van concrete voorstellen rekening gehouden met deze cultuurhistorische waarde.

Dit wordt erg duidelijk wanneer op p. 12 een overzicht wordt gegeven van het beschermd patrimonium van de gemeente Opwijk. Ondanks de verplichting voor de gemeente om te beschikken over een lijst van beschermde monumenten, landschappen en dorpsgezichten is men er niet in geslaagd een overzicht te geven van het beschermd patrimonium. De Sint-Rochuskapel (zgn. Kintskapel) komt niet voor in de lijst, net zomin als de molen van Mazenzele. De Dries van Mazenzele werd beschermd als monument met een deel van de omgeving als dorpsgezicht. Dit gebied sluit overigens nauw aan bij het als dorpsgezicht beschermde deel van de Molenkouter.

Gelijktijdig wordt nauwelijks aandacht besteed aan de archeologische waarden die nochtans duidelijk gekend zijn. Eerste en vooral is er de borchtsite waar voor een beperkt gedeelte archeologisch onderzoek werd uitgevoerd. We komen hier verder nog op terug. Ander gebied met archeologische waarde is zeker het zgn. Leen Ten Eeken, waar overigens een verplichting van voorafgaand onderzoek geldt voorafgaand aan de bouwfase.

Het voorafgaande is des te vreemder omdat de gemeente recent in haar cultuurbeleidsplan de bewaring van het erfgoed als een bijzonder aandachtspunt naar voren heeft gebracht. Dergelijke intenties kunnen uiteraard alleen geconcretiseerd worden wanneer er binnen de ruimtelijke planning voldoende aandacht is.

Het feit dat er met deze cultuurhistorische waarden geen rekening wordt gehouden, komt duidelijk tot uiting in de visievorming rond de kern Mazenzele. Met de kerk, de Dries en de molen met Molenkouter is een bijzonder groot gedeelte van de kern van het dorp omwille van zijn cultuurhistorische waarde beschermd geworden. Uiteraard is dit een aspect dat in de visievorming in overweging dient te worden genomen. Als er over het gebied wordt gesproken, gebeurt dat steeds omwille van de zgn. landschapswaarden. Zoals we verder zullen bespreken, gaat het hier ons inziens veel meer om een natuurwaarde dan om een landschapswaarde. Dit lijkt ons een verkeerd uitgangspunt voor een gebied dat omwille van zijn cultuurhistorische waarde werd beschermd (historische Dries, Molenkouter).

Dat deze cultuurhistorische waarden niet in overweging werden genomen, komt ook tot uiting in het deel over de ruimtelijke context (p. 24), waarin de Ferraris-kaart als eerste kaart werd aangeduid. Daarbij wordt voorbij gegaan aan de bijzondere informatie die in het kaartboek 1725-1726 van Opwijk terug te vinden is. Uit het overzicht in dit deel blijkt duidelijk dat de ontwerpers van dit structuurplan niet op de hoogte waren van de beschikbare literatuur of bestaande literatuur zonder enige vorm van historische kritiek hebben geraadpleegd. Dit komt duidelijk naar voor in de ganse opmaak van het gedeelte, dat nochtans essentieel is bij de verdere uitwerking van de toekomstvisie. Het ontstaan van de verschillende kernen speelt immers een essentiële rol in de opmaak van het ganse ruimtelijke structuurplan.

Alhoewel de Borchtsite in functie van de groene omgeving rond het Gemeenschapscentrum Hof Ten Hemelrijk als een belangrijk gebied wordt aangeduid, is daar bij de verdere visieontwikkeling weinig rekening mee gehouden. Onder meer via de Centraal Archeologische Inventaris wordt duidelijk dat dit ganse gebied een uitzonderlijke archeologische waarde bezit. Er wordt weliswaar verwezen naar de opgraving die in dit gebied werd uitgevoerd, maar men is er zich duidelijk onvoldoende van bewust dat men slechts een beperkt deel van het neerhof van de Borchtsite heeft opgegraven. Bij elke bodemingreep vallen dan ook bijkomende vondsten te verwachten. Er dient dan ook te worden gestreefd naar een optimale bewaring van dit gebied door ingrepen in de bodem te vermijden en geen constructies op te richten.

