HOM - Heemkundige bijdragen


Het Opwijkse frontblaadje 1914-1918 

'De Stem uit Opwijk'

 

De op deze site weergegeven delen van het frontblaadje zijn slechts een eerdere willekeurige selectie van het geheel.

De integrale inhoud van de 32 nummers van het frontblaadje is, samen met ruime achtergrondinformatie, opgenomen in de publicatie 'Getuigenissen van «de andere oorlog». Opwijk-Mazenzele (en omstreken) 1914-1818' (2004).

 

Inleiding

FRONTBLAADJES 1914-1918

Algemeen

Van al de legers die streden aan het westelijk front, droeg het Belgische wellicht de zwaarste last.
Onze soldaten trotseerden hetzelfde gevaar van bommen, kogels, granaten, ziekte, honger en dorst.
In tegenstelling met hun Franse, Engelse en Amerikaanse strijdgenoten droegen zij daarenboven als enige de enorme morele last om gedurende meer dan vier jaar geen contact te hebben met hun ouders, hun echtgenote, hun kinderen, hun gezin, hun familie, hun dorp, hun streek. De strenge Duitse bezetting van gans ons land - op uitzondering van de frontzone zelf - verhinderde alle voeling van onze soldaten met hun thuis. De toren van hun dorp was voor hen inderdaad vier jaar lang onbereikbaar. De andere soldaten konden in hun eigen land, naar hun eigen thuis met verlof gaan. Voor de Belgen was er alleen het lapje grond achter de IJzer en het buitenland.
Diegenen wiens familie gevlucht was naar Nederland, Engeland, Frankrijk of Zwitserland, konden min of meer met hen normaal corresponderen.
Maar voor de meesten waren praktisch alle banden verbroken met thuis, familie en eigen dorp. En dat was hard om dragen !

Nieuws was gemeengoed voor al de jongens van de streek. Er moest dus naar een middel uitgezien worden om aan allen te vertellen wat iedereen ook maar vernemen kon. Een zekere aalmoezenier E.H. Bernaerts begon het eerst met een soort van nieuwsbrief voor de soldaten in 1915. 't Was voor de mannen van Sint-Jans-Molenbeek. Het verscheen zowel in 't Nederlands als in 't Frans.
Niet alleen vernamen de jongens op deze wijze wie er van hun dorp gestorven of geboren, verloofd of getrouwd was, maar zij vonden ook hun oude makkers en vrienden terug. Want het gebeurde wel eens dat jongens van dezelfde streek of het zelfde dorp in een zelfde regiment dienden, zonder van elkaar af te weten. Het meeste nieuws werd dan ook geplukt uit brieven die, na een lange omweg over Nederland, Engeland of Frankrijk, het front bereikten, soms zelfs ten koste van veel gevaar voor de overbrengers. Soms ook zijn het berichten die de opstellers hebben overgenomen of samengevat uit een Nederlands blad of uit een grotere frontkrant.
Het idee van E.H. Bernaerts voor het verspreiden van dergelijke nieuwsbrieven was een vondst; andere blaadjes volgden nu slag op slag. In 1916 bestonden er reeds niet minder dan 51 frontblaadjes. In de herfst 1917 verscheen in 'Onze Temschenaars' een lijst met 83 op dat ogenblik bestaande Vlaamse frontblaadjes. In totaal heeft men weet van ca. 350 van deze frontblaadjes, in 't Nederlands, in 't Frans en sommige tweetalig.
De publikaties richtten zich alle tot jongens van een bepaald dorp of stad of streek, of tot oud-studenten en leerkrachten van een of andere school of inrichting. Het waren dan ook werkelijk als het ware brieven van soldaten voor soldaten.
Enkele officieren verleenden hierbij hun medewerking. Maar hoofdzakelijk was dit alles het werk van aalmoezeniers, brancardiers of andere sociaal geëngageerde intellectuelen. Deze jongemannen die hun vrije tijd achter het front en hun rustige uren in de loopgraven gebruikten om dit alles bijeen te brengen en aan te vullen met nieuws over hun dorps- en streekgenoten in het leger, met mededelingen over vrienden en familieleden in het buitenland en met aansporingen tot Vlaamse plicht en moedig volhouden, die jongens beschouwden zich als briefwisselaars voor de velen die anders zelden of nooit enig teken van leven uit hun streek van herkomst ontvingen. Zij zorgden voor de redactie, het drukken en verzenden en droegen er in de meeste gevallen zelf de onkosten van.
In het begin werden de meeste blaadjes gepolygrafieerd. Anderen konden zich de luxe veroorloven hun blaadje te laten drukken.
Vele van deze frontblaadjes hadden een zeer onregelmatige verschijningsdatum en zeer ongelijke oplagen, slechts enkele brachten het tot meer dan 30 nummers. Zij vulden de dag- en weekbladen aan, die, op de Belgische Standaard na, alle achter het front verschenen.

