HOM - Heemkundige bijdragen


De Opwijkse frontblaadjes 1914-1918 

'De Stem uit Opwijk' 5-8

 

De op deze site weergegeven delen van het frontblaadje zijn slechts een eerdere willekeurige selectie van het geheel.

De integrale inhoud van de 32 nummers van het frontblaadje is, samen met ruime achtergrondinformatie, opgenomen in de publicatie 'Getuigenissen van «de andere oorlog». Opwijk-Mazenzele (en omstreken) 1914-1818' (2004).

De stem uit Opwijck

Nr. 5 - 15 december 1915

Nieuws uit Opwijck

Brieven van 12e en 22e October.

Er loopen nog 'n 70 Duitschers in 't dorp; zij hebben weinig gezag. Zij slapen in 't pensionaat, de gendarmerie en 't huis er recht over (huis van We Rolier-Moens).

Koren en tarwe is in beslag genomen door het nationaal hulpcomiteit, behalve 10 kg. per man en per maand. Om graan te doen malen, moet elke boer een bewijs hebben waar de hoeveelheid kilos meel op aangeduid zijn; de maalder mag er niet meer voor malen als er op aangeduid is. De koeien hebben recht op 10 kil. koren per maand en per kop. De rest is allemaal voor 't comiteit aan den prijs van 27 fr voor de tarwe en 24 fr voor het koren. De maïs die 't comiteit levert kost 36 fr de 100 kilos, de zemelen 26 fr. De paarden hebben recht op 2 kil. haaver per dag. Lijnezaad is niet om krijgen.

Kaart van 3 november. 
- Meester Moens is hoofdonderwijzer benoemd in Merchtem.

- De burgemeester van Mazenzeel in onlangs overleden.

- Tusschen Opwijck en Wemmel is er eene omnibus dienst des 's Woensdags en 's Vrijdags, twee maal daags op en af 18 man kan vervoeren. De menschen keeren 50 jaren achteruit, ziet ge! Dat toch beter dan niets.


De stem uit Opwijck
Nr. 6 - 1 januari 1916

Beste Vrienden,

Verbeeldt u: ne goeien, sterken abri, dag en nacht met een keersken verlicht (keersen gekocht per dozijn uit profijt) en waar ik de 83e uur in ben, nu zittend, dan liggend, soms geknield maar nooit rechtstaande. Daar schrijf ik u deze regelen:.
In naam van de opstelraad van ons bladje wensch ik u een zalig en gelukkig Nieuwjaar. Wij hebben eene ziel en een lichaam en daarom zeg ik u niet alleen gelukkig maar ook zalig. Ten andere, zoo zeggen de menschen te huis, te Opwijck, en is de uitdrukking oud, z'is er niet min goed om.

Een zalig jaar dat wenschen Zo gesteld groeten wij het jaar 1916. Dat het voor ons weze: 'Zalig en gelukkig'.

                                                                       Jan Buggenhout


Tegen einde dezer maand sturen wij aan al onze lezers gratis een schoon boek, dat 100 vlaamsche en fransche liederen bevat, met woorden en muziek. Zij gelieven het als een eenvoudig nieuwjaarsgeschenk van de Stem uit Opwijk te aanzien.

Nieuws uit Opwijk - Gemengd Nieuws

Te beginnen van 15 November moest iedereen van een pas voorzien zijn om buiten de parochie te mogen gaan.
De nieuwe hulponderwijzers voor dit schooljaar zijn: G. Matheussen, Robberecht (van Nieuwenrode) en Van der Stappen (van Pamel). Er is spraak eene nieuwe klas bij te bouwen, ten gevolge van de nieuwe schoolwet.
De 17 november moesten de jongens, beneden de 30 jaar, naar Merchtem gaan om te teekenen.
Alle maanden worden er pakken opgestuurd aan de Krijgsgevangenen; er zijn er rond de 40.
Om buiten de provincie Brabant te gaan, moet men een pas hebben van den Krijgschef van Brussel. Het kost 3 mark.

In De Stem uit Opwijk nr. 7 tot nr. 11 verscheen als vervolgverhaal een ooggetuigeverslag van de gebeurtenissen op 't Eeksken op 26 en 27 september 1914
De naam van de auteur is niet vermeld.