Op verschillende plaatsen in dit ontwerp van structuurplan wordt verwezen naar voorafgaand overleg met bevoorrechte getuigen. Nergens is ook maar enig spoor terug te vinden van wie die bevoorrechte getuigen waren en wat er precies besproken is. Bijvoorbeeld bij de bijlage over de chronologie van de inspraakvergaderingen is er geen spoor te bekennen van deze interviews met de bevoorrechte getuigen. Uit de opmaak van het ganse document blijkt evenwel duidelijk dat geen enkele getuige werd geraadpleegd die rekening hield met deze cultuurhistorische waarde. Nochtans is onze vereniging reeds jarenlang op een intense manier bezig met deze problematiek. Getuige daarvan de actieve manier waarop gebruik gemaakt wordt van de diverse inspraakmogelijkheden, bijvoorbeeld in het kader van openbare onderzoeken.

Dezelfde vaststelling kan gemaakt worden wanneer men de samenstelling van de stuurgroep die dit ontwikkelingsproces begeleidde, bekijkt. In de stuurgroep is niemand vertegenwoordigd die op een of andere manier de cultuurhistorische waarde mee in overweging nam.

Hierop aansluitend verwijzen wij ook naar de aanbevelingen van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap - Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen - Cel Monumenten en Landschappen, dd. 11 september 2000 aan het gemeentebestuur van Opwijk. In dit schrijven wordt op een gedetailleerde wijze uitgelegd op welke wijze het erfgoed dient betrokken te betrekken in de lokale structuurplanning.

(p. 12) II.3.2. Afbakening woningvernieuwings- en woningbouwgebieden.

Verwijzing naar kaart 11: afbakening woningvernieuwings- en woningbouwgebieden.

Kaart nr. 11 ontbreekt in het document ORSO (versie april 2002) dat ter inzage lag op het gemeentehuis in het kader van het openbaar onderzoek en in de exemplaren die aan de geïnteresseerde burgers verkocht werden.

(p. 14) II.5.1.  

Het Gemeentelijk Natuurontwikkelingsplan Opwijk moet aangepast worden om coherent te zijn met het ontwerp ruimtelijk structuurplan Opwijk.

(p. 15-16) II.5.3.  

Het Milieubeleidsplan Opwijk moet aangepast worden om coherent te zijn met het ontwerp ruimtelijk structuurplan Opwijk.

(p. 16-17) II.6.1. Gebiedsgericht plan Antwerpen-Brussel

Activiteiten van regionaal belang moeten geconcentreerd worden langs regionale assen, o.a. N 47. Voor horeca en distributie gaat het Ontwerp ruimtelijk structuurplan (ORSO) hier tegen in.

(p. 17) II.6.2. Werkdocument voor differentiatie en afbakening van de agrarische gebieden.

Het gehucht Hulst wordt aangeduid als 'structureel aangetast', terwijl het in het ORSO als landschappelijke overgang wordt opgenomen.

Het onaangesneden recreatiegebied ten oosten van Trod komt daarentegen wel in aanmerking voor opname in het agrarisch gebied.

(p. 19) II.6.5. Rapport wenselijkheids- en haalbaarheidsonderzoek gemeentelijk centrum.  

Ondanks nadelen (lage natte zone en waardevolle landschapskenmerken) van de op het gewestplan voorziene zone voor dagrecreatie tussen Droeshoutstraat, Diepenbroek en Groenstraat worden geen andere locaties onderzocht.

(p. 19-20) II.6.6. Inventaris waardevolle gebouwen

De geciteerde inventarissen zijn niet meer actueel (1985) zodat de toevoeging van een aantal gebouwen en vooral landschappen zich opdringt.

Bij de gebouwen: o.a. diverse neogotische gebouwen in Opwijk-centrum, de kerk van Droeshout, de directeurswoning van het klooster, enkele gebouwen in de Stationsstraat, enkele gebouwen van architect Semal, meerdere (landelijke kapellen), Schuttershof,... enz.