Bronnen en literatuur:

·  AUGUST VAN CAUWELAERT, België's epische strijd van 1914 tot 1918. De Pers op het Front en in het Bezet Gebied, in Onze Helden gesneuveld voor het Vaderland, Brussel, 1921.
·  GASTON DURNEZ, Zeg mij waar de bloemen zijn - Het grote kleine nieuws van thuis, Leuven, 1988.
·  LUC SCHEPENS, 14/18 Een oorlog in Vlaanderen - Soldatenleven en -dood, Tielt, 1984.

De Stem uit Opwijk

Het initiatief of voorstel voor de publicatie van De Stem van Opwijk kwam van Paul Lindemans, sinds augustus 1914 oorlogsvrijwilliger.
De verantwoordelijke uitgever en grote kracht achter het blaadje was Louis Geeurickx, de koster-orgelist van de Sint-Pauluskerk.
Het correspondentieadres en redactieadres was: Louis Geeurickx, brancardier, 12 rue Eustache St. Pierre (later: 16 rue du Moulin Brûlé), Calais.
De andere voornaamste medewerkers, allen Opwijkse intellectuelen, waren: Dr. Aloïs De Smedt, Jan Buggenhout (overleden in het krijgshospitaal te Blois op 8 september 1918) en Eugeen Van den Broeck.
In totaal verschenen (vermoedelijk) 32 nummers.
Het eerste nummer draagt de datum van 15 oktober 1915.
De eerste maanden verscheen het blad stipt om de veertien dagen, telkens de 1e en de 15de van de maand.
Daarna is de publicatiefrequentie minder vast, soms met tussenpozen tot 4 maanden.
Het (vermoedelijk) laatste nummer dateert van 10 oktober 1918, dus ca. een maand voor de wapenstilstand.
Elk nummer bevat 4 bladzijden van elk ca. 10x16,5 cm, aangepast aan het formaat van de omslagen. Het leek dan ook inderdaad meer op een brief dan op een krant of tijdschrift.
De teksten zijn handgeschreven. De nummers zijn gestencild.
De Stem uit Opwijk, zoals de meeste frontblaadjes, vertoonde alle sporen van heersende papierschaarste: klein formaat, langs alle zijden dicht beschreven, geen tekstinsprongen, kleine of helemaal geen onder-, boven- of zij marges,...

Vanaf nr. 24, dd. 1 augustus 1917 lezen wij op de voorbladzijde: '(Met toelating der krijgsoverheid)'.

De inhoud van de nummers bestond over het algemeen uit:

·  (Morele) boodschap van de uitgever.
Hield in de meeste gevallen hoofdzakelijk een aansporing in tot Katholieke en tot Vlaamse plicht ondanks alles en een aanmoediging voor geduldig en moedig volhouden.
·  Nieuws uit Opwijk, dat de schrijvers bereikte, meestal met enkele weken -soms maanden- vertraging, uit brieven en kaarten van het thuisfront aan de soldaten achter de IJzer.
·  Nieuws van de frontsoldaten zelf, dat men, soms ook langs allerlei omwegen, van elkander aan het correspondentieadres doorgaf.
·  Oproepen en mededeling van de soldatenadressen.
Het moest inderdaad geen sinecure geweest zijn om de juiste en volledige adressen van de ca. 220 Opwijkse IJzer-frontsoldaten bij te houden, bij al die voortdurende en onverwachte veranderingen van ligplaats en opnamen in de ziekenhuizen en hospitalen.
·  Een enkele keer een vervolgverhaal met name '25-26 september 1914', over de gebeurtenissen op het Eeksken in 1914.
·  Berichten i.v.m. het 'sociaal dienstbetoon' dat de uitgevers trachtten te organiseren voor de soldaten. Zo kon men in vele gevallen bij Louis Geeurickx terecht voor het vertalen van brieven of documenten, voor de organisatie van het voeren van briefwisseling met het thuisfront,...

Hierbij brengen wij U een selectie uit de inhoud van de 32 nummers van het Opwijks frontblaadje (maak keuze uit menu in linker frame).

De belangrijkste medewerkers van de Stem uit Opwijk op één foto.

V.l.n.r. Jan Buggenhout, Eugeen Van den Broeck, Louis Geeurickx en Paul Lindemans.

 


www.heemkringopwijk.be - Print:
© Heemkring Opwijk-Mazenzele (HOM) 1999-2010 

 

Door een bezoek aan de site van de adverteerder (klikken op deze banners) en eventueel met de adverteerder te handelen ontvangt de HOM een kleine vergoeding die gebruikt wordt voor de instandhouding (domeinnaam, hosting, ...) en de uitbreiding van deze website. Beste dank hiervoor.
De externe pagina opent zich in een nieuw venster. Om terug te keren naar de HOM-pagina: klik op de X van de browsertitelbalk (uiterst rechts boven).
De publiciteitsbanners en deze tekst worden niet afgedrukt.