- 26 september 1914 te Opwijck -

Eén onzer vrienden die dezen gruwelijken dag beleefde stuurt ons het volgende verhaal. Onze jongens zullen het voorzeker met belangstelling lezen.
Van 's morgens vroeg trokken de duitsche troepen door ons Dorp, naar Dendermonde op. Heel den voormiddag bulderden de kanons, altijd sneller en heviger en in de namiddag en 's avonds was het helsch laweit. Rond 2 ure brachten duitsche brancardiers hunnen eerste gekwetste naar de ambulancie die in 't pensionaat ingericht was. Zij kwamen langs het wegsken nevens de zaal en vertelden zeer luidruchtig dat 'de civielen' op hun 'geschossen' hadden. Die civielen, zoo valsch beticht, waren de brave en stille lieden van 't Eecksken.
De duitsche legerdokter die aan 't hoofd der ambulancie stond, zekere Speier, was fatsoenlijk; hij verstond wat franch en verstond rede. De doktoors van 't dorp deden ook dienst en verzorgden de gekwetsten; maar steeds waren wij bekommerd met de 50 gevangene burgers van 't Eecksken. Men had alles reeds aan Speier uitgelegd en deze ook moest bekennen dat, naar het uitzicht der wonden geoordeeld,deze door soldatenwapens veroorzaakt waren, dus niet door burgers.
In de valavond zoefden de obussen boven het dorp, gelukkig is er niemand gekwetst...
Rond 6 ure trok M. de Burgemeester met Jan Lindemans naar de Duitsche vuurlinie om voor de burgers te pleiten. 't Regende kogels rond hen. De aanvoerder der Duitschers was razend en onaansprekelijk. Zij waren, door onze soldaten, tot tegen de statie achteruit gesmeten. Jan Lindemans had schoon alles in 't Duitsch uit te leggen, de onbeschaafde duitsch beantwoordde hem met vloeken en scheldwoorden. De burgemeester en Jan L. hebben zelfs gezien dat het bevel van Opwijck af te branden reeds op 't papier stond.
De duitsche overste had zijnen foerier achter brood gestuurd en deze was niet rap genoeg terug naar zijne goesting. De pioniers waren reeds ontboden, toen de kerel afkwam. St. Paulus moet er hem mede bemoeid hebben, ware hij eenige minuten later gekomen, wij hadden van ons dorp niet veel meer teruggevonden...
's Avonds moesten al de gekwetsten naar Brussel; er waren 4 belgen bij en ook een krijgsgevangene (zekere De Schepper van Opstal).

Tegen den avond verminderde het geschut van beide kanten; alleen de mitrailleusen knetterden nog. Och, wat was het stil in 't dorp, toen wij 's avonds moe van 't gebeurde, huiswaarts keerden. Iedereen was met schrik vervuld. De Burgemeester en Jan Lindemans kwamen zeer laat thuis; zij hadden moeten gaan zoeken naar haver voor de paarden en, met zulke tijden, laten onze boeren maar eenige handvollen in de kist.
Alles was stil in 't dorp, dien nacht, doch niemand sliep. Rond 9 ure was er op straat weer een doortocht...'k Hoorde iemand roepen 'Och, 't zijn die arme menschen van 't Eecksken'. En inderdaad, 't waren blokken die zoo doodsch in de straten weerklonken...

Wat was er dien namiddag op 't Eecksken gebeurd? Ziehier wat een oude man van 't Eecksken mij vertelde: 'k Zat dien achternoen bij de Keersmaecker in 't scheerhuis, toen er opeens rond het huis een hevig geweervuur knetterde... Wij gingen in 't achterhuis, maar wij zaten er nauwelijks vijf minuten of eene bende razende duitschers vielen het huis binnen en grepen vloekend en tierend , De Keersmaeker en mij vast en smeten ons op 't straat. Toen wierpen zij kleine rondekens op huis en stalling en alles schoot in brand. Buiten stond heel de buurt: mannen, vrouwen en kinderen, met de armen in de lucht en zij moesten machteloos hunne huizen zien afbranden; het vee wierd de wijde wereld ingejaagd...

Een gekwetst duitsch onderofficier begon dan zijnen Judasrol; bij hoog en laag begon hij te zweeren dat de Keersmaecker op hem geschoten had. Er was geene verontschuldiging mogelijk: wat kan recht tegen bloedzuchtige macht? Nu begon de lijdensweg voor die arme lieden. 's Avonds leidde men hen door 't dorp, naar Merchtem op. De Keersmaeker stapte voorop; hij wist wat er hem te wachten stond; niet eens heeft hij nog zijn recht willen doen gelden... De burgers volgden hem. In 't dorp stonden al de menschen aan het venster; de vrouwen weenden. De Keersmaeker ging kalm voorbij, de handen samen, zijnen paternoster biddende... De andere mannen deden insgelijks. Rond hen stapten de woedende duitschers, lijk razende wolven, en ze stampten, en schupten, en sloegen met den kolf van hun geweer op die weerlooze mannen. Een dier beulen gaf zelfs De Keersmaeker eenen steek met het bajonet in den hals, zoo dat het bloed over zijne klederen liep.
 