Bij de landschappen (en/of dorpsgezichten): het kerkhof van Droeshout, het oud kerkhof (ontruimd) rond de Sint-Pauluskerk, de parktuin van de villa Wijnants, de site van de oude Borcht met de gedempte wallen en wegjes, de dreef van de Hulst, ... enz.

(p. 24): III.1. Historische ontwikkeling van de ruimtelijke structuur

Hier wordt volledig voorbijgegaan aan de bijzondere informatie die in het kaartboek 1725-1726 terug te vinden is. Uit het overzicht in dit deel blijkt duidelijk dat de ontwerpers van dit structuurplan niet op de hoogte waren van de beschikbare literatuur of bestaande literatuur zonder enige vorm van historische kritiek hebben geraadpleegd. Dit komt duidelijk naar voor in de ganse opmaak van het gedeelte, dat nochtans essentieel is bij de verdere uitwerking van de toekomstvisie.

De historische ontwikkeling van de ruimtelijke structuur is in het Ontwerp structuurplan zeer onvolledig weergegeven.

Het ontstaan van Opwijk is -volgens recenter onderzoek- nogal verschillend verlopen dan hier weergegeven. Jan Lindemans brengt in de aanvullingen en verbeteringen bij de Geschiedenis van Opwijk reeds een aanzet voor een andere visie. Die nieuwe visie is uitgewerkt door Jan Verbesselt in zijn standaardwerk 'Het Parochiewezen in Brabant tot het einde van de 13e eeuw, Deel VII (1969) Opwijk (blz. 100-138).

Vijftig jaar voor de kaart van Ferraris -die trouwens weinig gedetailleerd is- tekende landmeter J.D. Dekens in 1725-1726 een gedetailleerd meting- en kaartboek van Opwijk (15+1 kaarten en een perceelsgewijze inventaris van het onroerend goed van de deelgemeente Opwijk). Deze land- en metingkaart vormt een beter uitgangspunt van de ruimtelijke context van Opwijk. Voor Mazenzele tekenden G.T'Kint en J. Van Langenhove in 1666 een land- en metingskaart. De primitieve kadasterkaarten van Opwijk en Mazenzele door J.-G. Gulikers dateren van 1823. De kaarten Van der Maelen dateren niet van 1860 maar van 1836 en 1847 respectievelijk in Mazenzele en Opwijk. De kadasterkaarten Popp -nog steeds de basis van de huidige kadasterkaarten- dateren van ca. 1860.

De nieuwe verbindingswegen (nieuw tracé) Brussel-Dendermonde (via Mazenzele) en Vilvoorde-Aalst werden gerealiseerd respectievelijk eind 18e-begin 19e eeuw en in 1829-1846.

De steenweg op Merchtem werd voltooid in 1840. Het Schuttershof dateert van het midden van de 19e eeuw. De Processiestraat werd aangelegd in 1868-69. De spoorlijnen Brussel-Dendermonde en Aalst-Londerzeel-Mechelen werd aangelegd in 1876-81 en de Stationsstraat in 1879.

Droeshout centrum ontstond na de oprichting van de parochie in 1895. Het klooster van Opwijk werd in 1902-1904 gebouwd en pas later werden er in de straat woningen gebouwd voorbij de dreef naar het Hof ten Hemelrijk. Een groot deel van de bebouwing van de Fabriekstraat dateert van na 1901 toen Vanbreuze werd opgericht. Tijdens de eerste wereldoorlog werd het zuidelijk deel van Buggenhoutbos (tegen Opwijk) gerooid.

De aanleg en de bebouwing in de Esp dateert van 1927.

Na de tweede wereldoorlog werd in 1951 de Bunderstraat aangelegd. De eerste verkaveling Providentia (Hollestraat) dateert van 1959. De Ringlaan en Heiveld (samen met de Karenveldstraat, de Sint-Paulusbaan en een deel van de Nanovestraat) werden aangelegd in 1963-1964. De volgende verkavelingen waren Korruit, Hoevestraat, Vitsgaard-Kouterlaan, Ravensveld, Verlorenkostbaan-Beiaardlaan, Rubensveld, Molenveld en Konkelgoed.

Grote verkavelingen na 1980 zijn: Kerseveld, Bunderstraat (uitbreiding), Costershof, Beekveldstraat, Leen ten Eeken, Nanove enz.

(p. 30) III.3.1. Bestaande open ruimte structuur

-

Brongebieden: Blouwaart en Trod (en niet Blauwberg en Trot)

-

Nanovebos is slechts een mini-overblijfsel na de verkaveling van Nanove, die samen met de verkaveling Konkelgoed een deel van het brongebied vormde.

(p. 33) Landschappelijke elementen

De Borchtsite, met haar (gedichte) omwallingen en de plaats van de vroegere dreef, vormt met de Kattestaat, de oude pastorie met haar omwallingen en de dreef naar de steenweg (nu Gasthuisstraat), het Hof ten Hemelrijk met omliggende boomgaard, het Kareelgeleeg, de dreef naar de Kloosterstraat, de pastorie en de Waag van Sint-Paulus Opwijk met de pastorietuin (voor 1850 een boerderij) en alle hier gelegen kerkwegels één geheel langs de (nu gedichte) Asbeek met -naast de dreef naar de Gasthuisstraat- de plaats van de oude (Drievuldigheids)-kerk. Aansluitend hieraan ontstond in de 13e-14e eeuw het marktplein met Gildenhuis en brouwerijen-herbergen, de Sint-Pauluskerk met kerkhof en Kerkstraat, het kerkplein en de Singel met omwalling.

(p. 34-35) III.3.2. Bestaande nederzettingstructuur:

De woonlinten op de kaart 22 aangeduid zijn zeer beperkend weergegeven. In feite zijn ze veel talrijker en bevatten naast woningen ook bedrijvigheid. Deze bedrijvigheid verhoogt sterk de verkeersdruk op deze woonlinten.

(p. 35-36) III.3.3. Bestaande ruimtelijk-economische structuur

De handelszaken van Opwijk-Centrum zijn reeds voor een flink deel verschoven naar de ring rond het Centrum (vooral Heiveld-Ringlaan) en naar de toegangswegen (Steenweg op Merchtem, Nieuwstraat-Steenweg op Aalst).

In deze paragraaf wordt veel te weinig aandacht geschonken aan de ruime dienstenactiviteit (incl. vrije beroepen), nutsvoorzieningen en scholen.

(p. 36) III.3.4. Bestaande verkeers- en vervoerstructuur

Spoorlijn is nu Brussel-Sint-Niklaas en niet Brussel-Dendermonde.

(p. 44) IV. 1.2. Ruimtebehoeften voor woningen

Een zwak punt in het structuurplan is het volledig ontbreken van gegevens over de migratie, meer in het bijzonder de evolutie gedurende de laatste jaren. De netto-inwijking zou nochtans een grote rol kunnen spelen in de woningbehoefte. Is de sterke stijging van de prijs van de bouwgronden en het toenemend gebruik van de spoorwegverbinding met Brussel geen aanduiding van een te verwachten netto-inwijking die veel groter zou kunnen zijn dan de natuurlijke aangroei van de bevolking ?

Een en ander heeft ook een invloed op de behoefte aan sociale huisvesting, de vergelijking van de woonbehoeften met het woonaanbod en de dorpsvernieuwingsbehoeften.

(p. 48-51) IV. 1.4. Onderzoek naar zonevreemde woningen

-

welke waren de criteria voor de vaststelling van het aantal zonevreemde woningen (vooral met betrekking tot woningen bij een landbouwbedrijf in agrarisch gebied dat al of niet nog in functie is)

-

welke zijn de verwachtingen voor binnen 2-3-5 jaar ? (vooral i.v.m. de te verwachten stopzetting van vele landbouwbedrijven) ?

-

hoeveel woningen werden zonevreemd door de uitvaardiging van een plan van aanleg (meestal Gewestplan, 1977)? Hoeveel woningen werden zonevreemd gebouwd (dus na de uitvaardiging plan van aanleg -Gewestplan 1977-, meestal gebruik makend van één of ander achterpoortje in de regelgeving) ?

(p. 53-57) IV. 2.4. Mogelijke locaties voor een nieuw K.M.O. terrein

Tabel nr. 8 - N5-Gebied ten noorden van Nijverseel ten oosten van N47:

-

Wij lezen: 'Rechtstreekse toegang tot N47 is mogelijk op verschillende manieren'.