Een paar dagen nadien heeft men De Keersmaeker begraven. Op hem vond men nog, als erfenis voor zijne 7 wezen: eene som van 150 fr; al zijn have en goed verging in den brand. In 't gasthuis wierd het lichaam gereinigd voor den lijkdienst, die plaats had in de kerk. Deze was proppens vol; al de menschen wilden de begrafenis van den martelaar bijwonen. De ontroering was groot toen een tweede lijkstoet de kerk binnentrad: 't was de begrafenis van een jongen belgische soldaat van het 2e jagers, Alfons Dhaese van Gent, die in den slag bij de statie gevallen was en, in de ambulancie van 't pensionaat overleden. Hij werd gedragen op de schouders door jonge heeren van 't dorp die vrijwillig dienst deden in de ambulancie; de belgische vlag en zijn soldatenpotsken lagen op het baarkleed.

Kerstmis 1914 op 't Eeksken ?

Pentekening van Bert Van den Broeck.

 

 

 


De stem uit Opwijck
Nr. 8 - 1 februari 1916

Nieuws uit Opwijk

- Volgens de gazetten werd einde December in onze gemeente een duitsche trein gebombardeerd.

- Kaart van 30 November: Alles gaat hier nog goed en er ontbreekt ons niets. Veel nieuws is hier niet tenzij dat er tegenwoordig eene soort van oude diligentie, meer geschikt om reizigers te vervoeren dan de vroegere camion het vervoer doet tusschen Opwijk en Wemmel; zij is gesloten en van rondom zijn er ruiten die onverdragelijk rammelen, zoo danig dat men zijne gebuur moeilijk kan verstaan. De verwarming geschiedt door middel van buizen gevuld met warm water. Men komt te Wemmel aan na 2 uren rijden. 's Avonds is de diligente verlicht door eene bollantaarn met bougie.


Volgende gedicht werd ons gezonden door eenen vriend uit het bezet gedeelte. Een klaar bewijs dat men ginder bij al de miserie, ook nog 'nen beet plezier neemt. Luister:

-- Heldenmoed --             

's Morgens voor den slag van 't Eeksken
Achter d'hoving van nen boer
Lag in voorpost, eene duitsche
Sluippatroelie, op de loer.

---

Angstig zaten ze gevieren
In een rondeken geschaard
En hun vingers gingen zenuw-
achtig langs hun legerkaart.

---

Tenden de hoving lag het pachthof
In het blonde morgenlicht
En uit voorzorg tegen onraad
Waren deuren en luiken dicht.

---

Wijl ze daar zo bezig zaten
Had de pachtes 'per malheur'
Heuren waterpot gehangen
Op het paalwerk voor de deur.

---

Kort daarna, toen een der duitschers
Door den doornenhaag eens keek
Zag hij door 't geblaarte iets blinken
Dat wel op'nen helm geleek.

---

''Sind fransozen! Donnerwetter!
'sIst vielleicht ein Kurassier!'
En ze vuurden naar de p-pot
Hun geweer af alle vier.

---

'Fieben!' klonk het als antwoord
Op het krakend salvoschot...
Langs de steenen rolde ramlend
De gekwetste waterpot.

---

's Andrendaags gaf de eerste editie
van het 'Munchner Tageblatt'
Dat een sluitpatroelje duitschers
Twintig man verslagen had.



www.heemkringopwijk.be - Print:
© Heemkring Opwijk-Mazenzele (HOM) 1999-2010 

 

Door een bezoek aan de site van de adverteerder (klikken op deze banners) en eventueel met de adverteerder te handelen ontvangt de HOM een kleine vergoeding die gebruikt wordt voor de instandhouding (domeinnaam, hosting, ...) en de uitbreiding van deze website. Beste dank hiervoor.
De externe pagina opent zich in een nieuw venster. Om terug te keren naar de HOM-pagina: klik op de X van de browsertitelbalk (uiterst rechts boven).
De publiciteitsbanners en deze tekst worden niet afgedrukt.