Maar de kaart nr. 63 toont slechts één manier. Welke zijn de andere (Luikerweg en Coenstraat zijn uiteraard uitgesloten). Indien de weg vanop Lebbeeks grondgebied de toegangsweg is (is de gemeente Lebbeke hiermee akkoord ?), wat is dan de uitgangsweg (te scheiden omwille van de veiligheid) ?

-

Bereikbaarheid met openbaar vervoer.

Wij zien niet in waarom de bestaande verbinding fietspad Leirekensroute naar spoorwegstation Opwijk een pluspunt is. De afstand bedraagt ca. 3 km. Welke eventuele werknemer gaat 's morgens over zijn fiets beschikken aan het station Opwijk om naar Rodeveld te rijden ?

-

Er bevindt zich in het gebied geen leegstand landbouwbedrijf, maar een vroegere aardappelloods die nu, in dit agrarisch gebied, volledig zonevreemd gebruikt wordt voor andere activiteiten.

-

Het gebied maakt deel uit van een open ruimte. Dus hier geen '+/-' beoordeling, maar een duidelijk '-' beoordeling !

-

Waarom is er slechts een matige waarde van het agrarisch gebied ?

Zie ook onze opmerkingen bij pagina's 117-120.

(p. 58) IV. 3. Ruimte voorzieningen

Algemeen is het plan te vaag geformuleerd en is er geen onderzoek gebeurd naar de behoeften, afgeleid van mobiliteit en verkeer, met name parkings en pleinen.

(p. 58-60) IV. 3.2. Onderzoek naar zonevreemde recreatie

Hierbij is alleen uitgegaan van de bestaande recreatie, zonder rekening te houden met de spreiding over de gemeente. De toegekende categorieën zijn duidelijk te hoog, rekening gehouden met het algemeen ruimtelijk plan. Elk terrein zou 1 categorie minder moeten krijgen.

KSK Opwijk in de Fabriekstraat is ook deels zonevreemd (woongebied).

Er is geen plan voor een multifunctioneel plein voor activiteiten.

(p. 61-63) V. Knelpunten

In het overgangsgebied/brongebied van de Asbeek zijn de verkavelingen Konkelgoed en Nanove reeds een zware aantasting van de open ruimte.

Het effect van de woonlinten is sterk onderschat.

De centrum-vierhoek is reeds zo ver overschreden dat hij nog weinig structuur brengt in Opwijk-centrum.

Het straatbeeld is in veel meer straten gehavend dan alleen in de Kattestraat en de Gasthuisstraat (bvb. de Processiestraat, Fabriekstraat, Heirbaan).

Profi is niet aan de ring maar aan de Vitsgaard gelegen; Unic (nu GB) is in de Nieuwstraat gelegen en Spar-Elite in de Fabriekstraat.

Naar de Stationsstraat is er geen verschuiving van handelszaken, eerder het tegenovergestelde.

Verkeer en mobiliteit

Op verschillende plaatsen in het ontwerp structuurplan (o.m. p. 63, p. 68, p. 81, p. 121) wordt gepleit voor de uitbouw van een fiets- en voetgangersvriendelijk verbindingsnetwerk. Uiteraard sluiten wij ons volledig aan bij deze voornemens. De gegevens die hieromtrent in het structuurplan zijn opgenomen zijn bijzonder disparaat en geven weinig inzicht in de visievorming en de ontwikkelingsmogelijkheden.

Wij hebben de indruk dat vooral getracht wordt een diversificatie in het gebruik van de wegen te bevorderen waarbij een aantal wegen in de nabijheid van knelpunten in functie van de zachte weggebruiker worden ontwikkeld.

Nochtans bestaat er reeds een historisch gegroeid netwerk van buurt en andere landelijke wegen. Dit netwerk leent zich uitstekend voor de ontwikkeling van veilige wegen voor de zachte weggebruiker zelfs over bijzonder lange afstanden en intergemeentelijk.

Wij stellen ons echter vragen bij de implementatie van dit zwak onderbouwde gegeven in een gemeente die tijdens de afgelopen jaren van opmaak van het structuurplan vooral veel van deze wegen heeft afgeschaft, verlegd,... zonder daarbij rekening te houden met het veiligheidsaspect.

Voor verkeer en mobiliteit is een veel stricter beleid nodig, vooral voor vrachtvervoer (bvb. + 3,5 ton in de Stationsstraat). Er is nood aan een plan voor parkings, pleinen en rotondes.

(p. 67) V. 2.2. Kwaliteiten i.v.m. sectoren

Geen kwaliteiten i.v.m. huisvesting, handel en nijverheid ?!

Gemeenschapsuitrusting: overdreven.

(p. 68) Landschap

Begrip landschap

Bij de opmaak van dit ontwerp structuurplan heeft men zich bijzonder gebaseerd op de geomorfologie van het landschap en het gevolg daarvan op bodemstructuur, waterhuishouding,...

Van daaruit is men vertrokken om de landschappelijke waarden vast te leggen, onder meer op basis van het huidige gebruik. Daarbij wordt sterk uitgegaan van de biologische waarde van het landschap. Opnieuw werd op geen enkele manier de culturele landschapswaarde in rekening gebracht. Nochtans wijzen recente wetenschappelijke studies er terecht op dat gans Vlaanderen als één groot cultuurlandschap kan worden beschouwd, waarin zich uiteraard ook zones bevinden die zich omwille van hun belangrijke biologische waarden onderscheiden.

Het is ons inziens een fundamentele fout bij de ontwikkeling van de visie dat op geen enkele manier rekening werd gehouden met de het fundamenteel onderzoek dat de afgelopen jaren rond (cultuur)landschappen werd gevoerd en dat resulteerde in de Landschapsatlas. De Landschapsatlas zorgt immers op een systematische manier voor de beschrijving van de (cultuurhistorische) waarde van de landschappen aan de hand van begrippen als ankerpunten, relictzones,...

Ook voor Opwijk zijn deze gegevens beschikbaar en makkelijk raadpleegbaar.

Door serieus vooronderzoek zou kunnen vermeden worden dat verkeerde uitgangspunten worden gehanteerd en dat biologische waarde constant en ten onrechte verward wordt met landschappelijke waarde. Op p. 68 wordt als specifiek landschap onder meer verwezen naar de Molenkouter (door de bescherming als dorpsgezicht nochtans een typisch voorbeeld van een cultuurhistorisch landschap) en naar het klooster met omgeving.

Wij zijn van mening dat groene zones en parken zoals de tuin van het Kasteeltje, de kloostertuin, de omgeving van het Hof ten Hemelrijk,... belangrijke elementen zijn in de verdere ontwikkeling van de groene ruimtes binnen de gemeente. Wanneer men er echter niet in slaagt de huidige diversiteit, ontstaan omwille van een verschillende cultuurhistorische achtergrond, te vrijwaren, is dit een maat voor niets.

In de ganse bespreking van de groene en open ruimtes worden overigens enkele gebieden geselecteerd die door veel waarnemers niet als open ruimtes worden aangevoeld. Nochtans is dit een belangrijk uitgangspunt geweest bij de opmaak van het structuurplan. Door de bebouwing van de Klei en in mindere mate van de Steenweg op Merchtem en de Steenweg op Vilvoorde, kan men moeilijk spreken van een open ruimte gebied.

(p. 68-69) V. 2.3. Belangrijkste kwaliteiten

Potenties en troeven zijn zwak en weinig gestructureerd.


www.heemkringopwijk.be - Print:
© Heemkring Opwijk-Mazenzele (HOM) 1999-2010 

 

Door een bezoek aan de site van de adverteerder (klikken op deze banners) en eventueel met de adverteerder te handelen ontvangt de HOM een kleine vergoeding die gebruikt wordt voor de instandhouding (domeinnaam, hosting, ...) en de uitbreiding van deze website. Beste dank hiervoor.
De externe pagina opent zich in een nieuw venster. Om terug te keren naar de HOM-pagina: klik op de X van de browsertitelbalk (uiterst rechts boven).
De publiciteitsbanners en deze tekst worden niet afgedrukt.